Richtlijn Blaasinstillatie
Inleiding
Aanleiding en doel richtlijn
Blaascarcinoom is een relatief veelvoorkomende vorm van kanker met wereldwijd meer dan 300.000 nieuwe patiënten per jaar. In Nederland wordt jaarlijks bij ca. 6800 mensen deze diagnose gesteld (NKR Cijfers, Nederlandse Kankerregistratie, 2024). Blaascarcinoom wordt vooral bij mensen ouder dan 60 jaar vastgesteld en komt viermaal zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen. Bij een tumor van de blaaswand wordt onderscheid gemaakt tussen een oppervlakkig groeiende (ongeveer 3700 personen) en een spierinvasieve blaastumor (ongeveer 1800 personen) (NKR Cijfers, Nederlandse Kankerregistratie, 2024). Een spierinvasief groeiende tumor bevindt zich zowel in het blaasslijmvlies als in de blaasspier. De behandeling hiervan is over het algemeen radicaal, bijvoorbeeld door het verwijderen of bestralen van de blaas. Een oppervlakkig groeiende tumor bevindt zich alleen in het blaasslijmvlies en wordt over het algemeen veel minder radicaal behandeld, namelijk met het verwijderen van de tumor via een transurethrale resectie van de tumor (TURT) en het al dan niet nabehandelen met blaasspoelingen. Bij een blaasspoeling of blaasinstillatie wordt de medicatie direct in de blaas gegeven.
Het doel van deze richtlijn is het bieden van uniforme, zo mogelijk evidence-based handvatten aan zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten die een blaasinstillatie ondergaan. Hiermee wordt veilige en kwalitatief hoogwaardige zorg bevorderd.
Doelgroep
Beoogde gebruikers
Het betreft een richtlijn voor zorgprofessionals die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten die medicatie in de blaas (intravesicaal) voor behandeling van blaascarcinoom toegediend krijgen.
Doelpopulatie
Deze richtlijn is bedoeld voor patiënten die medicatie in de blaas (intravesicaal) voor behandeling van blaascarcinoom toegediend krijgen.
Onderwerpen binnen deze richtlijn
Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten die een blaasinstillatie ondergaan. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- Module 1–3 beschrijven de veiligheid voor, tijdens en na het uitvoeren van een blaasinstillatie.
- Module 4 beschrijft de contra-indicaties voor het uitvoeren van een blaasinstillatie.
- Module 5 beschrijft de optimale voorlichting voor patiënten vooraf en tijdens de behandeling
Voor aanbevelingen met betrekking tot het inbrengen en de verzorging van een blaaskatheter wordt verwezen naar de richtlijn Blaaskatheterisatie. Voor algemene voorzorgsmaatregelen wordt verwezen naar de richtlijnen Handhygiëne & persoonlijke hygiëne medewerker en Persoonlijke beschermingsmiddelen.
Veiligheid voorafgaand aan de uitvoering van een blaasinstillatie
Uitgangsvraag
Welke veiligheidsbevorderende maatregelen worden aanbevolen voorafgaand aan het uitvoeren van een blaasinstillatie?
Aanbevelingen
- Gebruik voorafgaand aan een blaasinstillatie niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen bij een (semi-) gesloten systeem.
Sterk – voor
- Gebruik geen aanvullende beschermingsmaatregelen (zoals overschort en gelaatsbescherming) voorafgaand aan het uitvoeren van een blaasinstillatie.
Sterk – tegen
Rationale
De werkgroep doet een sterke aanbeveling vóór het gebruik van (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen voorafgaand aan het uitvoeren van een blaasinstillatie. Hoewel er beperkt wetenschappelijk bewijs beschikbaar is over de meerwaarde van aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen, is de werkgroep van mening dat wegwerphandschoenen voldoende bescherming bieden aan de verpleegkundige. Er zijn geen aanwijzingen dat het routinematig gebruik van aanvullende beschermingsmiddelen, zoals een overschort of gelaatsbescherming, leidt tot extra veiligheidswinst. Daarbij heeft de werkgroep ook de praktische uitvoerbaarheid, kosten en duurzaamheid meegewogen. Het achterwege laten van beschermingsmiddelen die geen aantoonbare meerwaarde bieden, voorkomt onnodig materiaalgebruik, verlaagt de kosten en is duurzamer.
De werkgroep doet een sterke aanbeveling tegen het gebruik van aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een overschort en gelaatsbescherming, voorafgaand aan het uitvoeren van een blaasinstillatie. Hoewel er beperkt wetenschappelijk bewijs beschikbaar is over de (meer)waarde van deze aanvullende beschermingsmiddelen tijdens de voorbereiding, is de werkgroep van mening dat het risico op blootstelling aan cytostatica voor de verpleegkundige in deze fase laag is. Er zijn geen aanwijzingen dat het gebruik van een overschort of gelaatsbescherming leidt tot extra veiligheidswinst ten opzichte van het gebruik van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen. De werkgroep heeft daarnaast de praktische uitvoerbaarheid, kosten en duurzaamheid meegewogen. Het routinematig inzetten van aanvullende beschermingsmiddelen zonder aantoonbare meerwaarde leidt tot onnodig materiaalgebruik, hogere kosten en een grotere milieubelasting. Bovendien kunnen aanvullende beschermingsmiddelen de uitvoering van de procedure onnodig bemoeilijken.
Achtergrond
Voorafgaand aan de uitvoering van een blaasinstillatie wordt de medicatie klaargemaakt door een verpleegkundige op de afdeling of op de polikliniek. Het betreft hier BCG (immunotherapie) of Mitomycine C (een cytostaticum). In beide gevallen dient de toediener beschermd te zijn tegen blootstelling, aangezien beroepsmatige blootstelling gezondheidsrisico’s met zich meebrengt (Cytostatica | Dokterhoe, n.d.). In Nederlandse ziekenhuizen worden hiervoor gesloten systemen gebruikt.
BCG en Mitomycine C zijn in twee vormen te verkrijgen: Medac® en als (semi-)gesloten systeem geleverd door de ziekenhuisapotheker. Indien het als (semi-)gesloten systeem geleverd wordt, zal het in de apotheek klaargemaakt worden in een laminair-flowkast en in de praktijk op de afdeling of op de polikliniek als gesloten systeem geleverd worden, met een adequate barrière (lucht of neutrale infusievloeistof) tussen het (gelockte) koppelpunt en het cytostaticum (van Dongen – NFU, 2021). Een adequate barrière tussen het gelockte koppelpunt en het cytostaticum kan ook bijvoorbeeld door middel van een voorgevuld infuuslijntje. Dit soort extra voorzieningen maken het toedienen van cytostatica veiliger voor verpleegkundigen. (Blom et al., 2025; Haifler et al., 2010)
Door veranderingen op het gebied van het uitvoeren van een blaasinstillatie is er behoefte aan duidelijkheid welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn bij de voorbereiding. Deze module focust zich op de passende veiligheidsmaatregelen die verpleegkundigen op de afdeling of polikliniek moeten nemen om de veiligheid bij de bereiding van de medicatie, nadat deze geleverd zijn in een (semi-) gesloten systeem door de ziekenhuisapotheker, te waarborgen.
Literatuursamenvatting
Zoekvraag en evt. aanvullende in- en exclusiecriteria
| Zoekvraag | Wat is het effect van aanvullende/specifieke veiligheidsbevorderende maatregelen voorafgaand aan het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | De verpleegkundige die de blaasinstillatie voorbereid op de afdeling |
| I | Aanvullende/specifieke maatregelen om veilig om te gaan met cytostatica bij de bereiding op de afdeling |
| C/R | Een andere maatregel |
| O | Kwaliteit van hygiëne in de omgeving, zoals bewezen besmettingsplekken waar blaasinstillatie heeft plaatsgevonden (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu), lekkage |
| In- en exclusiecriteria | Studie design (SR, RCT, ander vergelijkend onderzoek)
|
Specificatie van de uitkomstmaten
| Uitkomstmaat | Cruciaal of belangrijk voor de besluitvorming | Definitie |
| Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen bij klaarmaken (veegproeven) | Cruciaal | We houden de definitie zoals gehanteerd in de geïncludeerde artikelen aan |
| Irritatie van de huid | Cruciaal | We houden de definitie zoals gehanteerd in de geïncludeerde artikelen aan |
| Lekkage | Cruciaal | Lekkage van de container waarin de medicatie zit en/of de katheter waardoor de medicatie gegeven wordt |
| Duurzaamheidsaspecten (milieu) | Belangrijk | Invloed op duurzaamheid wat betreft het weggooien van afval dat in aanraking is geweest met de medicatie |
*De werkgroep heeft de volgende grenzen voor klinisch relevante verschillen vastgesteld: een relatief risico van 0,8 of 1,25
Literatuursearch en -selectie
Er is op 12 augustus 2024 gezocht in Medline (via OVID) en CINAHL (via EBSCO), Invert met behulp van relevante zoektermen. Er is gefilterd op: studies vanaf 2005, Engels, Nederlands, Duits en Frans, systematische reviews (SRs), randomized controlled trials (RCTs) en overig vergelijkend onderzoek.
De zoekverantwoording is toegevoegd in bijlage 1.1.
Beschrijving geïncludeerde studies en resultaten
De search leverde in totaal 987 titels op (zie PRISMA Flow diagram, bijlage 1.2). Op basis van titel en abstract werden tien studies voorgeselecteerd. Na screening van de volledige tekst, werden deze tien studies geëxcludeerd (zie bijlage 1.3 – exclusietabel)
Er konden geen studies worden opgenomen in de literatuursamenvatting.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is geen literatuur gevonden die de zoekvraag beantwoordt.
De werkgroep constateert dat verpleegkundigen op de afdeling of op de polikliniek altijd werken met (semi-)gesloten systemen die zijn voorzien van een barrière, bijvoorbeeld een lijn gevuld met fysiologisch zout of lucht. Het risico op blootstelling aan cytostatica bij het bereiden van een cytostaticum voor een verpleegkundige is laag (calamiteiten uitgezonderd).
Bij BCG én Mitomycine C moeten de omgeving en de toediener beschermd zijn tegen blootstelling. Daarom past de werkgroep dezelfde veiligheidsmaatregelen toe bij Mitomycine C en BCG.
De werkgroep constateert dat voor het bereiden van cytostatica het van belang is om te zorgen voor een goede persoonlijke hygiëne conform de SRI-richtlijn Handhygiëne & Persoonlijke hygiëne medewerker. Indien dit uitgangspunt wordt gerespecteerd en de meest risicovolle handelingen in de bereidingsruimte worden uitgevoerd, dan kan tijdens de voorbereiding van (semi-) gesloten systemen worden volstaan met het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen (Cytostatica | Dokterhoe, n.d.). De niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen moeten bestand zijn tegen cytostatica en voldoen aan de NEN-EN 16523-1:2015+A1:2018. Het dragen van niet-steriele handschoenen is noodzakelijk om te anticiperen op mogelijke calamiteiten. Bij incidenten kunnen de handen namelijk het eerst besmet raken. De kans op een calamiteit bij normaal uitgevoerde werkzaamheden is gering.
De werkgroep constateert dat het inzicht en discipline vereist om handschoenen (persoonlijke beschermingsmiddelen) te gebruiken wanneer besmetting mogelijk is en ze uit te trekken wanneer die kans afwezig is.
Het dragen van aanvullende beschermingsmiddel zoals overschort en gelaatsbescherming (bril + screen) is bij de voorbereiding niet nodig. Het systeem is ofwel voorzien van een barrière, ofwel schoongespoeld. Bovendien is de kans zeer gering dat de kleding bij normaal uitgevoerde werkprocedures besmet wordt met cytostatica. (Cytostatica | Dokterhoe, n.d.)
Waarden en voorkeuren van patiënten en hun naasten
Vanuit het perspectief van de patiënt en hun naasten verwacht de werkgroep geen voorkeur voor de beschermende middelen die de zorgverlener draagt.
Kosten(effectiviteit)
In het kader van kosteneffectiviteit wordt verwacht dat het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen wenselijker is dan routinematig gebruik van aanvullende beschermingsmiddelen (zoals overschort en gelaatsbescherming). Hiermee wordt verspilling van materialen voorkomen en worden de zorgkosten van deze aanvullende beschermingsmaatregelen beperkt, met behoud van de veiligheid voor de verpleegkundige.
Duurzaamheid
In het kader van duurzaamheid wordt verwacht dat het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen wenselijker is dan routinematig gebruik van aanvullende beschermingsmiddelen (zoals overschort en gelaatsbescherming). Hiermee wordt verspilling van materialen voorkomen en worden de afvalstroom van deze aanvullende beschermingsmaatregelen beperkt, met behoud van de veiligheid voor de verpleegkundige en de patiënt.
Gelijkheid
De werkgroep voorziet geen ongelijkheid in de toepassing van de veiligheidsmaatregelen niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen voorafgaand aan de uitvoering van een blaasinstillatie.
Aanvaarbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen is voor patiënten, zorgverleners en beleidsmakers algemeen aanvaardbaar en sluit aan bij bestaande veiligheids- en hygiënevoorschriften. De maatregel is reeds opgenomen in de Arbocatalogus Cytostatica UMC's en maakt deel uit van de standaardzorg, waardoor implementatie geen belemmeringen kent. Verschillen tussen subgroepen of zorgdomeinen worden niet verwacht.
Aanvullend bewijs
De aanbevelingen sluiten aan bij de bevindingen van (Hensley, 2016), een praktische vertaling van de opgestelde procedures van de Society of Urologic Nurses and Associaties (SUNA) en de American Urological Association (AUA). In deze publicatie wordt het dragen van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder handschoenen, als standaardmaatregel beschreven. Het gebruik van aanvullende beschermingsmiddelen, zoals een schort of gelaatsbescherming, wordt alleen aanbevolen wanneer er een reëel risico is op spatten of morsen. Deze aanbeveling komt overeen met de bevindingen van de werkgroep en de EAUN richtlijn (2026). Hiermee wordt bevestigd dat de aanbevelingen niet alleen zijn gebaseerd op de Nederlandse context, maar ook in overeenstemming zijn met internationaal geaccepteerde werkwijzen.
Kennisvragen
Uit de literatuursamenvatting is naar voren gekomen dat er vervolgonderzoek nodig is, zodat de zoekvraag en uiteindelijk de uitgangsvraag duidelijker kan worden beantwoord. De werkgroep formuleerde de volgende onderzoeksvraag:
| Zoekvraag | Wat is het effect van aanvullende/specifieke veiligheidsbevorderende maatregelen voorafgaand aan het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | De verpleegkundige die de blaasinstillatie voorbereid op de afdeling |
| I | Aanvullende/specifieke maatregelen om veilig om te gaan met cytostatica bij de bereiding op de afdeling |
| C/R | Een andere maatregel |
| O | Kwaliteit van hygiëne in de omgeving, zoals bewezen besmettingsplekken waar blaasinstillatie heeft plaatsgevonden (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu), lekkage |
Referenties
Blom, H., Carthy, C. M., van den Berg, R., Crul, M., de Blok, W., Wilms, E., & Oddens, J. R. (2025). Safe Administration of Mitomycin in Bladder Instillation for Cancer: A Pilot Study. International Journal of Urological Nursing, 19(3), e70032. https://doi.org/10.1111/ijun.70032
Cytostatica | Dokterhoe. (n.d.).
EAUN Guidelines on Intravesical instillation with mitomycin C and bacillus Calmette-Guérin in non-muscle-invasive bladder cancer. (2026). https://nurses.uroweb.org/guidelines/intravesical-instillation
Haifler, M., Lang, E., Sabler, I., Gutman, Y., Lindner, A., & Zisman, A. (2010). Increasing medical staff safety by using a closed system for intravesical instillation of mitomycin C. Urology, 76(3), 649–651. https://doi.org/10.1016/j.urology.2010.02.058
Hensley. (2016, July). Hazardous Drugs in the Urology Workplace: Focus on Intravesical Medications – PubMed. UROLOGIC NURSING. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29240329/
Rink, M., Xylinas, E., Babjuk, M., Pycha, A., Karakiewicz, P. I., Novara, G., Dahlem, R., & Shariat, S. F. (2012). Smoking reduces the efficacy of intravesical bacillus Calmette- Guérin immunotherapy in non-muscle-invasive bladder cancer. European Urology, 62(6), 1204–1206. https://doi.org/10.1016/j.eururo.2012.08.057
Sfakianos, J. P., Shariat, S. F., Favaretto, R. L., Rioja, J., & Herr, H. W. (2011). Impact of smoking on outcomes after intravesical bacillus Calmette-Guérin therapy for urothelial carcinoma not invading muscle of the bladder. BJU International, 108(4), 526–530. https://doi.org/10.1111/j.1464-410X.2010.09874.x
van Dongen – NFU, A. (2021). LOAZ Arbocatalogus Deel Cytostatica update april 2021.
Veilig werken met cytostatica – Kennisplatform. (n.d.). Retrieved March 4, 2026, from https://kennisplatform.venvn.nl/onderwerp/veilig-werken-met-cytostatica/
Verantwoording
Autorisatie en geldigheid
Regiehouder: Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
Datum autorisatie: september 2026
Geautoriseerd door:
• Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
• Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker
• Nederlandse Vereniging voor Urologie
Samenstelling werk- en klankbordgroep
In 2024 is een multidisciplinaire werkgroep gevormd bestaande uit inhoudsdeskundige leden en vertegenwoordigers van relevante beroepsgroepen en patiëntenorganisaties die betrokken zijn bij het onderwerp blaasinstillatie.
De werkgroep bestaat uit de volgende leden:
- Mw. Jeannette Verkerk-Geelhoed, MSc, verpleegkundig specialist St. Antonius ziekenhuis, namens V&VN Urologie verpleegkundigen, voorzitter
- Prof. Dr. Jeroen van Moorselaar, uroloog Amsterdam UMC, namens de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)
- Dhr. Piet Klein, bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, namens de gelijknamige patiëntenvereniging
- Dhr. Patrick Potjes, verpleegkundige in opleiding tot specialist bij de urologische oncologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, namens V&VN Urologie verpleegkundigen
- Mw. Anita Smits-van de Camp, MA-ANP, verpleegkundig specialist oncologische urologie, Radboud UMC, namens V&VN VS en V&VN Oncologie.
Ondersteuning en financiering
De richtlijn is ontwikkeld met ondersteuning van het Kennisinstituut V&VN.
De ondersteuning bestond uit:
- Dhr. Lars Dijk, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Amy den Haan, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Dhr. Mitchell van Doormaal, MSc, Senior adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Saskia Persoon, PhD, Programmamanager, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Monique Wessels, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken t/m januari 2025) - Dhr. Stevie van Mierden, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken vanaf februari 2025) - Dhr. Marijn Molenaar, MSc, Beleidsmedewerker, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Anne-Marie Meijering, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Marlene Dodeman, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Ashley Spoelstra, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
De ontwikkeling is gefinancierd vanuit de Kwaliteitsgelden Verpleging en Verzorging (ZonMw). De financier heeft op geen enkele wijze invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
Belangenverstrengeling
De ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke Beïnvloeding door belangenverstrengeling’ is gevolgd. De belangen van de werkgroepleden en betrokken richtlijnadviseurs zijn bij de start en na afronding van de richtlijnontwikkeling geïnventariseerd door middel van de KNAW-code belangenverstrengeling. Eventuele belangenverstrengeling en beheersmaatregelen zijn besproken binnen de werkgroep. Een interne belangencommissie heeft de belangen en eventuele voorgestelde maatregelen gecontroleerd. In onderstaande tabel zijn de opgegeven belangen samengevat en eventueel voorgestelde acties opgenomen.
| Werkgroeplid | Functie | Nevenfuncties | Gemelde belangen | Ondernomen actie / beheers-maatregel | Akkoord hoofd kennis-instituut |
| Jeannette Verkerk-Geelhoed (voorzitter werkgroep) | Verpleegkundig specialist AGZ andrologie / seksualiteit en urologie |
|
Presentatie bij scholing op het gebied van seksuologie van Coloplast tegen betaling Betaald adviseurschap 2023 bij Recordati Beiden hebben geen invloed op het onderwerp van de richtlijn Betaling door UMCG Urologie open acces publiceren artikel |
Geen | ☒ |
| Jeroen van Moorselaar | Hoogleraar Urologie, Amsterdam UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Piet Klein | Gepensioneerd | Bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, onbetaald | Geen | Geen | ☒ |
| Patrick Potjes | Verpleegkundige in opleiding tot specialist, UMC Utrecht. | Geen | Geen | Geen | ☒ |
| Anita Smits van de Camp | Verpleegkundig specialist Oncologische urologie Radboud UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Amy den Haan | Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Lars Dijk |
Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Lars was employed by the General Practitioners Research Institute (2020-2025). GPRI conducted investigator- and sponsor-initiated research funded by non-commercial organizations, academic institutes, and pharmaceutical companies (including AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, Chiesi, GSK, Mundipharma, Novartis, and Teva). Publicaties zijn te vinden via https://www.researchgate.net/profile/Lars_Dijk |
Geen | ☒ |
| Saskia Persoon | Vanaf juli 2023 Programmamanager Richtlijnen bij Kennisinstituut V&VN (32 u per week); Van april 2022-juni 2023: Senior beleidsadviseur kwaliteit NVZA; Tot april 2022: (Senior) adviseur Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Mitchell van Doormaal | Senior adviseur Richtlijnen, |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Stevie van der Mierden | Informatiespecialist Antoni van Leeuwenhoek/Nederlands kanker Instituut (0.72 fte). Informatiespecialist V&VN (0.39 fte) | Penningmeester/bestuur vereniging BMI (biomedisch informatiespecialisten); onbetaald. | Geen | Geen | ☒ |
| Monique Wessels | Literatuurspecialist Richtlijnen | Lid referentenpanel Patiëntenfederatie Nederland (onbetaald, wel vergoeding) – Redactie website en nieuwsbrief Ontgroei (onbetaald) Secretaris stichting Groene Juliana |
Geen | Geen | ☒ |
De afzonderlijke belangenverklaringen kunnen opgevraagd worden bij Kennisinstituut V&VN.
Zorgvragersperspectief
Het zorgvragersperspectief is geborgd in alle fases van de richtlijnontwikkeling. In de werkgroep is het zorgvragersperspectief afgestemd met Patiëntenfederatie Nederland en vertegenwoordigd door een werkgroeplid van Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker. In de commentaarfase is de conceptrichtlijn schriftelijk ter commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Patiëntenfederatie blaas- of nierkanker.
Werkwijze
Bij de richtlijnontwikkeling is de standaard aanpak van V&VN, gebaseerd op de AQUA-leidraad, gevolgd (Zorginstituut Nederland, 2021). De GRADE methodiek neemt hierbij een belangrijke plaats in (Neumann et al, 2024). De richtlijn is modulair opgebouwd zodat onderhoud efficiënt en flexibel kan plaatsvinden.
Voorbereidingsfase
De werkgroep heeft de knelpunten geïnventariseerd met een vragenlijst en het concept raamwerk schriftelijk voorgelegd aan verschillende partijen. De partijen die hieraan meededen zijn: Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), ActiZ. Geïnventariseerde knelpunten zijn vervolgens besproken en geprioriteerd, waarna deze omgezet zijn naar uitgangsvragen.
Ontwikkelfase
De uitgangsvragen zijn beantwoord middels de GRADE methodiek (Neumann et al, 2024). Waar mogelijk is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur. Vervolgens zijn op basis van de GRADE methodiek literatuurconclusies opgesteld. Middels het GRADE 'evidence-to-decision' framework heeft de werkgroep overwegingen in kaart gebracht en de rationale beschreven. Op basis van de relevante overwegingen is de richting en sterkte van een aanbeveling bepaald.
Bij uitgangsvragen waarbij het niet nuttig/mogelijk werd geacht om voor de beantwoording een (volledige) literatuuranalyse met GRADE beoordeling uit te voeren, is de reden hiervoor beschreven bij de betreffende module. Binnen iedere module afzonderlijk is de verantwoording van de beantwoorden van de uitgangsvraag specifiek en transparant beschreven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is ter becommentariëring voorgelegd aan de volgende verenigingen en (patiënt)organisaties: Actiz, IGJ, Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Patiëntenfederatie Nederland, Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, UMC NL, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), Zorginstituut Nederland (ZiNL), Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
De commentaren zijn verzameld, besproken en door de werkgroep zo veel mogelijk verwerkt in de conceptrichtlijn. Vervolgens is de richtlijn voor autorisatie/accordering voorgelegd aan de primair betrokken verenigingen en (patiënt)organisaties.
Juridische betekenis van de richtlijn
De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënten van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden en is de verantwoordelijkheid van de zorgverlener.
Mogelijke financiële gevolgen
Conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is bij deze richtlijn geëvalueerd of de aanbevelingen uit de richtlijn substantiële financiële gevolgen hebben. Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële gevolgen zijn (zoals deze gedefinieerd zijn in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, lid 3).
Implementatie
De werkgroep heeft bij elke richtlijnmodule per aanbeveling een advies uitgebracht over het tijdspad voor de implementatie, de daarvoor benodigde randvoorwaarden en de acties die de verschillende partijen dienen te ondernemen. Hiervoor is specifiek gekeken naar de factoren die de implementatie van de aanbeveling in de lokale setting kunnen bevorderen of belemmeren.
Onderwerpen voor verder onderzoek (kennisvragen)
Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn is gebleken dat er naar sommige vragen uit de praktijk nog onvoldoende onderzoek is gedaan. Vervolgonderzoek is nodig om in de toekomst deze vragen duidelijker te kunnen beantwoorden. De kennisvragen zijn toegevoegd aan de modules.
Referenties
Gezondheidsraad, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), & Federatie Medisch Specialisten (FMS). (2017). Gedragscode belangenverstrengeling: Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling (geactualiseerd januari 2017). https://storage.knaw.nl/2022-08/Gedragscode-belangenverstrengeling-januari-2017.pdf
Neumann I, Schünemann H (Editors). The GRADE Book version 1.0 (updated September 2024). The GRADE Working Group.
Zorginstituut Nederland. (2021). AQUA-leidraad: Leidraad voor kwaliteitsstandaarden [PDF]. AQUA-Leidraad (voorheen Leidraad voor kwaliteitsstandaarden) | Ontwikkeltools | Zorginzicht
Veiligheid tijdens de uitvoering van een blaasinstillatie
Uitgangsvraag
Welke veiligheidsbevorderende maatregelen worden aanbevolen tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie?
Aanbevelingen
- Gebruik tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen bij een (semi-) gesloten systeem.
Sterk – voor
- Gebruik tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie absorberende (niet vocht doorlatende) onderleggers.
Sterk – voor
- Gebruik geen aanvullende beschermingsmaatregelen (zoals overschort en gelaatsbescherming) tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie.
Sterk – tegen
- Vouw een absorberende (niet vocht doorlatende) onderlegger om de katheter, vóór het afkoppelen en verwijderen van de katheter.
Sterk – voor
Rationale
Het gebruik van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie wordt sterk aanbevolen, omdat deze veilig zijn en aanvullende beschermingsmiddelen (zoals overschort en gelaatsbescherming) geen extra veiligheidswinst opleveren. Daarnaast is dit de meest kosteneffectieve en duurzame keuze.
Het gebruik van niet vocht doorlatende absorberende onderleggers tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie wordt sterk aanbevolen, omdat dit voldoende bescherming biedt voor de verpleegkundige. Dit heeft betrekking op spatgevaar waarbij aanvullende beschermingsmiddelen (zoals overschort en gelaatsbescherming) geen extra veiligheidswinst opleveren. Daarnaast is dit de meest kosteneffectieve en duurzame keuze.
Om de kans op lekkage te verminderen, wordt aanbevolen om (bij mannen en vrouwen) de onderlegger om de kathetertip te vouwen om eventueel druppels aan het einde van de kathetertip op te vangen.
Achtergrond
Tijdens een blaasinstillatie wordt via een katheter medicatie (cytostatica of immunotherapie) rechtstreeks in de blaas toegediend. Deze middelen kunnen schadelijk zijn bij contact met de huid van zowel patiënt als zorgverlener. Daarom is het belangrijk blootstelling tijdens de procedure te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er zijn verschillende beschermingsmaatregelen beschikbaar, zoals handschoenen, beschermende kleding en oogbescherming. In de praktijk bestaat onduidelijkheid over welke maatregelen noodzakelijk zijn. Om de veiligheid voor verpleegkundigen te waarborgen én onnodig gebruik van materialen en afvalproductie te voorkomen, worden de veiligheidsmaatregelen in deze module beschreven.
Literatuursamenvatting
Zoekvraag en evt. aanvullende in- en exclusiecriteria
| Zoekvraag | Wat is het effect van specifieke veiligheidsbevorderende maatregelen ten opzichte van standaard zorg tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | De zorgverlener die de blaasinstillatie uitvoert |
| I | Specifieke veiligheidsmaterialen dragen zoals handschoenen, overschort en brillen |
| C/R | Standaard zorg |
| O | Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen bij toediening (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu) |
| In- en exclusiecriteria | Studie design (SR, RCT, ander vergelijkend onderzoek)
|
Specificatie van de uitkomstmaten
| Uitkomstmaat | Cruciaal of belangrijk voor de besluitvorming | Definitie |
| Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen bij klaarmaken (veegproeven) | Cruciaal | We houden de definitie zoals gehanteerd in de geïncludeerde artikelen aan. |
| Irritatie van de huid | Cruciaal | We houden de definitie zoals gehanteerd in de geïncludeerde artikelen aan. |
| Duurzaamheidsaspecten (milieu) | Belangrijk | Invloed op duurzaamheid wat betreft het weggooien van afval dat in aanraking is geweest met de medicatie |
*De werkgroep heeft de volgende grenzen voor klinisch relevante verschillen vastgesteld: een relatief risico van 0,8 of 1,25
Literatuursearch en -selectie
Er is op 12 augustus 2024 gezocht in Medline (via OVID) en CINAHL (via EBSCO), Invert met behulp van relevante zoektermen. Er is gefilterd op: studies vanaf 2005, Engels, Nederlands, Duits en Frans, systematische reviews (SRs), randomized controlled trials (RCTs) en overig vergelijkend onderzoek.
De zoekverantwoording is toegevoegd in bijlage 2.1.
Beschrijving geïncludeerde studies en resultaten
De search leverde in totaal 987 titels op (zie PRISMA Flow diagram, bijlage 2.2). Op basis van titel en abstract werden tien studies voorgeselecteerd. Na screening van de volledige tekst, werden deze tien studies geëxcludeerd (zie bijlage 2.3 – exclusietabel).
Er konden geen studies worden opgenomen in de literatuursamenvatting.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is geen literatuur gevonden die de zoekvraag beantwoordt.
Geconstateerd wordt dat verpleegkundigen op de afdeling of op de polikliniek altijd werken met (semi-)gesloten systemen die zijn voorzien van een barrière, bijvoorbeeld een lijn gevuld met fysiologisch zout of lucht. Het risico op blootstelling aan cytostatica bij het bereiden van een cytostaticum voor een verpleegkundige is laag (calamiteiten uitgezonderd) (Blom et al., 2025). Bij het katheteriseren dient een katheter met een gelockte en geborgde verbinding gebruikt te worden. Hierdoor is een veilig en gesloten systeem mogelijk. Er zijn goede katheters met een gelockte en geborgde verbinding verkrijgbaar. Door gebruik te maken van een gelockte en geborgde verbinding met driewegkraan (zoals een Luerlock-systeem) ontstaat de mogelijkheid om na het instilleren de katheter met 5 ml NaCl 0,9% (het volume van de katheter en de eventuele gelockte en geborgde verbinding) door te spoelen zonder een open verbinding te laten ontstaan. Door het doorspoelen van de katheter kan het geneesmiddel niet buiten de patiënt komen. Dit draagt bij aan de veiligheid voor zowel de patiënt als voor de verpleegkundige.
Bij BCG én Mitomycine C moeten de omgeving en de toediener beschermd zijn tegen blootstelling. Daarom past de werkgroep dezelfde veiligheidsmaatregelen toe bij Mitomycine C en BCG.
Geconstateerd wordt dat tijdens het toedienen van cytostatica het van belang is om te zorgen voor een goede persoonlijke hygiëne conform de SRI-richtlijn Handhygiëne & Persoonlijke hygiëne medewerker. Als dit uitgangspunt wordt gerespecteerd, dan kan ook tijdens de toediening van (semi-) gesloten systemen worden volstaan met het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen (Cytostatica | Dokterhoe, n.d.). De niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen moeten bestand zijn tegen cytostatica en voldoen aan de NEN-EN 16523-1:2015+A1:2018. Het dragen van handschoenen is noodzakelijk om te kunnen anticiperen op mogelijke calamiteiten, en zorgt voor persoonlijke veiligheid van de verpleegkundige.
Het vereist inzicht en discipline om handschoenen (persoonlijke beschermingsmiddelen) te gebruiken wanneer besmetting mogelijk is en ze uit te trekken wanneer die kans afwezig is. Besmette handschoenen kunnen namelijk zorgen voor ongemerkte verspreiding van cytostatica. Het is daarom van belang om te voorkomen dat de toediening onderbroken moet worden.
- Aan het begin van de werkzaamheden desinfecteert men de handen voordat de wegwerphandschoenen worden aangetrokken.
- Voor iedere nieuwe toediening moeten na desinfectie schone niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen worden aangetrokken.
- Trek niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen direct uit bij iedere onderbreking, bijvoorbeeld bij het opnemen van telefoon, of het afnemen van urinemonster (besmetting van urinepotje). Desinfecteer en trek steeds nieuwe handschoenen aan.
- Handschoenen moeten direct na het aan- of afkoppelen uitgetrokken worden.
- Handschoenen
- die tijdens de toedieningsprocedure zichtbaar in aanraking zijn gekomen met een cytostaticum / BCG of beschadigd worden, trekt men onmiddellijk uit. Was de handen eerst met water en zeep voor het aantrekken van nieuwe handschoenen.
- Na het beëindigen van de werkzaamheden worden de handschoenen uitgetrokken en de handen gedesinfecteerd. De uitgetrokken handschoenen zijn cytostatica-afval.
Het dragen van aanvullende beschermingsmiddelen zoals overschort en gelaatsbescherming (bril + screen) is bij de toediening niet nodig. Het systeem is namelijk ofwel voorzien van een barrière, ofwel schoongespoeld. Bovendien is de kans zeer gering dat de kleding bij normaal uitgevoerde werkprocedures besmet wordt met cytostatica (Cytostatica | Dokterhoe, n.d.).
Tijdens de toediening van Mitomycine C en BCG dienen niet vocht doorlatende absorberende onderleggers gebruikt te worden om besmetting van de omgeving te voorkomen. De niet vocht doorlatende absorberende onderleggers worden bij mannen over de bovenbenen gelegd. Bij verwijderen van de katheter (zowel bij mannen als bij vrouwen) kan de onderlegger om de kathetertip gevouwen worden om eventueel druppels aan het einde van de kathetertip op te vangen.
Waarden en voorkeuren van patiënten en hun naasten
Vanuit het perspectief van de patiënt en hun naasten verwacht de werkgroep geen voorkeur voor de beschermende middelen die gebruikt worden tijdens de toediening van een blaasinstillatie.
Kosten(effectiviteit)
In het kader van kosteneffectiviteit wordt verwacht dat het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen wenselijker is dan routinematig gebruik van aanvullende beschermingsmiddelen (zoals overschort en gelaatsbescherming). Hiermee wordt verspilling van materialen voorkomen en worden de zorgkosten van deze aanvullende beschermingsmaatregelen beperkt, met behoud van de veiligheid voor de verpleegkundige.
Duurzaamheid
In het kader van duurzaamheid wordt verwacht dat het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen wenselijker is dan routinematig gebruik van aanvullende beschermingsmiddelen (zoals overschort en gelaatsbescherming). Hiermee wordt verspilling van materialen voorkomen en worden de afvalstromen van deze aanvullende beschermingsmaatregelen beperkt, met behoud van de veiligheid voor de verpleegkundige en de patiënt.
Gelijkheid
De werkgroep voorziet geen ongelijkheid in de toepassing van de veiligheidsmaatregelen niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen en absorberende onderleggers tijdens de uitvoering van een blaasinstillatie.
Aanvaarbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Het dragen van niet-steriele (nitril of neopreen) wegwerphandschoenen en het gebruik van absorberende onderleggers is voor patiënten, zorgverleners en beleidsmakers algemeen aanvaardbaar en sluit aan bij bestaande veiligheids- en hygiënevoorschriften. De maatregel is reeds opgenomen in de Arbocatalogus Cytostatica UMC's en maakt deel uit van de standaardzorg, waardoor implementatie geen belemmeringen kent. Verschillen tussen subgroepen of zorgdomeinen worden niet verwacht.
Kennisvragen
Uit de literatuursamenvatting is naar voren gekomen dat er vervolgonderzoek nodig is, zodat de zoekvraag en uiteindelijk de uitgangsvraag duidelijker kan worden beantwoord. De werkgroep formuleerde de volgende onderzoeksvraag:
| Zoekvraag | Wat is het effect van specifieke veiligheidsbevorderende maatregelen ten opzichte van standaard zorg tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | De zorgverlener die de blaasinstillatie uitvoert |
| I | Specifieke veiligheidsmaterialen dragen zoals handschoenen, overschort en brillen |
| C/R | Standaard zorg |
| O | Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen bij toediening (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu) |
Referenties
Blom, H., Carthy, C. M., van den Berg, R., Crul, M., de Blok, W., Wilms, E., & Oddens, J. R. (2025). Safe Administration of Mitomycin in Bladder Instillation for Cancer: A Pilot Study. International Journal of Urological Nursing, 19(3), e70032. https://doi.org/10.1111/ijun.70032
Cytostatica | Dokterhoe. (n.d.).
EAUN Guidelines on Intravesical instillation with mitomycin C and bacillus Calmette-Guérin in non-muscle-invasive bladder cancer. (2026). https://nurses.uroweb.org/guidelines/intravesical-instillation
Haifler, M., Lang, E., Sabler, I., Gutman, Y., Lindner, A., & Zisman, A. (2010). Increasing medical staff safety by using a closed system for intravesical instillation of mitomycin C. Urology, 76(3), 649–651. https://doi.org/10.1016/j.urology.2010.02.058
Hensley. (2016, July). Hazardous Drugs in the Urology Workplace: Focus on Intravesical Medications – PubMed. UROLOGIC NURSING. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29240329/
Rink, M., Xylinas, E., Babjuk, M., Pycha, A., Karakiewicz, P. I., Novara, G., Dahlem, R., & Shariat, S. F. (2012). Smoking reduces the efficacy of intravesical bacillus Calmette- Guérin immunotherapy in non-muscle-invasive bladder cancer. European Urology, 62(6), 1204–1206. https://doi.org/10.1016/j.eururo.2012.08.057
Sfakianos, J. P., Shariat, S. F., Favaretto, R. L., Rioja, J., & Herr, H. W. (2011). Impact of smoking on outcomes after intravesical bacillus Calmette-Guérin therapy for urothelial carcinoma not invading muscle of the bladder. BJU International, 108(4), 526–530. https://doi.org/10.1111/j.1464-410X.2010.09874.x
van Dongen – NFU, A. (2021). LOAZ Arbocatalogus Deel Cytostatica update april 2021.
Veilig werken met cytostatica – Kennisplatform. (n.d.). Retrieved March 4, 2026, from https://kennisplatform.venvn.nl/onderwerp/veilig-werken-met-cytostatica/
Verantwoording
Autorisatie en geldigheid
Regiehouder: Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
Datum autorisatie: september 2026
Geautoriseerd door:
• Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
• Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker
• Nederlandse Vereniging voor Urologie
Samenstelling werk- en klankbordgroep
In 2024 is een multidisciplinaire werkgroep gevormd bestaande uit inhoudsdeskundige leden en vertegenwoordigers van relevante beroepsgroepen en patiëntenorganisaties die betrokken zijn bij het onderwerp blaasinstillatie.
De werkgroep bestaat uit de volgende leden:
- Mw. Jeannette Verkerk-Geelhoed, MSc, verpleegkundig specialist St. Antonius ziekenhuis, namens V&VN Urologie verpleegkundigen, voorzitter
- Prof. Dr. Jeroen van Moorselaar, uroloog Amsterdam UMC, namens de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)
- Dhr. Piet Klein, bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, namens de gelijknamige patiëntenvereniging
- Dhr. Patrick Potjes, verpleegkundige in opleiding tot specialist bij de urologische oncologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, namens V&VN Urologie verpleegkundigen
- Mw. Anita Smits-van de Camp, MA-ANP, verpleegkundig specialist oncologische urologie, Radboud UMC, namens V&VN VS en V&VN Oncologie.
Ondersteuning en financiering
De richtlijn is ontwikkeld met ondersteuning van het Kennisinstituut V&VN.
De ondersteuning bestond uit:
- Dhr. Lars Dijk, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Amy den Haan, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Dhr. Mitchell van Doormaal, MSc, Senior adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Saskia Persoon, PhD, Programmamanager, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Monique Wessels, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken t/m januari 2025) - Dhr. Stevie van Mierden, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken vanaf februari 2025) - Dhr. Marijn Molenaar, MSc, Beleidsmedewerker, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Anne-Marie Meijering, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Marlene Dodeman, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Ashley Spoelstra, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
De ontwikkeling is gefinancierd vanuit de Kwaliteitsgelden Verpleging en Verzorging (ZonMw). De financier heeft op geen enkele wijze invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
Belangenverstrengeling
De ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke Beïnvloeding door belangenverstrengeling’ is gevolgd. De belangen van de werkgroepleden en betrokken richtlijnadviseurs zijn bij de start en na afronding van de richtlijnontwikkeling geïnventariseerd door middel van de KNAW-code belangenverstrengeling. Eventuele belangenverstrengeling en beheersmaatregelen zijn besproken binnen de werkgroep. Een interne belangencommissie heeft de belangen en eventuele voorgestelde maatregelen gecontroleerd. In onderstaande tabel zijn de opgegeven belangen samengevat en eventueel voorgestelde acties opgenomen.
| Werkgroeplid | Functie | Nevenfuncties | Gemelde belangen | Ondernomen actie / beheers-maatregel | Akkoord hoofd kennis-instituut |
| Jeannette Verkerk-Geelhoed (voorzitter werkgroep) | Verpleegkundig specialist AGZ andrologie / seksualiteit en urologie |
|
Presentatie bij scholing op het gebied van seksuologie van Coloplast tegen betaling Betaald adviseurschap 2023 bij Recordati Beiden hebben geen invloed op het onderwerp van de richtlijn Betaling door UMCG Urologie open acces publiceren artikel |
Geen | ☒ |
| Jeroen van Moorselaar | Hoogleraar Urologie, Amsterdam UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Piet Klein | Gepensioneerd | Bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, onbetaald | Geen | Geen | ☒ |
| Patrick Potjes | Verpleegkundige in opleiding tot specialist, UMC Utrecht. | Geen | Geen | Geen | ☒ |
| Anita Smits van de Camp | Verpleegkundig specialist Oncologische urologie Radboud UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Amy den Haan | Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Lars Dijk |
Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Lars was employed by the General Practitioners Research Institute (2020-2025). GPRI conducted investigator- and sponsor-initiated research funded by non-commercial organizations, academic institutes, and pharmaceutical companies (including AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, Chiesi, GSK, Mundipharma, Novartis, and Teva). Publicaties zijn te vinden via https://www.researchgate.net/profile/Lars_Dijk |
Geen | ☒ |
| Saskia Persoon | Vanaf juli 2023 Programmamanager Richtlijnen bij Kennisinstituut V&VN (32 u per week); Van april 2022-juni 2023: Senior beleidsadviseur kwaliteit NVZA; Tot april 2022: (Senior) adviseur Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Mitchell van Doormaal | Senior adviseur Richtlijnen, |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Stevie van der Mierden | Informatiespecialist Antoni van Leeuwenhoek/Nederlands kanker Instituut (0.72 fte). Informatiespecialist V&VN (0.39 fte) | Penningmeester/bestuur vereniging BMI (biomedisch informatiespecialisten); onbetaald. | Geen | Geen | ☒ |
| Monique Wessels | Literatuurspecialist Richtlijnen | Lid referentenpanel Patiëntenfederatie Nederland (onbetaald, wel vergoeding) – Redactie website en nieuwsbrief Ontgroei (onbetaald) Secretaris stichting Groene Juliana |
Geen | Geen | ☒ |
De afzonderlijke belangenverklaringen kunnen opgevraagd worden bij Kennisinstituut V&VN.
Zorgvragersperspectief
Het zorgvragersperspectief is geborgd in alle fases van de richtlijnontwikkeling. In de werkgroep is het zorgvragersperspectief afgestemd met Patiëntenfederatie Nederland en vertegenwoordigd door een werkgroeplid van Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker. In de commentaarfase is de conceptrichtlijn schriftelijk ter commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Patiëntenfederatie blaas- of nierkanker.
Werkwijze
Bij de richtlijnontwikkeling is de standaard aanpak van V&VN, gebaseerd op de AQUA-leidraad, gevolgd (Zorginstituut Nederland, 2021). De GRADE methodiek neemt hierbij een belangrijke plaats in (Neumann et al, 2024). De richtlijn is modulair opgebouwd zodat onderhoud efficiënt en flexibel kan plaatsvinden.
Voorbereidingsfase
De werkgroep heeft de knelpunten geïnventariseerd met een vragenlijst en het concept raamwerk schriftelijk voorgelegd aan verschillende partijen. De partijen die hieraan meededen zijn: Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), ActiZ. Geïnventariseerde knelpunten zijn vervolgens besproken en geprioriteerd, waarna deze omgezet zijn naar uitgangsvragen.
Ontwikkelfase
De uitgangsvragen zijn beantwoord middels de GRADE methodiek (Neumann et al, 2024). Waar mogelijk is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur. Vervolgens zijn op basis van de GRADE methodiek literatuurconclusies opgesteld. Middels het GRADE 'evidence-to-decision' framework heeft de werkgroep overwegingen in kaart gebracht en de rationale beschreven. Op basis van de relevante overwegingen is de richting en sterkte van een aanbeveling bepaald.
Bij uitgangsvragen waarbij het niet nuttig/mogelijk werd geacht om voor de beantwoording een (volledige) literatuuranalyse met GRADE beoordeling uit te voeren, is de reden hiervoor beschreven bij de betreffende module. Binnen iedere module afzonderlijk is de verantwoording van de beantwoorden van de uitgangsvraag specifiek en transparant beschreven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is ter becommentariëring voorgelegd aan de volgende verenigingen en (patiënt)organisaties: Actiz, IGJ, Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Patiëntenfederatie Nederland, Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, UMC NL, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), Zorginstituut Nederland (ZiNL), Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
De commentaren zijn verzameld, besproken en door de werkgroep zo veel mogelijk verwerkt in de conceptrichtlijn. Vervolgens is de richtlijn voor autorisatie/accordering voorgelegd aan de primair betrokken verenigingen en (patiënt)organisaties.
Juridische betekenis van de richtlijn
De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënten van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden en is de verantwoordelijkheid van de zorgverlener.
Mogelijke financiële gevolgen
Conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is bij deze richtlijn geëvalueerd of de aanbevelingen uit de richtlijn substantiële financiële gevolgen hebben. Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële gevolgen zijn (zoals deze gedefinieerd zijn in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, lid 3).
Implementatie
De werkgroep heeft bij elke richtlijnmodule per aanbeveling een advies uitgebracht over het tijdspad voor de implementatie, de daarvoor benodigde randvoorwaarden en de acties die de verschillende partijen dienen te ondernemen. Hiervoor is specifiek gekeken naar de factoren die de implementatie van de aanbeveling in de lokale setting kunnen bevorderen of belemmeren.
Onderwerpen voor verder onderzoek (kennisvragen)
Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn is gebleken dat er naar sommige vragen uit de praktijk nog onvoldoende onderzoek is gedaan. Vervolgonderzoek is nodig om in de toekomst deze vragen duidelijker te kunnen beantwoorden. De kennisvragen zijn toegevoegd aan de modules.
Referenties
Gezondheidsraad, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), & Federatie Medisch Specialisten (FMS). (2017). Gedragscode belangenverstrengeling: Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling (geactualiseerd januari 2017). https://storage.knaw.nl/2022-08/Gedragscode-belangenverstrengeling-januari-2017.pdf
Neumann I, Schünemann H (Editors). The GRADE Book version 1.0 (updated September 2024). The GRADE Working Group.
Zorginstituut Nederland. (2021). AQUA-leidraad: Leidraad voor kwaliteitsstandaarden [PDF]. AQUA-Leidraad (voorheen Leidraad voor kwaliteitsstandaarden) | Ontwikkeltools | Zorginzicht
Veiligheid na de uitvoering van een blaasinstillatie
Uitgangsvraag
Welke veiligheidsbevorderende maatregelen worden aanbevolen voor patiënten en zorgverleners na het uitvoeren van een blaasinstillatie?
Aanbevelingen
- Adviseer patiënten om na de blaasinstillatie:
- Zittend te urineren.
- Het toilet tweemaal door te spoelen met gesloten deksel en aansluitend de handen te wassen.
- Na BCG-instillatie natriumhypochloriet (vloeibaar of tablet) toe te voegen aan de urine voordat het toilet wordt doorgespoeld.
Sterk – voor
- Adviseer bij behandeling met Mitomycine C het sanitair minimaal eenmaal per dag met een pH-neutraal of alkalisch schoonmaakmiddel te desinfecteren gedurende twee dagen na toediening.
Sterk – voor - Adviseer bij behandeling met BCG het sanitair minimaal eenmaal per dag met een chloorhoudend middel te desinfecteren gedurende één week na toediening.
Sterk – voor
- Adviseer bij behandeling met Mitomycine C beschermende maatregelen bij seksueel contact gedurende twee dagen na toediening.
Sterk – voor
- Adviseer bij behandeling met BCG beschermende maatregelen bij seksueel contact gedurende één week na toediening.
Sterk – voor
- Volg voor maatregelen rondom patiëntverzorging de voorschriften zoals beschreven in de Arbocatalogus Cytostatica UMC’s.
Sterk – voor
- Overweeg, indien mogelijk, handelingen met risico op contact met lichaamsvloeistoffen (zoals urineverzameling) buiten de risicoperiode van 1 tot 7 dagen in te plannen na toediening van een blaasinstillatie.
Sterk – voor
- Voer al het materiaal dat mogelijk met cytostatica of BCG is besmet af in speciale SZA-bakken.
Sterk – voor
Rationale
De werkgroep doet een sterke aanbeveling vóór het adviseren van patiënten om na een blaasinstillatie zittend te urineren, het toilet tweemaal door te spoelen met gesloten deksel en aansluitend de handen te wassen, omdat deze maatregelen o.a. de kans op secundaire contaminatie verminderen en daarmee de blootstelling van naasten en zorgverleners beperken. De maatregelen zijn eenvoudig uitvoerbaar, weinig belastend voor de patiënt en effectief in het reduceren van omgevingscontaminatie.
De werkgroep doet een sterke aanbeveling vóór het adviseren van patiënten om na een BCG-instillatie natriumhypochloriet aan de urine toe te voegen voordat het toilet wordt doorgespoeld, omdat natriumhypochloriet BCG op basis van bekende microbiologische eigenschappen effectief inactiveert en daarmee veiligheidsrisico’s vermindert. Aanvullende (zure) reinigingsmiddelen bieden geen extra veiligheidswinst.
De werkgroep doet een sterke aanbeveling vóór het dagelijks desinfecteren van het sanitair gedurende twee dagen na behandeling met Mitomycine C met een pH-neutraal of licht alkalisch schoonmaakmiddel én vóór het adviseren van beschermende maatregelen bij seksueel contact gedurende deze periode, omdat hiermee blootstelling van huisgenoten en partners aan residuen van cytostatica via oppervlakken en lichaamsvloeistoffen wordt beperkt. De aanbevolen termijn van twee dagen biedt op basis van farmacologische en praktische overwegingen een veilige marge, sluit aan bij bestaande arbovoorschriften en is proportioneel en weinig belastend voor de patiënt.
De werkgroep doet een sterke aanbeveling vóór het dagelijks desinfecteren van het sanitair gedurende één week na behandeling met BCG met een chloorhoudend middel én vóór het adviseren van beschermende maatregelen bij seksueel contact gedurende deze periode, omdat BCG gevoelig is voor natriumhypochloriet en er een potentieel risico bestaat op transmissie van de tuberkelbacil via gecontamineerde oppervlakken en lichaamsvloeistoffen. De termijn van één week sluit aan bij de veronderstelde risicoperiode, en de voorgestelde maatregelen zijn effectief, uitvoerbaar en proportioneel gezien de mogelijke ernst van een infectie.
De werkgroep doet een sterke aanbeveling vóór het afvoeren van al het materiaal dat mogelijk met cytostatica of BCG is besmet in speciale SZA-bakken, omdat dit aansluit bij bestaande veiligheidsvoorschriften, de kans op contact- en omgevingsblootstelling minimaliseert en bijdraagt aan een veilige en uniforme afvalverwerking binnen zorginstellingen.
Achtergrond
Na het ontvangen van een blaasinstillatie moet de medicatie, die in de blaas is ingebracht, worden uitgeplast. De personen in de omgeving van de patiënt kunnen veiligheidsmaatregelen treffen om zich te beschermen tegen de schadelijke effecten van de medicatie. Dit geldt voor mantelzorgers en naasten van de patiënt, maar ook voor zorgverleners die thuis bij de patiënt zorg verlenen. Deze zorg hoeft niet gerelateerd te zijn aan de blaasinstillatie. Maatregelen om de patiënt zelf te beschermen zijn niet nodig (de patiënt is al blootgesteld aan de medicatie als onderdeel van de behandeling), maar de patiënt kan wel maatregelen treffen om te vermijden dat excretie in contact komt met zorgverleners en naasten.
Er zijn tegenstrijdigheden in bestaande documenten betreft de passende veiligheidsmaatregelen die nodig zijn nadat een blaasinstillatie uitgevoerd is. Deze module focust zich op de veiligheidsbevorderende maatregelen die patiënten en zorgverleners toe dienen te passen.
Literatuursamenvatting
Zoekvraag en evt. aanvullende in- en exclusiecriteria
| Zoekvraag | Welke veiligheidsbevorderende maatregelen worden aanbevolen voor patiënten na het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | Patiënten die een blaasinstillatie hebben ontvangen |
| I | Aanvullende/specifieke maatregelen om veilig om te gaan met cytostatica na de toediening |
| C/R | Geen veiligheidsmaatregelen, standaard zorg |
| O | Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu) |
| In- en exclusiecriteria | Studie design (SR, RCT, ander vergelijkend onderzoek)
|
| Zoekvraag | Welke veiligheidsbevorderende maatregelen worden aanbevolen voor zorgverlener na het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | Zorgverleners |
| I | Aanvullende/specifieke maatregelen om veilig om te gaan met cytostatica na de toediening |
| C/R | Geen veiligheidsmaatregelen, standaard zorg |
| O | Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu) |
| In- en exclusiecriteria | Studie design (SR, RCT, ander vergelijkend onderzoek)
|
Specificatie van de uitkomstmaten
| Uitkomstmaat | Cruciaal of belangrijk voor de besluitvorming | Definitie |
| Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen bij klaarmaken (veegproeven) | Cruciaal | We houden de definitie zoals gehanteerd in de geïncludeerde artikelen aan |
| Irritatie van de huid | Cruciaal | We houden de definitie zoals gehanteerd in de geïncludeerde artikelen aan |
| Duurzaamheidsaspecten (milieu) | Belangrijk | Invloed op duurzaamheid wat betreft het weggooien van afval dat in aanraking is geweest met de medicatie |
*De werkgroep heeft de volgende grenzen voor klinisch relevante verschillen vastgesteld: een relatief risico van 0,75 of 1,25
Literatuursearch en -selectie
Er is op 12 augustus 2024 gezocht in Medline (via OVID) en CINAHL (via EBSCO), Invert met behulp van relevante zoektermen. Er is gefilterd op: studies vanaf 2005, Engels, Nederlands, Duits en Frans, systematische reviews (SRs), randomized controlled trials (RCTs) en overig vergelijkend onderzoek.
De zoekverantwoording is toegevoegd in bijlage 3.1.
Beschrijving geïncludeerde studies en resultaten
De search leverde in totaal 987 titels op (zie PRISMA Flow diagram, bijlage 3.2). Op basis van titel en abstract werden tien studies voorgeselecteerd. Na screening van de volledige tekst, werden deze tien studies geëxcludeerd (zie bijlage 3.3 – exclusietabel)
Er konden geen studies worden opgenomen in de literatuursamenvatting.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is geen literatuur gevonden die de zoekvraag naar veiligheidsvoorschriften na het toedienen van een blaasinstillatie bij patiënten beantwoordt. Voor geen van de (cruciale of belangrijke) uitkomstmaten zijn directe onderzoeksgegevens beschikbaar.
Deze aanbevelingen zijn niet gebaseerd op vergelijkend klinisch onderzoek, maar op bestaande richtlijnen/protocollen en expert opinion.
Patiënt verzorging
Blaasinstillaties vinden veelal poliklinisch plaats, waarna de patiënt direct naar huis gaat. Hierdoor verplaatst het potentiële blootstellingsrisico zich van de zorginstelling naar de thuissituatie. Voor maatregelen rondom patiëntverzorging wordt verwezen naar de Arbocatalogus Cytostatica UMC's (Cytostatica | Dokterhoe, n.d.) die is opgesteld ter bescherming van patiënten, zorgverleners en de omgeving.
Standaard schoonmaken omgeving
Voor het schoonmaken van de omgeving bij blaasinstillatie moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van niet-agressieve pH-neutrale of lichtalkalische schoonmaakmiddelen. Dit minimaliseert onnodige blootstelling aan agressieve reinigingsmiddelen.
Toiletgebruik
Na de blaasinstillatie dient de patiënt (ook mannen) zittend te urineren, om spatten te voorkomen. De patiënt dient het toilet tweemaal door te spoelen met het deksel dicht en daarna de handen te wassen.
Indien de patiënt een verblijfskatheter heeft, is het belangrijk om de patiënt in het ziekenhuis te houden totdat de spoelvloeistof in de katheterzak is opgevangen en wordt afgevoerd via een SZA-bak.
Op basis van bekende microbiologische eigenschappen kan BCG worden geïnactiveerd door natriumhypochloriet 5% (vloeibaar of tablet). Natriumhypochloriet kan aan de urine toe worden gevoegd voordat het toilet doorgespoeld wordt. Er kan een chloorlucht ontstaan. De chloorlucht is erger als de urine meer zuur is. Dit blijft beperkt omdat heel zure urine niet voorkomt.
Eén chloortablet wordt als voldoende beschouwd om de urine adequaat te behandelen. In de thuissituatie volstaat een kleine hoeveelheid vloeibare chloor in de toiletpot na het urineren.
Bij Mitomycine C dient het sanitair minimaal eenmaal per dag gereinigd te worden met een pH-neutraal of alkalisch schoonmaakmiddel. Bij BCG dient het sanitair minimaal 1 keer per dag gereinigd te worden met chloor.
Seksualiteit na blaasinstillatie
Bij behandeling met BCG bestaat een risico op transmissie van de tuberkelbacil via seksueel contact. Uit voorzorg wordt uitgegaan van een potentieel risico tot één week na toediening. Het gebruik van een condoom wordt aanbevolen.
Bij behandeling met Mitomycine C is het doel het beschermen van de partner tegen blootstelling aan het cytostaticum. Op basis van farmacologische en praktische overwegingen wordt aangenomen dat twee dagen na toediening een veilige marge biedt. Gedurende deze periode wordt condoomgebruik aanbevolen.
Bij zowel Mitomycine C als BCG worden voorzorgsmaatregelen aanbevolen om zwangerschap te voorkomen.
Voorzorgsmaatregelen voor zorgverlener
Na toediening van een blaasinstillatie kan de patiënt gedurende een risicoperiode van circa 1 tot 7 dagen (afhankelijk van het gebruikte cytostaticum) een bron van blootstelling vormen voor zorgverleners. Indien mogelijk wordt aanbevolen handelingen waarbij contact met lichaamsvloeistoffen kan optreden, zoals het verzamelen van urine, niet in deze periode te laten plaatsvinden. Indien dergelijke handelingen medisch noodzakelijk zijn, dienen passende voorzorgsmaatregelen te worden getroffen conform de Arbocatalogus Cytostatica UMC's (Cytostatica | Dokterhoe, n.d.).
Afvalverwerking
Voor al het materiaal dat mogelijk met cytostatica is besmet, wordt aanbevolen gebruik te maken van speciale SZA-bakken (specifiek ziekenhuisafval) met voetpedaal. Deze werkwijze sluit aan bij de Arbocatalogus Cytostatica UMC’s en heeft als doel het minimaliseren van blootstelling en het veilig afvoeren van besmet materiaal.
Gewenste effecten
De gewenste effecten van de interventies (voorzorgs- en de hygiënemaatregelen) zijn vermindering van blootstelling van de patiënt en naasten aan potentieel schadelijke stoffen en vergroten van de veiligheid in de thuissituatie. De voorzorgsmaatregelen voor verpleegkundigen zijn gericht op het verminderen van beroepsmatige blootstelling aan cytostatica.
Ongewenste effecten
De ongewenste effecten zijn beperkt en betreffen met name extra belasting voor de patiënt in de vorm van gedrags- en hygiënemaatregelen. Voor verpleegkundigen zijn er geen aanwijzingen voor nadelige effecten.
Waarden en voorkeuren van patiënten en hun naasten
Hoewel de ongewenste effecten beperkt zijn, kunnen de aanbevolen maatregelen voor patiënten een tijdelijke extra belasting betekenen in de vorm van gedrags- en hygiënemaatregelen, met mogelijke invloed op comfort, privacy en intimiteit. Vanuit het perspectief van de patiënt en hun naasten wordt geen voorkeur voor de beschermende maatregelen die de zorgverlener neemt verwacht.
Kosten(effectiviteit)
Er zijn geen studies beschikbaar over de kosteneffectiviteit van de veiligheidsmaatregelen. Het middelenbeslag wordt als gering beschouwd en het is de verwachting dat de maatregelen geen relevante invloed hebben op de zorgkosten.
Duurzaamheid
Er is geen literatuur beschikbaar over de duurzaamheid van de veiligheidsmaatregelen. De maatregelen sluiten grotendeels aan bij bestaande werkwijzen en hebben naar verwachting een beperkte impact op duurzaamheid.
Gelijkheid
Er wordt geen verschil verwacht in toegang tot of effectiviteit van de veiligheidsmaatregelen tussen specifieke groepen. De maatregelen hebben naar verwachting geen invloed op gezondheidsongelijkheid.
Aanvaarbaarheid, haalbaarheid en implementatie
De omschreven veiligheidsmaatregelen worden voor patiënten, zorgverleners en beleidsmakers als algemeen aanvaardbaar geacht en maken deel uit van de standaardzorg, waardoor implementatie geen belemmeringen kent. Verschillen tussen subgroepen of zorgdomeinen worden niet verwacht.
Kennisvragen
Uit de literatuursamenvatting is naar voren gekomen dat er vervolgonderzoek nodig is, zodat de zoekvraag en uiteindelijk de uitgangsvraag duidelijker kan worden beantwoord. De werkgroep formuleerde de volgende onderzoeksvraag:
| Zoekvraag | Welke veiligheidsbevorderende maatregelen worden aanbevolen voor patiënten na het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | Patiënten die een blaasinstillatie hebben ontvangen. |
| I | Aanvullende/specifieke maatregelen om veilig om te gaan met cytostatica na de toediening |
| C/R | Geen veiligheidsmaatregelen, standaard zorg. |
| O | Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu). |
| Zoekvraag | Welke veiligheidsbevorderende maatregelen worden aanbevolen voor zorgverlener na het uitvoeren van een blaasinstillatie? |
| P | Zorgverleners |
| I | Aanvullende/specifieke maatregelen om veilig om te gaan met cytostatica na de toediening |
| C/R | Geen veiligheidsmaatregelen, standaard zorg |
| O | Aantal keer dat de medicatie buiten het systeem is gekomen (veegproeven), irritatie van de huid, duurzaamheidsaspecten (milieu) |
Referenties
Blom, H., Carthy, C. M., van den Berg, R., Crul, M., de Blok, W., Wilms, E., & Oddens, J. R. (2025). Safe Administration of Mitomycin in Bladder Instillation for Cancer: A Pilot Study. International Journal of Urological Nursing, 19(3), e70032. https://doi.org/10.1111/ijun.70032
Cytostatica | Dokterhoe. (n.d.).
EAUN Guidelines on Intravesical instillation with mitomycin C and bacillus Calmette-Guérin in non-muscle-invasive bladder cancer. (2026). https://nurses.uroweb.org/guidelines/intravesical-instillation
Haifler, M., Lang, E., Sabler, I., Gutman, Y., Lindner, A., & Zisman, A. (2010). Increasing medical staff safety by using a closed system for intravesical instillation of mitomycin C. Urology, 76(3), 649–651. https://doi.org/10.1016/j.urology.2010.02.058
Hensley. (2016, July). Hazardous Drugs in the Urology Workplace: Focus on Intravesical Medications – PubMed. UROLOGIC NURSING. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29240329/
Rink, M., Xylinas, E., Babjuk, M., Pycha, A., Karakiewicz, P. I., Novara, G., Dahlem, R., & Shariat, S. F. (2012). Smoking reduces the efficacy of intravesical bacillus Calmette- Guérin immunotherapy in non-muscle-invasive bladder cancer. European Urology, 62(6), 1204–1206. https://doi.org/10.1016/j.eururo.2012.08.057
Sfakianos, J. P., Shariat, S. F., Favaretto, R. L., Rioja, J., & Herr, H. W. (2011). Impact of smoking on outcomes after intravesical bacillus Calmette-Guérin therapy for urothelial carcinoma not invading muscle of the bladder. BJU International, 108(4), 526–530. https://doi.org/10.1111/j.1464-410X.2010.09874.x
van Dongen – NFU, A. (2021). LOAZ Arbocatalogus Deel Cytostatica update april 2021.
Veilig werken met cytostatica – Kennisplatform. (n.d.). Retrieved March 4, 2026, from https://kennisplatform.venvn.nl/onderwerp/veilig-werken-met-cytostatica/
Verantwoording
Autorisatie en geldigheid
Regiehouder: Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
Datum autorisatie: september 2026
Geautoriseerd door:
• Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
• Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker
• Nederlandse Vereniging voor Urologie
Samenstelling werk- en klankbordgroep
In 2024 is een multidisciplinaire werkgroep gevormd bestaande uit inhoudsdeskundige leden en vertegenwoordigers van relevante beroepsgroepen en patiëntenorganisaties die betrokken zijn bij het onderwerp blaasinstillatie.
De werkgroep bestaat uit de volgende leden:
- Mw. Jeannette Verkerk-Geelhoed, MSc, verpleegkundig specialist St. Antonius ziekenhuis, namens V&VN Urologie verpleegkundigen, voorzitter
- Prof. Dr. Jeroen van Moorselaar, uroloog Amsterdam UMC, namens de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)
- Dhr. Piet Klein, bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, namens de gelijknamige patiëntenvereniging
- Dhr. Patrick Potjes, verpleegkundige in opleiding tot specialist bij de urologische oncologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, namens V&VN Urologie verpleegkundigen
- Mw. Anita Smits-van de Camp, MA-ANP, verpleegkundig specialist oncologische urologie, Radboud UMC, namens V&VN VS en V&VN Oncologie.
Ondersteuning en financiering
De richtlijn is ontwikkeld met ondersteuning van het Kennisinstituut V&VN.
De ondersteuning bestond uit:
- Dhr. Lars Dijk, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Amy den Haan, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Dhr. Mitchell van Doormaal, MSc, Senior adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Saskia Persoon, PhD, Programmamanager, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Monique Wessels, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken t/m januari 2025) - Dhr. Stevie van Mierden, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken vanaf februari 2025) - Dhr. Marijn Molenaar, MSc, Beleidsmedewerker, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Anne-Marie Meijering, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Marlene Dodeman, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Ashley Spoelstra, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
De ontwikkeling is gefinancierd vanuit de Kwaliteitsgelden Verpleging en Verzorging (ZonMw). De financier heeft op geen enkele wijze invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
Belangenverstrengeling
De ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke Beïnvloeding door belangenverstrengeling’ is gevolgd. De belangen van de werkgroepleden en betrokken richtlijnadviseurs zijn bij de start en na afronding van de richtlijnontwikkeling geïnventariseerd door middel van de KNAW-code belangenverstrengeling. Eventuele belangenverstrengeling en beheersmaatregelen zijn besproken binnen de werkgroep. Een interne belangencommissie heeft de belangen en eventuele voorgestelde maatregelen gecontroleerd. In onderstaande tabel zijn de opgegeven belangen samengevat en eventueel voorgestelde acties opgenomen.
| Werkgroeplid | Functie | Nevenfuncties | Gemelde belangen | Ondernomen actie / beheers-maatregel | Akkoord hoofd kennis-instituut |
| Jeannette Verkerk-Geelhoed (voorzitter werkgroep) | Verpleegkundig specialist AGZ andrologie / seksualiteit en urologie |
|
Presentatie bij scholing op het gebied van seksuologie van Coloplast tegen betaling Betaald adviseurschap 2023 bij Recordati Beiden hebben geen invloed op het onderwerp van de richtlijn Betaling door UMCG Urologie open acces publiceren artikel |
Geen | ☒ |
| Jeroen van Moorselaar | Hoogleraar Urologie, Amsterdam UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Piet Klein | Gepensioneerd | Bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, onbetaald | Geen | Geen | ☒ |
| Patrick Potjes | Verpleegkundige in opleiding tot specialist, UMC Utrecht. | Geen | Geen | Geen | ☒ |
| Anita Smits van de Camp | Verpleegkundig specialist Oncologische urologie Radboud UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Amy den Haan | Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Lars Dijk |
Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Lars was employed by the General Practitioners Research Institute (2020-2025). GPRI conducted investigator- and sponsor-initiated research funded by non-commercial organizations, academic institutes, and pharmaceutical companies (including AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, Chiesi, GSK, Mundipharma, Novartis, and Teva). Publicaties zijn te vinden via https://www.researchgate.net/profile/Lars_Dijk |
Geen | ☒ |
| Saskia Persoon | Vanaf juli 2023 Programmamanager Richtlijnen bij Kennisinstituut V&VN (32 u per week); Van april 2022-juni 2023: Senior beleidsadviseur kwaliteit NVZA; Tot april 2022: (Senior) adviseur Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Mitchell van Doormaal | Senior adviseur Richtlijnen, |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Stevie van der Mierden | Informatiespecialist Antoni van Leeuwenhoek/Nederlands kanker Instituut (0.72 fte). Informatiespecialist V&VN (0.39 fte) | Penningmeester/bestuur vereniging BMI (biomedisch informatiespecialisten); onbetaald. | Geen | Geen | ☒ |
| Monique Wessels | Literatuurspecialist Richtlijnen | Lid referentenpanel Patiëntenfederatie Nederland (onbetaald, wel vergoeding) – Redactie website en nieuwsbrief Ontgroei (onbetaald) Secretaris stichting Groene Juliana |
Geen | Geen | ☒ |
De afzonderlijke belangenverklaringen kunnen opgevraagd worden bij Kennisinstituut V&VN.
Zorgvragersperspectief
Het zorgvragersperspectief is geborgd in alle fases van de richtlijnontwikkeling. In de werkgroep is het zorgvragersperspectief afgestemd met Patiëntenfederatie Nederland en vertegenwoordigd door een werkgroeplid van Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker. In de commentaarfase is de conceptrichtlijn schriftelijk ter commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Patiëntenfederatie blaas- of nierkanker.
Werkwijze
Bij de richtlijnontwikkeling is de standaard aanpak van V&VN, gebaseerd op de AQUA-leidraad, gevolgd (Zorginstituut Nederland, 2021). De GRADE methodiek neemt hierbij een belangrijke plaats in (Neumann et al, 2024). De richtlijn is modulair opgebouwd zodat onderhoud efficiënt en flexibel kan plaatsvinden.
Voorbereidingsfase
De werkgroep heeft de knelpunten geïnventariseerd met een vragenlijst en het concept raamwerk schriftelijk voorgelegd aan verschillende partijen. De partijen die hieraan meededen zijn: Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), ActiZ. Geïnventariseerde knelpunten zijn vervolgens besproken en geprioriteerd, waarna deze omgezet zijn naar uitgangsvragen.
Ontwikkelfase
De uitgangsvragen zijn beantwoord middels de GRADE methodiek (Neumann et al, 2024). Waar mogelijk is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur. Vervolgens zijn op basis van de GRADE methodiek literatuurconclusies opgesteld. Middels het GRADE 'evidence-to-decision' framework heeft de werkgroep overwegingen in kaart gebracht en de rationale beschreven. Op basis van de relevante overwegingen is de richting en sterkte van een aanbeveling bepaald.
Bij uitgangsvragen waarbij het niet nuttig/mogelijk werd geacht om voor de beantwoording een (volledige) literatuuranalyse met GRADE beoordeling uit te voeren, is de reden hiervoor beschreven bij de betreffende module. Binnen iedere module afzonderlijk is de verantwoording van de beantwoorden van de uitgangsvraag specifiek en transparant beschreven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is ter becommentariëring voorgelegd aan de volgende verenigingen en (patiënt)organisaties: Actiz, IGJ, Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Patiëntenfederatie Nederland, Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, UMC NL, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), Zorginstituut Nederland (ZiNL), Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
De commentaren zijn verzameld, besproken en door de werkgroep zo veel mogelijk verwerkt in de conceptrichtlijn. Vervolgens is de richtlijn voor autorisatie/accordering voorgelegd aan de primair betrokken verenigingen en (patiënt)organisaties.
Juridische betekenis van de richtlijn
De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënten van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden en is de verantwoordelijkheid van de zorgverlener.
Mogelijke financiële gevolgen
Conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is bij deze richtlijn geëvalueerd of de aanbevelingen uit de richtlijn substantiële financiële gevolgen hebben. Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële gevolgen zijn (zoals deze gedefinieerd zijn in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, lid 3).
Implementatie
De werkgroep heeft bij elke richtlijnmodule per aanbeveling een advies uitgebracht over het tijdspad voor de implementatie, de daarvoor benodigde randvoorwaarden en de acties die de verschillende partijen dienen te ondernemen. Hiervoor is specifiek gekeken naar de factoren die de implementatie van de aanbeveling in de lokale setting kunnen bevorderen of belemmeren.
Onderwerpen voor verder onderzoek (kennisvragen)
Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn is gebleken dat er naar sommige vragen uit de praktijk nog onvoldoende onderzoek is gedaan. Vervolgonderzoek is nodig om in de toekomst deze vragen duidelijker te kunnen beantwoorden. De kennisvragen zijn toegevoegd aan de modules.
Referenties
Gezondheidsraad, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), & Federatie Medisch Specialisten (FMS). (2017). Gedragscode belangenverstrengeling: Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling (geactualiseerd januari 2017). https://storage.knaw.nl/2022-08/Gedragscode-belangenverstrengeling-januari-2017.pdf
Neumann I, Schünemann H (Editors). The GRADE Book version 1.0 (updated September 2024). The GRADE Working Group.
Zorginstituut Nederland. (2021). AQUA-leidraad: Leidraad voor kwaliteitsstandaarden [PDF]. AQUA-Leidraad (voorheen Leidraad voor kwaliteitsstandaarden) | Ontwikkeltools | Zorginzicht
Contra-indicaties
Uitgangsvraag
Op welke factoren moet voorafgaand aan een blaasinstillatie gescreend worden om te beoordelen of er sprake is van een eventuele contra-indicatie voor het toedienen van een blaasinstillatie?
Aanbevelingen
- Vraag voorafgaand aan de start van de behandeling naar de volgende factoren:
- Het vermogen om urine op te houden en eventuele incontinentieklachten
- Aanwezigheid van allergieën
- Recent voorgeschreven medicatie
- Wel of geen thuiszorg
Sterk – voor
- Vraag voorafgaand aan iedere blaasinstillatie naar de volgende factoren:
- Ervaringen met de vorige blaasinstillatie
- Gebruik van diuretica (plastabletten)
- Wijzigingen in medicatie sinds de vorige behandeling
- Plasklachten
- Aanwezigheid van huiduitslag
- Koorts (> 38,5 °C), inclusief duur en beloop
- De aanwezigheid van macroscopische hematurie
Sterk – voor
- Voer geen blaasinstillatie uit bij het vermoeden van of een bewezen urineweginfectie.
Sterk – tegen
- Overweeg bij het negatief blijven van de urinestick, ondanks urineweg gerelateerde klachten, de inzet van een urinekweek en overleg met de hoofdbehandelaar.
Zwak – voor
- Geconstateerde afwijkingen, bevindingen en genomen besluiten worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier.
Sterk – voor
Rationale
Door vóór de start van de behandeling inzicht te hebben in factoren die de veiligheid en uitvoerbaarheid van de blaasspoelingen kunnen beïnvloeden (zoals incontinentieklachten, allergieën, recente medicatie en thuiszorg) kan het risico op bijwerkingen, onbedoelde blootstelling aan naaste(n)/mantelzorgers verminderd worden. Er zijn geen nadelige effecten verbonden aan deze werkwijze. Er is daarom gekozen voor een sterke aanbeveling vóór.
Eerdere ervaringen, wijzigingen in medicatie en actuele klachten kunnen wijzen op verhoogde risico’s op bijwerkingen of complicaties bij herhaalde blaasinstillaties. Het structureel uitvragen hiervan maakt tijdige aanpassing of uitstel van behandeling mogelijk. Monitoring op deze onderwerpen voorafgaand aan iedere blaasinstillatie is essentieel voor een veilige voortzetting van de therapie. Aangezien deze werkwijze laagdrempelig is, geen risico’s kent en substantiële veiligheidswinst oplevert, is de aanbeveling sterk vóór geformuleerd.
De aanwezigheid van macroscopische hematurie verhoogt het risico op systemische absorptie van BCG en daarmee op ernstige infectieuze complicaties. Het actief uitvragen hiervan is noodzakelijk om potentieel levensbedreigende bijwerkingen te voorkomen. Gezien de duidelijke relatie tussen hematurie en verhoogd risico, en het ontbreken van nadelige gevolgen van deze screening, is een sterke aanbeveling vóór gerechtvaardigd.
Bij een urineweginfectie is het risico op complicaties, verergering van infectie en verminderde effectiviteit van de behandeling verhoogd. Blaasinstillatie onder deze omstandigheden kan leiden tot ernstige bijwerkingen. Gezien de hoge potentiële schade en het ontbreken van nadelige effecten is gekozen voor een sterke aanbeveling vóór het niet uitvoeren van instillatie.
Een nitriet- en leukocytentest biedt een snelle, laagdrempelige en betrouwbare eerste screening op een urineweginfectie. Hiermee kan tijdig worden vastgesteld of het uitvoeren van een blaasinstillatie veilig is. De test is eenvoudig uitvoerbaar en draagt direct bij patiëntveiligheid en een sterke aanbeveling vóór is hiermee gerechtvaardigd.
Hoewel een negatieve urinestick een infectie minder waarschijnlijk maakt, sluit deze een urineweginfectie niet volledig uit. In geval van aanhoudende klachten kan aanvullende diagnostiek zinvol zijn. De beschikbare evidentie voor routinematige inzet van urinekweek in deze situatie lijkt beperkt en de opbrengst wisselend. Daarom wordt geadviseerd om deze test op individuele basis te overwegen in overleg met de hoofdbehandelaar, wat resulteert in een zwakke aanbeveling vóór.
Adequate verslaglegging bevordert continuïteit van zorg, overdraagbaarheid van informatie en juridische borging. Het vastleggen van afwijkingen en besluiten ondersteunt klinische besluitvorming en kwaliteitsbewaking. Aangezien deze maatregel essentieel is voor veilige zorg en geen nadelige gevolgen heeft, is gekozen voor een sterke aanbeveling vóór.
Achtergrond
In de meeste ziekenhuizen wordt de blaasinstillatie uitgevoerd door de verpleegkundige, die de patiënt bovendien regelmatig ziet. De uroloog stelt de indicatie voor de blaasinstillatie en komt doorgaans alleen in beeld bij de controle-cystoscopie op de polikliniek. Hoewel de behandelend uroloog bij de keuze van het type behandeling rekening dient te houden met mogelijke contra-indicaties, spelen verpleegkundigen een cruciale rol bij het signaleren van klachten, bijwerkingen en complicaties die kunnen wijzen op contra-indicaties voor een blaasinstillatie, zowel vlak voor als tijdens de behandeling. Door tijdige herkenning door de verpleegkundige kunnen (ernstige) bijwerkingen voor de patiënt worden voorkomen.
Literatuursamenvatting
Literatuursearch en -selectie
Voor de beantwoording van de uitgangsvraag is geen literatuursearch uitgevoerd, maar is gebruik gemaakt van de European Association of Urology Nurses (EAUN) richtlijn (EAUN Guidelines on Intravesical Instillation with Mitomycin C and Bacillus Calmette-Guérin in Non-Muscle-Invasive Bladder Cancer, 2026)
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is niet systematisch gezocht naar literatuur, waardoor er geen GRADE uitgevoerd is voor deze uitgangsvraag.
In de EAUN richtlijn zijn contra-indicaties beschreven (Tabel 1). Hoewel de uroloog rekening dient te houden met deze contra-indicaties, is het overzicht opgenomen in deze richtlijn zodat ook verpleegkundigen een overzicht hebben van de contra-indicaties voor Mitomycine C en BCG.
Op de volgende punten is op basis van klinische expertise besloten om af te wijken van de EAUN:
- Hematurie: onbekend of dit voor Mitomycine C een contra-indicatie is. Voorzichtigheid is geboden in verband met de kans op bijvoorbeeld een urineweginfectie of een perforatie.
- Na transurethrale resectie van een blaastumor: geen contra-indicatie voor Mitomycine C
- Asymptomatische bacteriurie: Geen contra-indicatie
Tabel 1. Contra-indicaties van mitomycine C en BCG
| Contra-indicatie | MMC (Mitomycine C) | BCG |
| Hematurie | Onbekend | Ja, contra-indicatie |
| Blaasperforatie | Ja, contra-indicatie | Ja, contra-indicatie |
| Traumatische katheterisatie | Ja, contra-indicatie | Ja, contra-indicatie |
| Na transurethrale resectie van een blaastumor | Geen contra-indicatie | Ja, vermijden gedurende 2 weken |
| Symptomatische urineweginfectie (UTI) | Ja, contra-indicatie | Ja, contra-indicatie |
| Asymptomatische bacteriurie | Geen contra-indicatie | Geen contra-indicatie |
| Actieve tuberculose | Geen contra-indicatie | Ja, contra-indicatie |
| Zwangerschap | Niet absoluut, afweging per patiënt | Ja, contra-indicatie |
| Borstvoeding / lactatie | Ja, borstvoeding stoppen tijdens behandeling | Ja, contra-indicatie |
| Verzwakt immuunsysteem | Niet absoluut, afweging per patiënt | Niet absoluut, afweging per patiënt |
Om te beoordelen of er (mogelijk) sprake is van een contra-indicatie voor het toedienen van een blaasinstillatie en/of de blaasinstillatie veilig uitgevoerd kan worden, is het van belang dat verpleegkundigen zowel vlak voor als tijdens de behandeling vragen naar de gezondheidstoestand van de patiënt, de ervaren klachten en bijwerkingen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen vragen die voor de eerste blaasinstillatie uitgevraagd dienen te worden, en vragen die altijd tijdens de lopende behandeling gevraagd moeten worden.
Voorafgaand aan de start van de behandeling
Voor aanvang van de eerste behandeling dienen factoren geïnventariseerd te worden die de veiligheid van de behandeling kunnen beïnvloeden.
- Het vermogen om urine op te houden en eventuele incontinentieklachten
- Aanwezigheid van allergieën
- Recent voorgeschreven medicatie
- Ontvangst van thuiszorg*
* Indien de patiënt thuiszorg ontvangt, worden de patiënt en betrokken zorgverleners geïnformeerd over de juiste beschermingsmaatregelen om blootstelling aan resten van cytostatica of BCG te beperken. Hierbij wordt verwezen naar de handreiking (Veilig Werken Met Cytostatica – Kennisplatform, januari 2025)
Voorafgaand aan iedere behandeling
Voor iedere blaasinstillatie dienen de volgende onderwerpen besproken te worden:
- Ervaringen met de vorige blaasspoeling met Mitomycine C of BCG
- Gebruik van diuretica (plastabletten)
- Wijzigingen in medicatie sinds de vorige behandeling
- Plasklachten, waaronder:
- Symptomen van een blaasontsteking
- Pijn bij het plassen, blaaskrampen of jeuk
- Toegenomen mictiefrequentie en het voortduren hiervan
- Incontinentie en het gebruik van incontinentiemateriaal
- Aanwezigheid van huiduitslag
- Misselijkheid
- Koorts (> 38,5 °C), inclusief duur en beloop
Aanvullend bij blaasinstillatie met BCG
Bij behandeling met BCG wordt daarnaast specifiek aandacht besteed aan:
- Aanwezigheid van hematurie (bloed bij het plassen), actueel of recent
Door deze onderwerpen te bespreken met de patiënt kan de verpleegkundige een betere inschatting maken of:
- Er sprake is van een contra-indicatie (bijvoorbeeld een symptomatische urineweginfectie, allergie of hematurie)
- De patiënt in staat is om de blaasspoeling lang genoeg kan ophouden (incontinentie en/of plastabletten kunnen dit belemmeren)
- De patiënt mogelijk (onbedoeld) resten cytostatica verspreid, wat voor onveilige situaties kan zorgen voor de patiënt als ook voor naasten/zorgverleners (bijvoorbeeld bij incontinentie, onveilige afvoer van incontinentiemateriaal)
Vervolgstappen:
Als er op basis van de vragen een vermoeden is op klachten, bijwerkingen en/of complicaties dient de behandeling stopgezet te worden, en zal overleg plaats moeten vinden met het behandelend multidisciplinaire team.
Wanneer sprake is van klinische tekenen of afwijkingen die kunnen wijzen op een symptomatische urineweginfectie, dient eerst een urinescreening (dipstick) te worden uitgevoerd. Indien de dipstick afwijkend is, wordt aanvullend een urinekweek ingezet.
Indien de dipstick geen afwijkingen toont, maar de patiënt desondanks persisterende of ernstige klachten ervaart, wordt aanvullend een urinekweek ingezet. Voorafgaand aan het starten of voortzetten van de blaasinstillatie vindt hierover overleg plaats met de hoofdbehandelaar.
Geconstateerde afwijkingen, bevindingen en genomen besluiten worden vastgelegd in het elektronisch patiëntendossier. Adequate verslaglegging en onderlinge communicatie zijn essentieel voor de patiëntveiligheid en een goede samenwerking tussen betrokken zorgverleners.
Waarden en voorkeuren van patiënten en hun naasten
Door het systematisch uitvragen van klachten, bijwerkingen en complicaties is de verwachting dat de kans op complicaties bij patiënten die een blaasinstillatie ondergaan afneemt, en dat daarnaast het risico op blootstelling aan cytostatica voor de patiënt en diens naasten vermindert. Er worden geen nadelige effecten voor de patiënt en/of naasten verwacht.
Kosten(effectiviteit)
Er zijn geen studies over de kosten(effectiviteit) van het uitvragen van klachten, bijwerkingen en complicaties. Er wordt verwacht dat de personeelskosten voor de tijdsinvestering van vroegtijdige screening op klachten, bijwerkingen en complicaties lager zal zijn dan de eventuele kosten voor aanvullende diagnostiek/behandelingen ten aanzien van complicaties. Bovendien voorkomt dit onnodige medicatieverspilling (indien een patiënt toch een contra-indicatie blijkt te hebben) wat leidt tot aanzienlijke kostenbesparingen.
Duurzaamheid
Er zijn geen studies over de duurzaamheid van het uitvragen van klachten, bijwerkingen en complicaties. Er wordt verwacht dat vroegtijdige screening op klachten, bijwerkingen en complicaties onnodige medicatieverspilling voorkomt wat een positief effect heeft op de duurzaamheid.
Aanvaarbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Het uitvragen van klachten, bijwerkingen en complicaties is voor patiënten, zorgverleners en beleidsmakers algemeen aanvaardbaar en maakt deel uit van de standaardzorg, waardoor implementatie geen belemmeringen kent. Verschillen tussen subgroepen of zorgdomeinen worden niet verwacht.
Referenties
EAUN Guidelines on Intravesical instillation with mitomycin C and bacillus Calmette-Guérin in non-muscle-invasive bladder cancer. (2026). https://nurses.uroweb.org/guidelines/intravesical-instillation
Veilig werken met cytostatica – Kennisplatform. (n.d.). Retrieved March 4, 2026, from https://kennisplatform.venvn.nl/onderwerp/veilig-werken-met-cytostatica/
Verantwoording
Autorisatie en geldigheid
Regiehouder: Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
Datum autorisatie: september 2026
Geautoriseerd door:
• Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
• Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker
• Nederlandse Vereniging voor Urologie
Samenstelling werk- en klankbordgroep
In 2024 is een multidisciplinaire werkgroep gevormd bestaande uit inhoudsdeskundige leden en vertegenwoordigers van relevante beroepsgroepen en patiëntenorganisaties die betrokken zijn bij het onderwerp blaasinstillatie.
De werkgroep bestaat uit de volgende leden:
- Mw. Jeannette Verkerk-Geelhoed, MSc, verpleegkundig specialist St. Antonius ziekenhuis, namens V&VN Urologie verpleegkundigen, voorzitter
- Prof. Dr. Jeroen van Moorselaar, uroloog Amsterdam UMC, namens de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)
- Dhr. Piet Klein, bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, namens de gelijknamige patiëntenvereniging
- Dhr. Patrick Potjes, verpleegkundige in opleiding tot specialist bij de urologische oncologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, namens V&VN Urologie verpleegkundigen
- Mw. Anita Smits-van de Camp, MA-ANP, verpleegkundig specialist oncologische urologie, Radboud UMC, namens V&VN VS en V&VN Oncologie.
Ondersteuning en financiering
De richtlijn is ontwikkeld met ondersteuning van het Kennisinstituut V&VN.
De ondersteuning bestond uit:
- Dhr. Lars Dijk, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Amy den Haan, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Dhr. Mitchell van Doormaal, MSc, Senior adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Saskia Persoon, PhD, Programmamanager, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Monique Wessels, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken t/m januari 2025) - Dhr. Stevie van Mierden, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken vanaf februari 2025) - Dhr. Marijn Molenaar, MSc, Beleidsmedewerker, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Anne-Marie Meijering, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Marlene Dodeman, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Ashley Spoelstra, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
De ontwikkeling is gefinancierd vanuit de Kwaliteitsgelden Verpleging en Verzorging (ZonMw). De financier heeft op geen enkele wijze invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
Belangenverstrengeling
De ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke Beïnvloeding door belangenverstrengeling’ is gevolgd. De belangen van de werkgroepleden en betrokken richtlijnadviseurs zijn bij de start en na afronding van de richtlijnontwikkeling geïnventariseerd door middel van de KNAW-code belangenverstrengeling. Eventuele belangenverstrengeling en beheersmaatregelen zijn besproken binnen de werkgroep. Een interne belangencommissie heeft de belangen en eventuele voorgestelde maatregelen gecontroleerd. In onderstaande tabel zijn de opgegeven belangen samengevat en eventueel voorgestelde acties opgenomen.
| Werkgroeplid | Functie | Nevenfuncties | Gemelde belangen | Ondernomen actie / beheers-maatregel | Akkoord hoofd kennis-instituut |
| Jeannette Verkerk-Geelhoed (voorzitter werkgroep) | Verpleegkundig specialist AGZ andrologie / seksualiteit en urologie |
|
Presentatie bij scholing op het gebied van seksuologie van Coloplast tegen betaling Betaald adviseurschap 2023 bij Recordati Beiden hebben geen invloed op het onderwerp van de richtlijn Betaling door UMCG Urologie open acces publiceren artikel |
Geen | ☒ |
| Jeroen van Moorselaar | Hoogleraar Urologie, Amsterdam UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Piet Klein | Gepensioneerd | Bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, onbetaald | Geen | Geen | ☒ |
| Patrick Potjes | Verpleegkundige in opleiding tot specialist, UMC Utrecht. | Geen | Geen | Geen | ☒ |
| Anita Smits van de Camp | Verpleegkundig specialist Oncologische urologie Radboud UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Amy den Haan | Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Lars Dijk |
Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Lars was employed by the General Practitioners Research Institute (2020-2025). GPRI conducted investigator- and sponsor-initiated research funded by non-commercial organizations, academic institutes, and pharmaceutical companies (including AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, Chiesi, GSK, Mundipharma, Novartis, and Teva). Publicaties zijn te vinden via https://www.researchgate.net/profile/Lars_Dijk |
Geen | ☒ |
| Saskia Persoon | Vanaf juli 2023 Programmamanager Richtlijnen bij Kennisinstituut V&VN (32 u per week); Van april 2022-juni 2023: Senior beleidsadviseur kwaliteit NVZA; Tot april 2022: (Senior) adviseur Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Mitchell van Doormaal | Senior adviseur Richtlijnen, |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Stevie van der Mierden | Informatiespecialist Antoni van Leeuwenhoek/Nederlands kanker Instituut (0.72 fte). Informatiespecialist V&VN (0.39 fte) | Penningmeester/bestuur vereniging BMI (biomedisch informatiespecialisten); onbetaald. | Geen | Geen | ☒ |
| Monique Wessels | Literatuurspecialist Richtlijnen | Lid referentenpanel Patiëntenfederatie Nederland (onbetaald, wel vergoeding) – Redactie website en nieuwsbrief Ontgroei (onbetaald) Secretaris stichting Groene Juliana |
Geen | Geen | ☒ |
De afzonderlijke belangenverklaringen kunnen opgevraagd worden bij Kennisinstituut V&VN.
Zorgvragersperspectief
Het zorgvragersperspectief is geborgd in alle fases van de richtlijnontwikkeling. In de werkgroep is het zorgvragersperspectief afgestemd met Patiëntenfederatie Nederland en vertegenwoordigd door een werkgroeplid van Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker. In de commentaarfase is de conceptrichtlijn schriftelijk ter commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Patiëntenfederatie blaas- of nierkanker.
Werkwijze
Bij de richtlijnontwikkeling is de standaard aanpak van V&VN, gebaseerd op de AQUA-leidraad, gevolgd (Zorginstituut Nederland, 2021). De GRADE methodiek neemt hierbij een belangrijke plaats in (Neumann et al, 2024). De richtlijn is modulair opgebouwd zodat onderhoud efficiënt en flexibel kan plaatsvinden.
Voorbereidingsfase
De werkgroep heeft de knelpunten geïnventariseerd met een vragenlijst en het concept raamwerk schriftelijk voorgelegd aan verschillende partijen. De partijen die hieraan meededen zijn: Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), ActiZ. Geïnventariseerde knelpunten zijn vervolgens besproken en geprioriteerd, waarna deze omgezet zijn naar uitgangsvragen.
Ontwikkelfase
De uitgangsvragen zijn beantwoord middels de GRADE methodiek (Neumann et al, 2024). Waar mogelijk is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur. Vervolgens zijn op basis van de GRADE methodiek literatuurconclusies opgesteld. Middels het GRADE 'evidence-to-decision' framework heeft de werkgroep overwegingen in kaart gebracht en de rationale beschreven. Op basis van de relevante overwegingen is de richting en sterkte van een aanbeveling bepaald.
Bij uitgangsvragen waarbij het niet nuttig/mogelijk werd geacht om voor de beantwoording een (volledige) literatuuranalyse met GRADE beoordeling uit te voeren, is de reden hiervoor beschreven bij de betreffende module. Binnen iedere module afzonderlijk is de verantwoording van de beantwoorden van de uitgangsvraag specifiek en transparant beschreven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is ter becommentariëring voorgelegd aan de volgende verenigingen en (patiënt)organisaties: Actiz, IGJ, Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Patiëntenfederatie Nederland, Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, UMC NL, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), Zorginstituut Nederland (ZiNL), Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
De commentaren zijn verzameld, besproken en door de werkgroep zo veel mogelijk verwerkt in de conceptrichtlijn. Vervolgens is de richtlijn voor autorisatie/accordering voorgelegd aan de primair betrokken verenigingen en (patiënt)organisaties.
Juridische betekenis van de richtlijn
De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënten van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden en is de verantwoordelijkheid van de zorgverlener.
Mogelijke financiële gevolgen
Conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is bij deze richtlijn geëvalueerd of de aanbevelingen uit de richtlijn substantiële financiële gevolgen hebben. Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële gevolgen zijn (zoals deze gedefinieerd zijn in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, lid 3).
Implementatie
De werkgroep heeft bij elke richtlijnmodule per aanbeveling een advies uitgebracht over het tijdspad voor de implementatie, de daarvoor benodigde randvoorwaarden en de acties die de verschillende partijen dienen te ondernemen. Hiervoor is specifiek gekeken naar de factoren die de implementatie van de aanbeveling in de lokale setting kunnen bevorderen of belemmeren.
Onderwerpen voor verder onderzoek (kennisvragen)
Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn is gebleken dat er naar sommige vragen uit de praktijk nog onvoldoende onderzoek is gedaan. Vervolgonderzoek is nodig om in de toekomst deze vragen duidelijker te kunnen beantwoorden. De kennisvragen zijn toegevoegd aan de modules.
Referenties
Gezondheidsraad, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), & Federatie Medisch Specialisten (FMS). (2017). Gedragscode belangenverstrengeling: Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling (geactualiseerd januari 2017). https://storage.knaw.nl/2022-08/Gedragscode-belangenverstrengeling-januari-2017.pdf
Neumann I, Schünemann H (Editors). The GRADE Book version 1.0 (updated September 2024). The GRADE Working Group.
Zorginstituut Nederland. (2021). AQUA-leidraad: Leidraad voor kwaliteitsstandaarden [PDF]. AQUA-Leidraad (voorheen Leidraad voor kwaliteitsstandaarden) | Ontwikkeltools | Zorginzicht
Voorlichting aan patiënten
Uitgangsvraag
Welke informatie moet onderdeel zijn van de voorlichting aan patiënten en naasten door zorgverleners?
Aanbevelingen
- Adviseer patiënten om ten minste vier uur voorafgaand aan de blaasinstillatie geen vocht in te nemen.
Sterk – voor
- Adviseer patiënten om 4 uur voorafgaand aan de blaasinstillatie geen alcohol te drinken.
Sterk – voor
- Bespreek vooraf het belang van het vasthouden van de instillatie gedurende minimaal één uur, bij voorkeur twee uur.
Sterk – voor
- Informeer patiënten die behandeld worden met BCG over de mogelijke interactie met antibiotica, en weeg het gebruik hiervan zorgvuldig af.
Sterk – voor
- Overweeg patiënten die diuretica gebruiken te adviseren om de inname hiervan voorafgaand aan de blaasinstillatie tijdelijk uit te stellen, indien dit medisch verantwoord is.
Zwak – voor
- Informeer patiënten voorafgaand aan de behandeling over de meest voorkomende bijwerkingen van BCG en Mitomycine C.
Sterk – voor
- Informeer patiënten om na afloop van de inwerktijd zittend te urineren, ongeacht geslacht.
Sterk – voor
- Informeer patiënten om na ieder toiletbezoek de handen te wassen, conform de Handreiking Veilig werken met cytostatica.
Sterk – voor
- Adviseer patiënten om kleding die mogelijk in contact is geweest met cytostatica apart te wassen.
Sterk – voor
- Adviseer seksueel actieve patiënten om barrièremiddelen (zoals condooms) gedurende (2 dagen MMC, één week BCG) na de behandeling te gebruiken, of gedurende deze periode af te zien van geslachtsgemeenschap.
Sterk – voor
- Informeer patiënten dat zij na de behandeling hun normale dagelijkse activiteiten kunnen hervatten.
Sterk – voor
- Geef patiënten die actief roken een stoppen-met-rokenadvies.
Sterk – voor
- Adviseer patiënten om na afloop van de behandeling de vochtinname te verhogen.
Sterk – voor
- Herhaal patiënten informatie tijdens vervolgafspraken.
Sterk – voor
- Biedt passend informatiemateriaal aan ter ondersteuning van mondelinge voorlichting
Sterk – voor
Rationale
Voorlichting aan de patiënt en hun naasten is essentieel voor persoonsgerichte zorg. Voorlichting kan er onder andere voor zorgen dat de onzekerheid van de patiënt verminderd, de effectiviteit van de behandeling optimaal is, en de kans op besmetting van de omgeving van de patiënt verminderd wordt. De volgende onderwerpen dienen besproken te worden:
- Vochtinname voorafgaand aan de blaasinstillatie
- Medicatie die vermeden/uitgesteld moet worden voorafgaand aan de blaasinstillatie
- De meest voorkomende bijwerkingen van BCG en Mitomycine C
- Plassen/urineren na de blaasinstillatie
- Het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding
- Seksuele activiteit na de blaasinstillatie
- Hervatten van normale activiteiten (incl. dieet, lichaamsbeweging etc.)
- Een stoppen met roken advies
- Vochtinname na de behandeling
Het meest geschikte moment van voorlichting lijkt bij aanvang van de behandelrelatie, bijvoorbeeld tijdens de verpleegkundige anamnese. Wanneer passend kan voorlichting echter op een later moment (nogmaals) gegeven worden. Informatiemateriaal dat de patiënt en/of naaste(n) later nog kan teruglezen is wenselijk (in aanvulling op mondelinge informatie) vanuit het perspectief van de patiënt en de naaste(n).
Achtergrond
In Nederland is het gebruikelijk dat verpleegkundigen de blaasinstillatie toedienen. Dat stelt verpleegkundigen in de gelegenheid om de patiënt (en hun naasten) goede voorlichting te geven naast de informatie die gegeven wordt door de arts. De voorlichting kan plaats vinden in de kliniek, voorafgaand aan elke behandeling.
Literatuursamenvatting
Literatuursearch en -selectie
Voor de beantwoording van de uitgangsvraag is geen literatuursearch uitgevoerd, maar er is gebruik gemaakt van de internationale European Association of Urology Nurses (EAUN) richtlijn (EAUN Guidelines on Intravesical Instillation with Mitomycin C and Bacillus Calmette-Guérin in Non-Muscle-Invasive Bladder Cancer, 2026) Deze is aangevuld en aangevuld met expert opinion.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is niet systematisch gezocht naar literatuur, waardoor er geen GRADE uitgevoerd is voor deze uitgangsvraag. De EAUN-richtlijn vormt de basis voor de beantwoording van de uitgangsvraag. Op basis van klinische expertise zijn de onderwerpen inhoudelijk aangepast en vertaald naar de Nederlandse setting.
In de EAUN richtlijn staat beschreven dat de volgende onderwerpen besproken moeten worden met patiënten:
- Vochtinname voorafgaand aan de blaasinstillatie
- Het vermijden van alcohol
- Medicatie die vermeden/uitgesteld moet worden voorafgaand aan de blaasinstillatie
- De meest voorkomende bijwerkingen van BCG en Mitomycine C
- Plassen/urineren na de blaasinstillatie
- De klachten en symptomen van een urineweginfectie
- Het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding
- Seksuele activiteit na de blaasinstillatie
- Hervatten van normale activiteiten (incl. dieet, lichaamsbeweging etc.)
- Een stoppen met roken advies
- Vochtinname na de behandeling
Vóór elke behandeling moet de vochtinname worden beperkt om de concentratie van het geneesmiddel dat in contact komt met de blaaswand te maximaliseren. Hoewel de EAUN-richtlijn adviseert om 8 uur geen vocht in te nemen, wordt patiënten geadviseerd om vier uur vóór de installatie geen vocht in te nemen. Dit minimaliseert de urineproductie tijdens de therapie en vergroot het vermogen van patiënten om het middel gedurende de voorgeschreven inwerktijd vast te houden. Voor een optimale werking moet de spoeling 2 uur in de blaas blijven, maar minimaal 1 uur is essentieel voor goede werking van de medicatie. Indien de instillatieduur korter is dan 1 uur, dient dit vermeld te worden zodat het vermeld kan worden in het elektronisch patiëntendossier. Het vasthouden van de urine kan lastig zijn voor patiënten, met name na meerdere behandelingen. Het is voor patiënten prettig als dit voorafgaand besproken wordt.
Het vermijden van alcohol
Alcohol 4 uur voorafgaand aan de behandeling moet worden vermeden vanwege het diuretische effect.
Medicatie die vermeden/uitgesteld moet worden voorafgaand aan de blaasinstillatie
Antibiotica: specifiek voor patiënten die BCG toegediend krijgen, aangezien de interactie tussen antibiotica en BCG de effectiviteit van de behandeling kan verminderen.
Diuretica: kan ervoor zorgen dat dat de inwerktijd in de blaas verkort wordt. Indien verantwoord, kan geadviseerd worden om dit in te nemen na de blaasinstillatie.
De meest voorkomende bijwerkingen van BCG en MMC
Het is voor patiënten prettig om de bijwerkingen voorafgaand aan een blaasinstillatie te weten (zoals prikkeling van de urinewegen, koorts bij BCG, brandend gevoel tijdens het plassen, vaker plassen).
Plassen/urineren na de blaasinstillatie
Na afloop van de voorgeschreven inwerktijd moeten patiënten zittend plassen (ook mannen, dus geen gebruik van urinoir). Dit helpt spatten en contact van oppervlakken met restanten van het middel te beperken. Dit is wenselijk voor zowel de patiënt als de omgeving.
De wc dient 2 keer doorgespoeld te worden met de deksel dicht. Daarnaast dienen patiënten de handen te wassen na elk wc-bezoek (Veilig Werken Met Cytostatica – Kennisplatform, januari 2025).
Het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding
Kleding dat mogelijk is verontreinigd met cytostatica door bijv. morsen of incontinentie, dient apart van andere kleding gewassen te worden. Voor het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding wordt verwezen naar de (Veilig Werken Met Cytostatica – Kennisplatform, januari 2025).
Seksuele activiteit na de blaasinstillatie
Seksueel actieve patiënten dienen geïnformeerd te worden om tijdens de geslachtsgemeenschap barrièremiddelen/bescherming te gebruiken (bijv. condooms) of na de behandeling af te zien van geslachtsgemeenschap. Voor behandeling met BCG wordt uitgegaan van een potentiaal risico tot één week na toediening. Voor Mitomycine C wordt uitgegaan van een potentieel risico tot 2 dagen na toediening.
Hervatten van normale activiteiten (incl. dieet, lichaamsbeweging etc.)
Patiënten kunnen na de behandeling vragen hebben over welke activiteiten ze wel of niet mogen doen. Patiënten kunnen geïnformeerd worden dat zij hun normale activiteiten kunnen hervatten. Er behoeven geen verdere maatregelen genomen te worden met betrekking tot voeding en lichaamsbeweging.
Een stoppen met roken advies
Voor actieve rokers kan een stoppen met roken advies overwogen worden. Roken lijkt te resulteren in een grotere kans op terugkeer van de ziekte. Een stoppen met roken advies kan onderdeel zijn van een eerste gesprek, maar hoeft niet standaard besproken te worden tijdens herhaal behandelingen. Er zijn aanwijzingen dat BCG minder effectief is door roken (Rink et al., 2012; Sfakianos et al., 2011).
Vochtinname na de behandeling
Na afronding van de behandeling kunnen patiënten geïnformeerd worden om de vochtinname te verhogen om eventuele resterende medicatie uit de blaas te spoelen.
Waarden en voorkeuren van patiënten en hun naasten
Het geven van duidelijke, tijdige voorlichting over blaasinstillatie stelt patiënten beter in staat om met het gehele behandelingsproces om te gaan. Voordat met de behandeling wordt gestart, dienen patiënten geïnformeerd te worden over het werkingsmechanisme van de behandeling en de mogelijke bijwerkingen. Deze voorlichting vermindert mogelijk angst en onzekerheid, bevordert de zelfredzaamheid en verbetert mogelijk de therapietrouw. Door informatie te ontvangen die aansluit bij de behoeften van de patiënt en diens mantelzorger, neemt de tevredenheid over de behandeling toe, verbetert de omgang met eventuele bijwerkingen en ontstaat er meer vertrouwen in het verloop van de therapie. Daarnaast zorgt de voorlichting over veiligheidsmaatregelen er mogelijk voor dat de kans op besmetting met cytostatica voor de omgeving/naasten wordt verminderd.
Naast mondelinge voorlichting aan de patiënt en zijn naasten kunnen aanvullende instructiemethoden (zoals brochures, digitale informatie) effectief zijn voor individuele patiënten. Zo kan de informatie op een later moment nog geraadpleegd worden.
Het kan voor patiënten en hun naasten prettig zijn als de informatie tijdens de duur van de behandeling herhaald wordt, aangezien herhaling bijdraagt aan een beter begrip en het onthouden van de versterkte informatie.
Kosten(effectiviteit)
De beschreven voorlichting lijkt geen aanvullende kosten met zich mee te brengen.
De beschreven voorlichting zal naar verwachting de effectiviteit van de behandeling en kans op bijwerkingen verminderen, en zou daarmee kosteneffectief kunnen zijn. Echter, wetenschappelijk bewijs hierover ontbreekt.
Duurzaamheid
Er wordt geen invloed op de duurzaamheid verwacht, anders dan het eventueel printen van informatiemateriaal.
Gelijkheid
Door bij iedere patiënt en/of naaste(n) dezelfde onderwerpen te bespreken in de voorlichting wordt de gelijkheid vergroot. Echter zal de bespreking van de onderwerpen naar verwachting door bepaalde groepen minder goed worden begrepen dan door andere groepen. Dit beïnvloedt hoe de voorlichting ontvangen wordt en wat men er vervolgens mee doet. Om gelijkwaardigheid te borgen is het dan ook van belang dat de voorlichting aangepast wordt aan de patiënt en/of naaste(n).
Denk dan aan patiënten en/of naaste(n) met:
- Beperkte gezondheidsvaardigheden
- Verminderd gehoor
- Een taalbarrière
- Moeite met lezen en/of schrijven (laaggeletterdheid)
Patiënten zonder een sterk sociaal netwerk, of van wie de naaste(n) niet bereid zijn om voorlichting te ontvangen, kunnen benadeeld worden. Zij hebben geen naaste(n) die naar aanleiding van de voorlichting gestimuleerd worden om actie te ondernemen.
Aanvaarbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Voor de zorgverleners is het geven van de voorgestelde voorlichting (uitgebreide voorlichting, afgestemd op de patiënt en de naaste(n)) over het algemeen zowel aanvaardbaar als haalbaar. In de beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden is ook beschreven dat de verpleegkundige ervoor dient te zorgen dat de patiënt en/of vertegenwoordiger de informatie krijgt die hij/zij nodig heeft (Nederlandse Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden, 2015).
Voorlichting kan gegeven worden door een urologie gespecialiseerde (oncologie)verpleegkundige en/of verpleegkundig specialist. In hoeverre de voorlichting goed afgestemd kan worden op de patiënt, hangt af van de kennis, ervaring en communicatieve vaardigheden van de individuele zorgverlener.
Referenties
Blom, H., Carthy, C. M., van den Berg, R., Crul, M., de Blok, W., Wilms, E., & Oddens, J. R. (2025). Safe Administration of Mitomycin in Bladder Instillation for Cancer: A Pilot Study. International Journal of Urological Nursing, 19(3), e70032. https://doi.org/10.1111/ijun.70032
Cytostatica | Dokterhoe. (n.d.).
EAUN Guidelines on Intravesical instillation with mitomycin C and bacillus Calmette-Guérin in non-muscle-invasive bladder cancer. (2026). https://nurses.uroweb.org/guidelines/intravesical-instillation
Haifler, M., Lang, E., Sabler, I., Gutman, Y., Lindner, A., & Zisman, A. (2010). Increasing medical staff safety by using a closed system for intravesical instillation of mitomycin C. Urology, 76(3), 649–651. https://doi.org/10.1016/j.urology.2010.02.058
Hensley. (2016, July). Hazardous Drugs in the Urology Workplace: Focus on Intravesical Medications – PubMed. UROLOGIC NURSING. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29240329/
Rink, M., Xylinas, E., Babjuk, M., Pycha, A., Karakiewicz, P. I., Novara, G., Dahlem, R., & Shariat, S. F. (2012). Smoking reduces the efficacy of intravesical bacillus Calmette- Guérin immunotherapy in non-muscle-invasive bladder cancer. European Urology, 62(6), 1204–1206. https://doi.org/10.1016/j.eururo.2012.08.057
Sfakianos, J. P., Shariat, S. F., Favaretto, R. L., Rioja, J., & Herr, H. W. (2011). Impact of smoking on outcomes after intravesical bacillus Calmette-Guérin therapy for urothelial carcinoma not invading muscle of the bladder. BJU International, 108(4), 526–530. https://doi.org/10.1111/j.1464-410X.2010.09874.x
van Dongen – NFU, A. (2021). LOAZ Arbocatalogus Deel Cytostatica update april 2021.
Veilig werken met cytostatica – Kennisplatform. (n.d.). Retrieved March 4, 2026, from https://kennisplatform.venvn.nl/onderwerp/veilig-werken-met-cytostatica/
Verantwoording
Autorisatie en geldigheid
Regiehouder: Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
Datum autorisatie: september 2026
Geautoriseerd door:
• Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
• Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker
• Nederlandse Vereniging voor Urologie
Samenstelling werk- en klankbordgroep
In 2024 is een multidisciplinaire werkgroep gevormd bestaande uit inhoudsdeskundige leden en vertegenwoordigers van relevante beroepsgroepen en patiëntenorganisaties die betrokken zijn bij het onderwerp blaasinstillatie.
De werkgroep bestaat uit de volgende leden:
- Mw. Jeannette Verkerk-Geelhoed, MSc, verpleegkundig specialist St. Antonius ziekenhuis, namens V&VN Urologie verpleegkundigen, voorzitter
- Prof. Dr. Jeroen van Moorselaar, uroloog Amsterdam UMC, namens de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)
- Dhr. Piet Klein, bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, namens de gelijknamige patiëntenvereniging
- Dhr. Patrick Potjes, verpleegkundige in opleiding tot specialist bij de urologische oncologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, namens V&VN Urologie verpleegkundigen
- Mw. Anita Smits-van de Camp, MA-ANP, verpleegkundig specialist oncologische urologie, Radboud UMC, namens V&VN VS en V&VN Oncologie.
Ondersteuning en financiering
De richtlijn is ontwikkeld met ondersteuning van het Kennisinstituut V&VN.
De ondersteuning bestond uit:
- Dhr. Lars Dijk, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Amy den Haan, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Dhr. Mitchell van Doormaal, MSc, Senior adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Saskia Persoon, PhD, Programmamanager, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Monique Wessels, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken t/m januari 2025) - Dhr. Stevie van Mierden, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken vanaf februari 2025) - Dhr. Marijn Molenaar, MSc, Beleidsmedewerker, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Anne-Marie Meijering, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Marlene Dodeman, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Ashley Spoelstra, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
De ontwikkeling is gefinancierd vanuit de Kwaliteitsgelden Verpleging en Verzorging (ZonMw). De financier heeft op geen enkele wijze invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
Belangenverstrengeling
De ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke Beïnvloeding door belangenverstrengeling’ is gevolgd. De belangen van de werkgroepleden en betrokken richtlijnadviseurs zijn bij de start en na afronding van de richtlijnontwikkeling geïnventariseerd door middel van de KNAW-code belangenverstrengeling. Eventuele belangenverstrengeling en beheersmaatregelen zijn besproken binnen de werkgroep. Een interne belangencommissie heeft de belangen en eventuele voorgestelde maatregelen gecontroleerd. In onderstaande tabel zijn de opgegeven belangen samengevat en eventueel voorgestelde acties opgenomen.
| Werkgroeplid | Functie | Nevenfuncties | Gemelde belangen | Ondernomen actie / beheers-maatregel | Akkoord hoofd kennis-instituut |
| Jeannette Verkerk-Geelhoed (voorzitter werkgroep) | Verpleegkundig specialist AGZ andrologie / seksualiteit en urologie |
|
Presentatie bij scholing op het gebied van seksuologie van Coloplast tegen betaling Betaald adviseurschap 2023 bij Recordati Beiden hebben geen invloed op het onderwerp van de richtlijn Betaling door UMCG Urologie open acces publiceren artikel |
Geen | ☒ |
| Jeroen van Moorselaar | Hoogleraar Urologie, Amsterdam UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Piet Klein | Gepensioneerd | Bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, onbetaald | Geen | Geen | ☒ |
| Patrick Potjes | Verpleegkundige in opleiding tot specialist, UMC Utrecht. | Geen | Geen | Geen | ☒ |
| Anita Smits van de Camp | Verpleegkundig specialist Oncologische urologie Radboud UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Amy den Haan | Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Lars Dijk |
Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Lars was employed by the General Practitioners Research Institute (2020-2025). GPRI conducted investigator- and sponsor-initiated research funded by non-commercial organizations, academic institutes, and pharmaceutical companies (including AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, Chiesi, GSK, Mundipharma, Novartis, and Teva). Publicaties zijn te vinden via https://www.researchgate.net/profile/Lars_Dijk |
Geen | ☒ |
| Saskia Persoon | Vanaf juli 2023 Programmamanager Richtlijnen bij Kennisinstituut V&VN (32 u per week); Van april 2022-juni 2023: Senior beleidsadviseur kwaliteit NVZA; Tot april 2022: (Senior) adviseur Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Mitchell van Doormaal | Senior adviseur Richtlijnen, |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Stevie van der Mierden | Informatiespecialist Antoni van Leeuwenhoek/Nederlands kanker Instituut (0.72 fte). Informatiespecialist V&VN (0.39 fte) | Penningmeester/bestuur vereniging BMI (biomedisch informatiespecialisten); onbetaald. | Geen | Geen | ☒ |
| Monique Wessels | Literatuurspecialist Richtlijnen | Lid referentenpanel Patiëntenfederatie Nederland (onbetaald, wel vergoeding) – Redactie website en nieuwsbrief Ontgroei (onbetaald) Secretaris stichting Groene Juliana |
Geen | Geen | ☒ |
De afzonderlijke belangenverklaringen kunnen opgevraagd worden bij Kennisinstituut V&VN.
Zorgvragersperspectief
Het zorgvragersperspectief is geborgd in alle fases van de richtlijnontwikkeling. In de werkgroep is het zorgvragersperspectief afgestemd met Patiëntenfederatie Nederland en vertegenwoordigd door een werkgroeplid van Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker. In de commentaarfase is de conceptrichtlijn schriftelijk ter commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Patiëntenfederatie blaas- of nierkanker.
Werkwijze
Bij de richtlijnontwikkeling is de standaard aanpak van V&VN, gebaseerd op de AQUA-leidraad, gevolgd (Zorginstituut Nederland, 2021). De GRADE methodiek neemt hierbij een belangrijke plaats in (Neumann et al, 2024). De richtlijn is modulair opgebouwd zodat onderhoud efficiënt en flexibel kan plaatsvinden.
Voorbereidingsfase
De werkgroep heeft de knelpunten geïnventariseerd met een vragenlijst en het concept raamwerk schriftelijk voorgelegd aan verschillende partijen. De partijen die hieraan meededen zijn: Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), ActiZ. Geïnventariseerde knelpunten zijn vervolgens besproken en geprioriteerd, waarna deze omgezet zijn naar uitgangsvragen.
Ontwikkelfase
De uitgangsvragen zijn beantwoord middels de GRADE methodiek (Neumann et al, 2024). Waar mogelijk is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur. Vervolgens zijn op basis van de GRADE methodiek literatuurconclusies opgesteld. Middels het GRADE 'evidence-to-decision' framework heeft de werkgroep overwegingen in kaart gebracht en de rationale beschreven. Op basis van de relevante overwegingen is de richting en sterkte van een aanbeveling bepaald.
Bij uitgangsvragen waarbij het niet nuttig/mogelijk werd geacht om voor de beantwoording een (volledige) literatuuranalyse met GRADE beoordeling uit te voeren, is de reden hiervoor beschreven bij de betreffende module. Binnen iedere module afzonderlijk is de verantwoording van de beantwoorden van de uitgangsvraag specifiek en transparant beschreven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is ter becommentariëring voorgelegd aan de volgende verenigingen en (patiënt)organisaties: Actiz, IGJ, Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Patiëntenfederatie Nederland, Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, UMC NL, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), Zorginstituut Nederland (ZiNL), Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
De commentaren zijn verzameld, besproken en door de werkgroep zo veel mogelijk verwerkt in de conceptrichtlijn. Vervolgens is de richtlijn voor autorisatie/accordering voorgelegd aan de primair betrokken verenigingen en (patiënt)organisaties.
Juridische betekenis van de richtlijn
De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënten van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden en is de verantwoordelijkheid van de zorgverlener.
Mogelijke financiële gevolgen
Conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is bij deze richtlijn geëvalueerd of de aanbevelingen uit de richtlijn substantiële financiële gevolgen hebben. Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële gevolgen zijn (zoals deze gedefinieerd zijn in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, lid 3).
Implementatie
De werkgroep heeft bij elke richtlijnmodule per aanbeveling een advies uitgebracht over het tijdspad voor de implementatie, de daarvoor benodigde randvoorwaarden en de acties die de verschillende partijen dienen te ondernemen. Hiervoor is specifiek gekeken naar de factoren die de implementatie van de aanbeveling in de lokale setting kunnen bevorderen of belemmeren.
Onderwerpen voor verder onderzoek (kennisvragen)
Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn is gebleken dat er naar sommige vragen uit de praktijk nog onvoldoende onderzoek is gedaan. Vervolgonderzoek is nodig om in de toekomst deze vragen duidelijker te kunnen beantwoorden. De kennisvragen zijn toegevoegd aan de modules.
Referenties
Gezondheidsraad, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), & Federatie Medisch Specialisten (FMS). (2017). Gedragscode belangenverstrengeling: Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling (geactualiseerd januari 2017). https://storage.knaw.nl/2022-08/Gedragscode-belangenverstrengeling-januari-2017.pdf
Neumann I, Schünemann H (Editors). The GRADE Book version 1.0 (updated September 2024). The GRADE Working Group.
Zorginstituut Nederland. (2021). AQUA-leidraad: Leidraad voor kwaliteitsstandaarden [PDF]. AQUA-Leidraad (voorheen Leidraad voor kwaliteitsstandaarden) | Ontwikkeltools | Zorginzicht
Bijlagen
Bijlage 1.1 Zoekverantwoording
Ovid Medline:
| # | Query | Hits |
| 5 | *”Antineoplastic Agents”/ or Gemcitabine/ or Epirubicin/ or BCG Vaccine/ or exp Mitomycins/ or (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))).ti,ab,kf. | 326417 |
| 6 | “Occupational Exposure”/ | 61908 |
| 7 | health personnel/ or exp nurses/ or exp nursing staff/ | 232595 |
| 8 | (((occupational or staff or professional or nurs* or personnel or surface* or environmental or skin or microbial) adj3 (exposure* or contaminat*)) or leakage* or leaking).ti,ab,kf. | 183009 |
| 9 | 6 or 7 or 8 | 454076 |
| 10 | 5 and 9 | 2574 |
| 11 | exp Occupational Exposure/ae, pc, st, sn [Adverse Effects, Prevention & Control, Standards, Statistics & Numerical Data] | 33314 |
| 12 | Risk/ or Risk Assessment/ or Risk Factors/ or exp Safety/ | 1406971 |
| 13 | (closed adj3 system*).ti,ab,kf. | 11424 |
| 14 | (risk* or handling or handle or preventi*).ti,kf. | 1097228 |
| 15 | (((safety or protecti* or preventi*) adj3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* adj3 sampl*) or (((biological or urine) adj3 monitoring) or biomarkers)).ti,ab,kf. | 726628 |
| 16 | 11 or 12 or 13 or 14 or 15 | 2704331 |
| 17 | 10 and 16 | 1163 |
| 18 | limit 17 to (yr=”2005 -Current” and (dutch or english or french or german)) | 746 |
| 19 | (meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or “structured literature”) adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”).ti,ab,kf. or (“search strateg*” and “selection criteria”).ti,ab,kf. or (“data source*” and “data synthesis”).ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.) not (comment/ or editorial/ or letter/ or ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/)) | 733488 |
| 20 | 18 and 19 | 43 |
| 33 | limit 18 to (“research support, american recovery and reinvestment act” or research support, nih, extramural or research support, nih, intramural or research support, non us gov’t or research support, us gov’t, non phs or research support, us gov’t, phs) | 188 |
| 38 | 18 not 20 | 703 |
CINAHL:
| # | Query | Hits |
| 1 | (MM “Antineoplastic Agents+”) | 93,451 |
| 2 | (MH “Gemcitabine”) | 1,074 |
| 3 | (MH “Epirubicin”) | 469 |
| 4 | (MH “BCG Vaccine”) | 1,82 |
| 5 | (MH “Mitomycins”) | 1,118 |
| 6 | TI ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) OR AB ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) OR SU ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) | 9,934 |
| 7 | S1 OR S2 OR S3 OR S4 OR S5 OR S6 | 99,393 |
| 8 | (MH “Occupational Exposure”) | 21,613 |
| 9 | (MH “Nurses+”) OR (MH “Nurses by Educational Level+”) OR (MH “Nurses by Role+”) | 237,039 |
| 10 | (((occupational or staff or professional or nurs* or personnel or surface* or environmental or skin or microbial) N/3 (exposure* or contaminat*)) or leakage* or leaking) | 8,635 |
| 11 | S8 OR S9 OR S10 | 266,104 |
| 12 | S7 AND S11 | 745 |
| 13 | (MH “Occupational Exposure/AE/PC/ST/RF”) | 9,733 |
| 14 | (MH “Risk Assessment”) OR (MH “Risk Factors+”) OR (MH “Risk Management+”) OR (MH “Risk Taking Behavior+”) OR (MH “Attitude to Risk”) | 411,909 |
| 15 | (MH “Equipment Contamination”) OR (MH “Equipment Reuse”) OR (MH “Safety+”) OR (MH “Equipment Safety”) OR (MH “Occupational Safety”) | 0 |
| 16 | (MH “Equipment Contamination”) OR (MH “Equipment Reuse”) OR (MH “Safety+”) OR (MH “Equipment Safety”) OR (MH “Occupational Safety”) | 232,712 |
| 17 | TI (closed N3 system*) OR AB (closed N3 system*) OR SU (closed N3 system*) | 1,665 |
| 18 | TI ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) OR SU ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) OR ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) | 1,811,088 |
| 19 | TI ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) OR AB ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) OR SU ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) | 148,773 |
| 20 | S13 OR S14 OR S15 OR S16 OR S17 OR S18 OR S19 | 2,047,802 |
| 21 | S12 AND S20 | 532 |
| 22 | S12 AND S20 | 439 |
| 23 | S12 AND S20 | 409 |
| 24 | ((MH “Meta Analysis”) OR (MH “Systematic Review”) OR ( (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*) ) OR AB ( (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*) ) OR JN Cochrane Database of Systematic Reviews OR TI ( (prisma or prospero) ) OR AB ( (prisma or prospero) ) OR TI ( ((systemati* or umbrella or “structured literature”) N3 (review* or overview*) ) OR AB ( ((systemati* or umbrella or “structured literature”) N3 (review* or overview*) ) OR TI (systemic* N1 review*) OR AB (systemic* N1 review*) OR TI ( ((systemati* or literature or database* or data-base*) N10 search*) ) OR AB ( ((systemati* or literature or database* or data-base*) N10 search*) ) OR TI ( ((literature N3 review*) and (search* or database* or data-base*)) ) OR AB ( ((literature N3 review*) and (search* or database* or data-base*)) ) OR TI ( ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”) ) OR AB ( ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”) ) OR TI ( ((“search strategy” and “selection criteria”) or (“data source*” and “data synthesis”)) ) OR AB ( ((“search strategy” and “selection criteria”) or (“data source*” and “data synthesis”)) ) OR AB (medline or pubmed or embase or cochrane) OR TI ((critical or rapid) N2 (review* or overview* or synthes*)) OR TI ((critical or rapid) N2 (review* or overview* or synthes*)) ) AND AB ( (search* or database* or data-base*)) ) OR TI ( (metasynthes* or meta-synthes*) ) OR AB ( (metasynthes* or meta-synthes*) )) NOT (PT editorial OR PT letter OR (MH “Animals, Laboratory”)) | |
| 25 | S23 AND S24 | 22 |
| 26 | S23 NOT S25 | 387 |
INVERT
| # | Query | Hits |
| 1 | Blaasinstillatie | 4 |
Bijlage 1.3 Exclusietabel
| Author and year | Reason for exclusion |
| (Kennedy et al., 2023) | Wrong population |
| (Crickman & Finnell, 2016) | Wrong population |
| (Hensley, 2016) | Wrong study design |
| (Washburn, 2007) | Wrong outcome |
| (Korinth et al., 2007) | Wrong population |
| (Schmid et al., 2006) | Wrong population |
| (DeJoy et al., 2017) | Wrong outcome |
| (Walton et al., 2019) | Wrong outcome |
| (Haifler et al., 2010) | Wrong control |
| (Unda-Urzáiz et al., 2018) | Wrong control |
Bijlage 1.4 (De-)Implementatietabel met impuls analyse voor veiligheid voorafgaand aan de uitvoering van een blaasinstillatie
Aanbevelingen:
|
|||
|
x Ongewenste praktijkvariatie □ Nieuwe evidentie □ Anders Toelichting: Door veranderingen op het gebied van het uitvoeren van een blaasinstillatie, is er in de praktijk behoefte aan duidelijkheid welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn bij de voorbereiding. |
||
|
□ < 1000 □ < 5000 X 5000-40.000 □ > 40.000 |
||
|
X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling? □ Nee Toelichting: De module veiligheidsmaatregelen voor zorgverleners die nodig zijn voor de voorbereiding overlappen (deels) met de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn tijdens de blaasinstillatie (module 2). |
||
|
Voorbeelden | Wat zijn mogelijke belemmerende factoren? | Wat zijn mogelijke bevorderende factoren? |
|
Voortschrijding/ vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines | Inconsistentie tussen zorgverleners | Training en scholing, gezamenlijke afspraken, duurzaamheidsoverwegingen |
|
Kennis, vaardigheden, houding, compliance | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap | Verschillen in aanpak tussen zorgverleners, lage prioriteit binnen team | Positieve teamcultuur, multidisciplinair overleg |
|
Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren | Beperkte beschikbaarheid van materialen of informatiebronnen | Toegankelijke materialen, integratie van voorlichting in werkprocessen, organisatorische ondersteuning |
|
Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel) | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
| Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk? |
□ Patiënt/ cliënt (naaste) X Zorgverlener □ Beroepsvereniging □ Ziekenhuis(bestuurder) □ Zorgverzekeraars/ NZa □ Zorginstituut |
| Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen? | Zorgverleners gebruiken naast de wegwerphandschoenen geen aanvullende beschermingsmaatregelen meer. |
| Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? | X < 1 jaar □ < 2 jaar □ < 3 jaar De implicaties zijn niet groot maar er moeten wel wijzigingen in werkwijze (en mogelijk in protocollen) plaatsvinden. |
| Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)? | □ Ja x Nee Toelichting: Nee, geen grote impact. |
Bijlage 2.1 Zoekverantwoording
Ovid Medline:
| # | Query | Hits |
| 5 | *”Antineoplastic Agents”/ or Gemcitabine/ or Epirubicin/ or BCG Vaccine/ or exp Mitomycins/ or (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))).ti,ab,kf. | 326417 |
| 6 | “Occupational Exposure”/ | 61908 |
| 7 | health personnel/ or exp nurses/ or exp nursing staff/ | 232595 |
| 8 | (((occupational or staff or professional or nurs* or personnel or surface* or environmental or skin or microbial) adj3 (exposure* or contaminat*)) or leakage* or leaking).ti,ab,kf. | 183009 |
| 9 | 6 or 7 or 8 | 454076 |
| 10 | 5 and 9 | 2574 |
| 11 | exp Occupational Exposure/ae, pc, st, sn [Adverse Effects, Prevention & Control, Standards, Statistics & Numerical Data] | 33314 |
| 12 | Risk/ or Risk Assessment/ or Risk Factors/ or exp Safety/ | 1406971 |
| 13 | (closed adj3 system*).ti,ab,kf. | 11424 |
| 14 | (risk* or handling or handle or preventi*).ti,kf. | 1097228 |
| 15 | (((safety or protecti* or preventi*) adj3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* adj3 sampl*) or (((biological or urine) adj3 monitoring) or biomarkers)).ti,ab,kf. | 726628 |
| 16 | 11 or 12 or 13 or 14 or 15 | 2704331 |
| 17 | 10 and 16 | 1163 |
| 18 | limit 17 to (yr=”2005 -Current” and (dutch or english or french or german)) | 746 |
| 19 | (meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or “structured literature”) adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”).ti,ab,kf. or (“search strateg*” and “selection criteria”).ti,ab,kf. or (“data source*” and “data synthesis”).ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.) not (comment/ or editorial/ or letter/ or ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/)) | 733488 |
| 20 | 18 and 19 | 43 |
| 33 | limit 18 to (“research support, american recovery and reinvestment act” or research support, nih, extramural or research support, nih, intramural or research support, non us gov’t or research support, us gov’t, non phs or research support, us gov’t, phs) | 188 |
| 38 | 18 not 20 | 703 |
CINAHL:
| # | Query | Hits |
| 1 | (MM “Antineoplastic Agents+”) | 93,451 |
| 2 | (MH “Gemcitabine”) | 1,074 |
| 3 | (MH “Epirubicin”) | 469 |
| 4 | (MH “BCG Vaccine”) | 1,82 |
| 5 | (MH “Mitomycins”) | 1,118 |
| 6 | TI ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) OR AB ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) OR SU ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) | 9,934 |
| 7 | S1 OR S2 OR S3 OR S4 OR S5 OR S6 | 99,393 |
| 8 | (MH “Occupational Exposure”) | 21,613 |
| 9 | (MH “Nurses+”) OR (MH “Nurses by Educational Level+”) OR (MH “Nurses by Role+”) | 237,039 |
| 10 | (((occupational or staff or professional or nurs* or personnel or surface* or environmental or skin or microbial) N/3 (exposure* or contaminat*)) or leakage* or leaking) | 8,635 |
| 11 | S8 OR S9 OR S10 | 266,104 |
| 12 | S7 AND S11 | 745 |
| 13 | (MH “Occupational Exposure/AE/PC/ST/RF”) | 9,733 |
| 14 | (MH “Risk Assessment”) OR (MH “Risk Factors+”) OR (MH “Risk Management+”) OR (MH “Risk Taking Behavior+”) OR (MH “Attitude to Risk”) | 411,909 |
| 15 | (MH “Equipment Contamination”) OR (MH “Equipment Reuse”) OR (MH “Safety+”) OR (MH “Equipment Safety”) OR (MH “Occupational Safety”) | 0 |
| 16 | (MH “Equipment Contamination”) OR (MH “Equipment Reuse”) OR (MH “Safety+”) OR (MH “Equipment Safety”) OR (MH “Occupational Safety”) | 232,712 |
| 17 | TI (closed N3 system*) OR AB (closed N3 system*) OR SU (closed N3 system*) | 1,665 |
| 18 | TI ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) OR SU ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) OR ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) | 1,811,088 |
| 19 | TI ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) OR AB ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) OR SU ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) | 148,773 |
| 20 | S13 OR S14 OR S15 OR S16 OR S17 OR S18 OR S19 | 2,047,802 |
| 21 | S12 AND S20 | 532 |
| 22 | S12 AND S20 | 439 |
| 23 | S12 AND S20 | 409 |
| 24 | ((MH “Meta Analysis”) OR (MH “Systematic Review”) OR ( (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*) ) OR AB ( (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*) ) OR JN Cochrane Database of Systematic Reviews OR TI ( (prisma or prospero) ) OR AB ( (prisma or prospero) ) OR TI ( ((systemati* or umbrella or “structured literature”) N3 (review* or overview*) ) OR AB ( ((systemati* or umbrella or “structured literature”) N3 (review* or overview*) ) OR TI (systemic* N1 review*) OR AB (systemic* N1 review*) OR TI ( ((systemati* or literature or database* or data-base*) N10 search*) ) OR AB ( ((systemati* or literature or database* or data-base*) N10 search*) ) OR TI ( ((literature N3 review*) and (search* or database* or data-base*)) ) OR AB ( ((literature N3 review*) and (search* or database* or data-base*)) ) OR TI ( ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”) ) OR AB ( ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”) ) OR TI ( ((“search strategy” and “selection criteria”) or (“data source*” and “data synthesis”)) ) OR AB ( ((“search strategy” and “selection criteria”) or (“data source*” and “data synthesis”)) ) OR AB (medline or pubmed or embase or cochrane) OR TI ((critical or rapid) N2 (review* or overview* or synthes*)) OR TI ((critical or rapid) N2 (review* or overview* or synthes*)) ) AND AB ( (search* or database* or data-base*)) ) OR TI ( (metasynthes* or meta-synthes*) ) OR AB ( (metasynthes* or meta-synthes*) )) NOT (PT editorial OR PT letter OR (MH “Animals, Laboratory”)) | |
| 25 | S23 AND S24 | 22 |
| 26 | S23 NOT S25 | 387 |
INVERT
| # | Query | Hits |
| 1 | Blaasinstillatie | 4 |
Bijlage 2.3 Exclusietabel
| Author and year | Reason for exclusion |
| (Kennedy et al., 2023) | Wrong population |
| (Crickman & Finnell, 2016) | Wrong population |
| (Hensley, 2016) | Wrong study design |
| (Washburn, 2007) | Wrong outcome |
| (Korinth et al., 2007) | Wrong population |
| (Schmid et al., 2006) | Wrong population |
| (DeJoy et al., 2017) | Wrong outcome |
| (Walton et al., 2019) | Wrong outcome |
| (Haifler et al., 2010) | Wrong control |
| (Unda-Urzáiz et al., 2018) | Wrong control |
Bijlage 2.4 (De-)Implementatietabel met impuls analyse voor veiligheid tijdens de uitvoering van een blaasinstillatie
Aanbevelingen:
|
|||
|
x Ongewenste praktijkvariatie □ Nieuwe evidentie □ Anders Toelichting: Door veranderingen op het gebied van het uitvoeren van een blaasinstillatie, is er in de praktijk behoefte aan duidelijkheid welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn tijdens het uitvoeren van een blaasinstillatie. |
||
|
□ < 1000 □ < 5000 X 5000-40.000 □ > 40.000 |
||
|
X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling? □ Nee Toelichting: De module veiligheidsmaatregelen voor zorgverleners die nodig zijn tijdens de uitvoering van een blaasinstillatie overlappen (deels) met de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn voorafgaand aan de blaasinstillatie (module 1). |
||
|
Voorbeelden | Wat zijn mogelijke belemmerende factoren? | Wat zijn mogelijke bevorderende factoren? |
|
Voortschrijding/ vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines | Inconsistentie tussen zorgverleners | Training en scholing, gezamenlijke afspraken, duurzaamheidsoverwegingen |
|
Kennis, vaardigheden, houding, compliance | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap | Verschillen in aanpak tussen zorgverleners, lage prioriteit binnen team | Positieve teamcultuur, multidisciplinair overleg |
|
Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren | Beperkte beschikbaarheid van materialen of informatiebronnen | Toegankelijke materialen, integratie van voorlichting in werkprocessen, organisatorische ondersteuning |
|
Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel) | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
□ Patiënt/ cliënt (naaste) X Zorgverlener □ Beroepsvereniging □ Ziekenhuis(bestuurder) □ Zorgverzekeraars/ NZa |
|
Zorgverleners gebruiken naast de wegwerphandschoenen geen aanvullende beschermingsmaatregelen meer. |
|
X < 1 jaar □ < 2 jaar □ < 3 jaar De implicaties zijn niet groot maar er moeten wel wijzigingen in werkwijze (en mogelijk in protocollen) plaatsvinden. |
|
□ Ja x Nee Toelichting: Nee, geen grote impact. |
Bijlage 3.1 Zoekverantwoording
Ovid Medline:
| # | Query | Hits |
| 5 | *”Antineoplastic Agents”/ or Gemcitabine/ or Epirubicin/ or BCG Vaccine/ or exp Mitomycins/ or (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))).ti,ab,kf. | 326417 |
| 6 | “Occupational Exposure”/ | 61908 |
| 7 | health personnel/ or exp nurses/ or exp nursing staff/ | 232595 |
| 8 | (((occupational or staff or professional or nurs* or personnel or surface* or environmental or skin or microbial) adj3 (exposure* or contaminat*)) or leakage* or leaking).ti,ab,kf. | 183009 |
| 9 | 6 or 7 or 8 | 454076 |
| 10 | 5 and 9 | 2574 |
| 11 | exp Occupational Exposure/ae, pc, st, sn [Adverse Effects, Prevention & Control, Standards, Statistics & Numerical Data] | 33314 |
| 12 | Risk/ or Risk Assessment/ or Risk Factors/ or exp Safety/ | 1406971 |
| 13 | (closed adj3 system*).ti,ab,kf. | 11424 |
| 14 | (risk* or handling or handle or preventi*).ti,kf. | 1097228 |
| 15 | (((safety or protecti* or preventi*) adj3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* adj3 sampl*) or (((biological or urine) adj3 monitoring) or biomarkers)).ti,ab,kf. | 726628 |
| 16 | 11 or 12 or 13 or 14 or 15 | 2704331 |
| 17 | 10 and 16 | 1163 |
| 18 | limit 17 to (yr=”2005 -Current” and (dutch or english or french or german)) | 746 |
| 19 | (meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or “structured literature”) adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”).ti,ab,kf. or (“search strateg*” and “selection criteria”).ti,ab,kf. or (“data source*” and “data synthesis”).ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.) not (comment/ or editorial/ or letter/ or ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/)) | 733488 |
| 20 | 18 and 19 | 43 |
| 33 | limit 18 to (“research support, american recovery and reinvestment act” or research support, nih, extramural or research support, nih, intramural or research support, non us gov’t or research support, us gov’t, non phs or research support, us gov’t, phs) | 188 |
| 38 | 18 not 20 | 703 |
CINAHL:
| # | Query | Hits |
| 1 | (MM “Antineoplastic Agents+”) | 93,451 |
| 2 | (MH “Gemcitabine”) | 1,074 |
| 3 | (MH “Epirubicin”) | 469 |
| 4 | (MH “BCG Vaccine”) | 1,82 |
| 5 | (MH “Mitomycins”) | 1,118 |
| 6 | TI ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) OR AB ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) OR SU ( (gemcitabin* or mitomycin* or Epirubicin* or BCG* or Bacillus Calmette-Guerin* or ((Antineoplastic or hazardous) adj2 (Agent* or drug*))) ) | 9,934 |
| 7 | S1 OR S2 OR S3 OR S4 OR S5 OR S6 | 99,393 |
| 8 | (MH “Occupational Exposure”) | 21,613 |
| 9 | (MH “Nurses+”) OR (MH “Nurses by Educational Level+”) OR (MH “Nurses by Role+”) | 237,039 |
| 10 | (((occupational or staff or professional or nurs* or personnel or surface* or environmental or skin or microbial) N/3 (exposure* or contaminat*)) or leakage* or leaking) | 8,635 |
| 11 | S8 OR S9 OR S10 | 266,104 |
| 12 | S7 AND S11 | 745 |
| 13 | (MH “Occupational Exposure/AE/PC/ST/RF”) | 9,733 |
| 14 | (MH “Risk Assessment”) OR (MH “Risk Factors+”) OR (MH “Risk Management+”) OR (MH “Risk Taking Behavior+”) OR (MH “Attitude to Risk”) | 411,909 |
| 15 | (MH “Equipment Contamination”) OR (MH “Equipment Reuse”) OR (MH “Safety+”) OR (MH “Equipment Safety”) OR (MH “Occupational Safety”) | 0 |
| 16 | (MH “Equipment Contamination”) OR (MH “Equipment Reuse”) OR (MH “Safety+”) OR (MH “Equipment Safety”) OR (MH “Occupational Safety”) | 232,712 |
| 17 | TI (closed N3 system*) OR AB (closed N3 system*) OR SU (closed N3 system*) | 1,665 |
| 18 | TI ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) OR SU ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) OR ( (risk* or handling or handle or preventi*) ) | 1,811,088 |
| 19 | TI ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) OR AB ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) OR SU ( (((safety or protecti* or preventi*) N/3 (measure* or device* or equipment* or practice*)) or glove* or glass* or gown* or decontaminat* or cleaning or hygien* or (wipe* N/3 sampl*) or (((biological or urine) N/3 monitoring) or biomarkers)) ) | 148,773 |
| 20 | S13 OR S14 OR S15 OR S16 OR S17 OR S18 OR S19 | 2,047,802 |
| 21 | S12 AND S20 | 532 |
| 22 | S12 AND S20 | 439 |
| 23 | S12 AND S20 | 409 |
| 24 | ((MH “Meta Analysis”) OR (MH “Systematic Review”) OR ( (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*) ) OR AB ( (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*) ) OR JN Cochrane Database of Systematic Reviews OR TI ( (prisma or prospero) ) OR AB ( (prisma or prospero) ) OR TI ( ((systemati* or umbrella or “structured literature”) N3 (review* or overview*) ) OR AB ( ((systemati* or umbrella or “structured literature”) N3 (review* or overview*) ) OR TI (systemic* N1 review*) OR AB (systemic* N1 review*) OR TI ( ((systemati* or literature or database* or data-base*) N10 search*) ) OR AB ( ((systemati* or literature or database* or data-base*) N10 search*) ) OR TI ( ((literature N3 review*) and (search* or database* or data-base*)) ) OR AB ( ((literature N3 review*) and (search* or database* or data-base*)) ) OR TI ( ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”) ) OR AB ( ((“data extraction” or “data source*”) and “study selection”) ) OR TI ( ((“search strategy” and “selection criteria”) or (“data source*” and “data synthesis”)) ) OR AB ( ((“search strategy” and “selection criteria”) or (“data source*” and “data synthesis”)) ) OR AB (medline or pubmed or embase or cochrane) OR TI ((critical or rapid) N2 (review* or overview* or synthes*)) OR TI ((critical or rapid) N2 (review* or overview* or synthes*)) ) AND AB ( (search* or database* or data-base*)) ) OR TI ( (metasynthes* or meta-synthes*) ) OR AB ( (metasynthes* or meta-synthes*) )) NOT (PT editorial OR PT letter OR (MH “Animals, Laboratory”)) | |
| 25 | S23 AND S24 | 22 |
| 26 | S23 NOT S25 | 387 |
INVERT
| # | Query | Hits |
| 1 | Blaasinstillatie | 4 |
Bijlage 3.3 Exclusietabel
| Author and year | Reason for exclusion |
| (Kennedy et al., 2023) | Wrong population |
| (Crickman & Finnell, 2016) | Wrong population |
| (Hensley, 2016) | Wrong study design |
| (Washburn, 2007) | Wrong outcome |
| (Korinth et al., 2007) | Wrong population |
| (Schmid et al., 2006) | Wrong population |
| (DeJoy et al., 2017) | Wrong outcome |
| (Walton et al., 2019) | Wrong outcome |
| (Haifler et al., 2010) | Wrong control |
| (Unda-Urzáiz et al., 2018) | Wrong control |
Bijlage 3.4 (De-)Implementatietabel met impuls analyse voor veiligheid na de uitvoering van een blaasinstillatie
Aanbevelingen:
|
|||
|
x Ongewenste praktijkvariatie □ Nieuwe evidentie □ Anders Toelichting: Door veranderingen op het gebied van het uitvoeren van een blaasinstillatie, is er in de praktijk behoefte aan duidelijkheid welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn na de uitvoering van een blaasinstillatie (voor zowel de zorgverlener als de patiënt). |
||
|
□ < 1000 □ < 5000 X 5000-40.000 □ > 40.000 |
||
|
X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling? □ Nee Toelichting: De module veiligheidsmaatregelen voor zorgverleners/patiënten die nodig zijn na de uitvoering van een blaasinstillatie overlappen (deels) met de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn voorafgaand en tijdens de blaasinstillatie (module 1 & 2) en voorlichting aan patiënten (module 5). |
||
|
Voorbeelden | Wat zijn mogelijke belemmerende factoren? | Wat zijn mogelijke bevorderende factoren? |
|
Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines | Inconsistentie tussen zorgverleners, tijdsdruk | Training en scholing, gezamenlijke afspraken, motivatie om patiënten goed te informeren |
|
Kennis, vaardigheden, houding, compliance | Verschillende gezondheidsvaardigheden, taalbarrières, beperkte aandacht of interesse | Afgestemde, begrijpelijke en toegankelijke informatie, herhaling en ondersteuning met aanvullend materiaal |
|
Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap | Verschillen in aanpak tussen collega’s, gebrek aan samenwerking of consensus | Positieve teamcultuur, multidisciplinair overleg, gedeelde verantwoordelijkheid, leiderschap dat consistentie voorlichting stimuleert |
|
Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren | Onvoldoende tijd in planning, beperkte beschikbaarheid van materialen of informatiebronnen | Toegankelijke materialen, integratie van voorlichting in werkprocessen, organisatorische ondersteuning |
|
Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel) | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
X Patiënt/ cliënt (naaste) X Zorgverlener □ Beroepsvereniging □ Ziekenhuis(bestuurder) □ Zorgverzekeraars/ NZa |
|
Zorgverleners gebruiken naast de wegwerphandschoenen geen aanvullende beschermingsmaatregelen meer. Patiënten dienen rekening te houden met een periode waarin er, afhankelijk van de medicatie die gebruikt is, risico is op (onbedoelde) verspreiding van cytostatica. |
|
X < 1 jaar □ < 2 jaar □ < 3 jaar De implicaties zijn niet groot maar er moeten wel wijzigingen in werkwijze (en mogelijk in protocollen) plaatsvinden, en in patiënteninformatie. |
|
□ Ja X Nee Toelichting: Nee, geen grote impact. |
Bijlage 4.1 (De-)Implementatietabel met impuls analyse voor contra-indicaties
Aanbevelingen:
|
|||
|
x Ongewenste praktijkvariatie □ Nieuwe evidentie □ Anders Toelichting: In de huidige zorg voor mensen met een blaasinstillatie kan er variatie zijn in het herkennen van contra-indicaties. Het opstellen van eenduidige aanbevelingen zorgt voor consistente beoordeling van verpleegkundigen. |
||
|
□ < 1000 □ < 5000 X 5000-40.000 □ > 40.000 |
||
|
X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling? □ Nee Toelichting: De module contra-indicaties overlapt (deels) met de module voorlichting aan patiënten (module 5). |
||
|
Voorbeelden | Wat zijn mogelijke belemmerende factoren? | Wat zijn mogelijke bevorderende factoren? |
|
Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines | Inconsistentie tussen zorgverleners, tijdsdruk | Training en scholing, gezamenlijke afspraken, motivatie om patiënten goed te informeren |
|
Kennis, vaardigheden, houding, compliance | Verschillende gezondheidsvaardigheden, taalbarrières, beperkte aandacht of interesse | Afgestemde, begrijpelijke en toegankelijke informatie, herhaling en ondersteuning met aanvullend materiaal |
|
Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap | Verschillen in aanpak tussen collega’s, gebrek aan samenwerking of consensus | Positieve teamcultuur, multidisciplinair overleg, gedeelde verantwoordelijkheid, leiderschap dat consistentie voorlichting stimuleert |
|
Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren | Onvoldoende tijd in planning, beperkte beschikbaarheid van materialen of informatiebronnen | Toegankelijke materialen, integratie van voorlichting in werkprocessen, organisatorische ondersteuning |
|
Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel) | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
x Patiënt/ cliënt (naaste) x Zorgverlener □ Beroepsvereniging □ Ziekenhuis(bestuurder) □ Zorgverzekeraars/ NZa □ Zorginstituut |
|
Zorgverleners achterhalen op een gestandaardiseerde manier, die begrijpelijk is voor de patiënt, of er sprake is van een mogelijke contra-indicatie. |
|
X < 1 jaar □ < 2 jaar □ < 3 jaar De implicaties zijn niet groot maar er moeten wel wijzigingen in werkwijze en in protocollen plaatsvinden. |
|
□ Ja x Nee Toelichting: Geen grote impact. |
Bijlage 5.1 (De-)Implementatietabel met impuls analyse voor voorlichting aan patiënten
Aanbevelingen:
|
|||
|
x Ongewenste praktijkvariatie □ Nieuwe evidentie □ Anders Toelichting: In de huidige zorg voor mensen met een blaasinstillatie kan er variatie zijn in inhoud, timing en overdracht van informatie. Het opstellen van eenduidige aanbevelingen zorgt voor consistente, begrijpelijke en tijdige voorlichting aan patiënten. |
||
|
□ < 1000 □ < 5000 X 5000-40.000 □ > 40.000 |
||
|
X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling? □ Nee Toelichting: De module voorlichting aan patiënt overlapt (deels) met de modules veiligheidsmaatregelen die nodig zijn na de blaasinstillatie (3) en contra-indicaties (module 4). |
||
|
Voorbeelden | Wat zijn mogelijke belemmerende factoren? | Wat zijn mogelijke bevorderende factoren? |
|
Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines | Inconsistentie tussen zorgverleners, tijdsdruk | Training en scholing, gezamenlijke afspraken, motivatie om patiënten goed te informeren |
|
Kennis, vaardigheden, houding, compliance | Verschillende gezondheidsvaardigheden, taalbarrières, beperkte aandacht of interesse | Afgestemde, begrijpelijke en toegankelijke informatie, herhaling en ondersteuning met aanvullend materiaal |
|
Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap | Verschillen in aanpak tussen collega’s, gebrek aan samenwerking of consensus | Positieve teamcultuur, multidisciplinair overleg, gedeelde verantwoordelijkheid, leiderschap dat consistentie voorlichting stimuleert |
|
Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren | Onvoldoende tijd in planning, beperkte beschikbaarheid van materialen of informatiebronnen | Toegankelijke materialen, integratie van voorlichting in werkprocessen, organisatorische ondersteuning |
|
Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel) | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
|
x Patiënt/ cliënt (naaste) x Zorgverlener x Beroepsvereniging □ Ziekenhuis(bestuurder) □ Zorgverzekeraars/ NZa □ Zorginstituut |
|
Zorgverleners geven consistente, begrijpelijke voorlichting en herhalen kernpunten; patiënten passen de informatie toe in de praktijk; kenniscentra faciliteren materialen, protocollen en scholing; |
|
X < 1 jaar □ < 2 jaar □ < 3 jaar De implicaties zijn niet groot maar er moeten wel wijzigingen in werkwijze en in protocollen plaatsvinden. |
|
x Ja □ Nee Toelichting: Ja, extra aandacht is nodig. Voorlichting moet consistent en begrijpelijk worden gegeven, herhaald en ondersteund met materialen, en goed worden afgestemd tussen alle betrokken zorgverleners. Zonder deze implementatiestappen kunnen patiënten onvoldoende vaardigheden ontwikkelen om adequaat te handelen. |
6. Voorlichting aan patiënten
6.1 Uitgangsvraag
Welke informatie moet onderdeel zijn van de voorlichting aan patiënten en naasten door zorgverleners?
6.2 Aanbevelingen
- Adviseer patiënten om ten minste vier uur voorafgaand aan de blaasinstillatie geen vocht in te nemen.
Sterk – voor
- Adviseer patiënten om 4 uur voorafgaand aan de blaasinstillatie geen alcohol te drinken.
Sterk – voor
- Bespreek vooraf het belang van het vasthouden van de instillatie gedurende minimaal één uur, bij voorkeur twee uur.
Sterk – voor
- Informeer patiënten die behandeld worden met BCG over de mogelijke interactie met antibiotica, en weeg het gebruik hiervan zorgvuldig af.
Sterk – voor
- Overweeg patiënten die diuretica gebruiken te adviseren om de inname hiervan voorafgaand aan de blaasinstillatie tijdelijk uit te stellen, indien dit medisch verantwoord is.
Zwak – voor
- Informeer patiënten voorafgaand aan de behandeling over de meest voorkomende bijwerkingen van BCG en Mitomycine C.
Sterk – voor
- Informeer patiënten om na afloop van de inwerktijd zittend te urineren, ongeacht geslacht.
Sterk – voor
- Informeer patiënten om na ieder toiletbezoek de handen te wassen, conform de Handreiking Veilig werken met cytostatica.
Sterk – voor
- Adviseer patiënten om kleding die mogelijk in contact is geweest met cytostatica apart te wassen.
Sterk – voor
- Adviseer seksueel actieve patiënten om barrièremiddelen (zoals condooms) gedurende (2 dagen MMC, één week BCG) na de behandeling te gebruiken, of gedurende deze periode af te zien van geslachtsgemeenschap.
Sterk – voor
- Informeer patiënten dat zij na de behandeling hun normale dagelijkse activiteiten kunnen hervatten.
Sterk – voor
- Geef patiënten die actief roken een stoppen-met-rokenadvies.
Sterk – voor
- Adviseer patiënten om na afloop van de behandeling de vochtinname te verhogen.
Sterk – voor
- Herhaal patiënten informatie tijdens vervolgafspraken.
Sterk – voor
- Biedt passend informatiemateriaal aan ter ondersteuning van mondelinge voorlichting
Sterk – voor
6.3 Rationale
Voorlichting aan de patiënt en hun naasten is essentieel voor persoonsgerichte zorg. Voorlichting kan er onder andere voor zorgen dat de onzekerheid van de patiënt verminderd, de effectiviteit van de behandeling optimaal is, en de kans op besmetting van de omgeving van de patiënt verminderd wordt. De volgende onderwerpen dienen besproken te worden:
- Vochtinname voorafgaand aan de blaasinstillatie
- Medicatie die vermeden/uitgesteld moet worden voorafgaand aan de blaasinstillatie
- De meest voorkomende bijwerkingen van BCG en Mitomycine C
- Plassen/urineren na de blaasinstillatie
- Het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding
- Seksuele activiteit na de blaasinstillatie
- Hervatten van normale activiteiten (incl. dieet, lichaamsbeweging etc.)
- Een stoppen met roken advies
- Vochtinname na de behandeling
Het meest geschikte moment van voorlichting lijkt bij aanvang van de behandelrelatie, bijvoorbeeld tijdens de verpleegkundige anamnese. Wanneer passend kan voorlichting echter op een later moment (nogmaals) gegeven worden. Informatiemateriaal dat de patiënt en/of naaste(n) later nog kan teruglezen is wenselijk (in aanvulling op mondelinge informatie) vanuit het perspectief van de patiënt en de naaste(n).
6.4 Achtergrond
In Nederland is het gebruikelijk dat verpleegkundigen de blaasinstillatie toedienen. Dat stelt verpleegkundigen in de gelegenheid om de patiënt (en hun naasten) goede voorlichting te geven naast de informatie die gegeven wordt door de arts. De voorlichting kan plaats vinden in de kliniek, voorafgaand aan elke behandeling.
6.5 Literatuursamenvatting
6.5.1 Literatuursearch en -selectie
Voor de beantwoording van de uitgangsvraag is geen literatuursearch uitgevoerd, maar er is gebruik gemaakt van de internationale European Association of Urology Nurses (EAUN) richtlijn (EAUN Guidelines on Intravesical Instillation with Mitomycin C and Bacillus Calmette-Guérin in Non-Muscle-Invasive Bladder Cancer, 2026) Deze is aangevuld en aangevuld met expert opinion.
6.6 Overwegingen
6.6.1 Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is niet systematisch gezocht naar literatuur, waardoor er geen GRADE uitgevoerd is voor deze uitgangsvraag. De EAUN-richtlijn vormt de basis voor de beantwoording van de uitgangsvraag. Op basis van klinische expertise zijn de onderwerpen inhoudelijk aangepast en vertaald naar de Nederlandse setting.
In de EAUN richtlijn staat beschreven dat de volgende onderwerpen besproken moeten worden met patiënten:
- Vochtinname voorafgaand aan de blaasinstillatie
- Het vermijden van alcohol
- Medicatie die vermeden/uitgesteld moet worden voorafgaand aan de blaasinstillatie
- De meest voorkomende bijwerkingen van BCG en Mitomycine C
- Plassen/urineren na de blaasinstillatie
- De klachten en symptomen van een urineweginfectie
- Het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding
- Seksuele activiteit na de blaasinstillatie
- Hervatten van normale activiteiten (incl. dieet, lichaamsbeweging etc.)
- Een stoppen met roken advies
- Vochtinname na de behandeling
Vóór elke behandeling moet de vochtinname worden beperkt om de concentratie van het geneesmiddel dat in contact komt met de blaaswand te maximaliseren. Hoewel de EAUN-richtlijn adviseert om 8 uur geen vocht in te nemen, wordt patiënten geadviseerd om vier uur vóór de installatie geen vocht in te nemen. Dit minimaliseert de urineproductie tijdens de therapie en vergroot het vermogen van patiënten om het middel gedurende de voorgeschreven inwerktijd vast te houden. Voor een optimale werking moet de spoeling 2 uur in de blaas blijven, maar minimaal 1 uur is essentieel voor goede werking van de medicatie. Indien de instillatieduur korter is dan 1 uur, dient dit vermeld te worden zodat het vermeld kan worden in het elektronisch patiëntendossier. Het vasthouden van de urine kan lastig zijn voor patiënten, met name na meerdere behandelingen. Het is voor patiënten prettig als dit voorafgaand besproken wordt.
Het vermijden van alcohol
Alcohol 4 uur voorafgaand aan de behandeling moet worden vermeden vanwege het diuretische effect.
Medicatie die vermeden/uitgesteld moet worden voorafgaand aan de blaasinstillatie
Antibiotica: specifiek voor patiënten die BCG toegediend krijgen, aangezien de interactie tussen antibiotica en BCG de effectiviteit van de behandeling kan verminderen.
Diuretica: kan ervoor zorgen dat dat de inwerktijd in de blaas verkort wordt. Indien verantwoord, kan geadviseerd worden om dit in te nemen na de blaasinstillatie.
De meest voorkomende bijwerkingen van BCG en MMC
Het is voor patiënten prettig om de bijwerkingen voorafgaand aan een blaasinstillatie te weten (zoals prikkeling van de urinewegen, koorts bij BCG, brandend gevoel tijdens het plassen, vaker plassen).
Plassen/urineren na de blaasinstillatie
Na afloop van de voorgeschreven inwerktijd moeten patiënten zittend plassen (ook mannen, dus geen gebruik van urinoir). Dit helpt spatten en contact van oppervlakken met restanten van het middel te beperken. Dit is wenselijk voor zowel de patiënt als de omgeving.
De wc dient 2 keer doorgespoeld te worden met de deksel dicht. Daarnaast dienen patiënten de handen te wassen na elk wc-bezoek (Veilig Werken Met Cytostatica – Kennisplatform, januari 2025).
Het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding
Kleding dat mogelijk is verontreinigd met cytostatica door bijv. morsen of incontinentie, dient apart van andere kleding gewassen te worden. Voor het wassen van (besmette/verontreinigde) kleding wordt verwezen naar de (Veilig Werken Met Cytostatica – Kennisplatform, januari 2025).
Seksuele activiteit na de blaasinstillatie
Seksueel actieve patiënten dienen geïnformeerd te worden om tijdens de geslachtsgemeenschap barrièremiddelen/bescherming te gebruiken (bijv. condooms) of na de behandeling af te zien van geslachtsgemeenschap. Voor behandeling met BCG wordt uitgegaan van een potentiaal risico tot één week na toediening. Voor Mitomycine C wordt uitgegaan van een potentieel risico tot 2 dagen na toediening.
Hervatten van normale activiteiten (incl. dieet, lichaamsbeweging etc.)
Patiënten kunnen na de behandeling vragen hebben over welke activiteiten ze wel of niet mogen doen. Patiënten kunnen geïnformeerd worden dat zij hun normale activiteiten kunnen hervatten. Er behoeven geen verdere maatregelen genomen te worden met betrekking tot voeding en lichaamsbeweging.
Een stoppen met roken advies
Voor actieve rokers kan een stoppen met roken advies overwogen worden. Roken lijkt te resulteren in een grotere kans op terugkeer van de ziekte. Een stoppen met roken advies kan onderdeel zijn van een eerste gesprek, maar hoeft niet standaard besproken te worden tijdens herhaal behandelingen. Er zijn aanwijzingen dat BCG minder effectief is door roken (Rink et al., 2012; Sfakianos et al., 2011).
Vochtinname na de behandeling
Na afronding van de behandeling kunnen patiënten geïnformeerd worden om de vochtinname te verhogen om eventuele resterende medicatie uit de blaas te spoelen.
Waarden en voorkeuren van patiënten en hun naasten
Het geven van duidelijke, tijdige voorlichting over blaasinstillatie stelt patiënten beter in staat om met het gehele behandelingsproces om te gaan. Voordat met de behandeling wordt gestart, dienen patiënten geïnformeerd te worden over het werkingsmechanisme van de behandeling en de mogelijke bijwerkingen. Deze voorlichting vermindert mogelijk angst en onzekerheid, bevordert de zelfredzaamheid en verbetert mogelijk de therapietrouw. Door informatie te ontvangen die aansluit bij de behoeften van de patiënt en diens mantelzorger, neemt de tevredenheid over de behandeling toe, verbetert de omgang met eventuele bijwerkingen en ontstaat er meer vertrouwen in het verloop van de therapie. Daarnaast zorgt de voorlichting over veiligheidsmaatregelen er mogelijk voor dat de kans op besmetting met cytostatica voor de omgeving/naasten wordt verminderd.
Naast mondelinge voorlichting aan de patiënt en zijn naasten kunnen aanvullende instructiemethoden (zoals brochures, digitale informatie) effectief zijn voor individuele patiënten. Zo kan de informatie op een later moment nog geraadpleegd worden.
Het kan voor patiënten en hun naasten prettig zijn als de informatie tijdens de duur van de behandeling herhaald wordt, aangezien herhaling bijdraagt aan een beter begrip en het onthouden van de versterkte informatie.
6.6.2 Kosten(effectiviteit)
De beschreven voorlichting lijkt geen aanvullende kosten met zich mee te brengen.
De beschreven voorlichting zal naar verwachting de effectiviteit van de behandeling en kans op bijwerkingen verminderen, en zou daarmee kosteneffectief kunnen zijn. Echter, wetenschappelijk bewijs hierover ontbreekt.
6.6.3 Duurzaamheid
Er wordt geen invloed op de duurzaamheid verwacht, anders dan het eventueel printen van informatiemateriaal.
6.6.4 Gelijkheid
Door bij iedere patiënt en/of naaste(n) dezelfde onderwerpen te bespreken in de voorlichting wordt de gelijkheid vergroot. Echter zal de bespreking van de onderwerpen naar verwachting door bepaalde groepen minder goed worden begrepen dan door andere groepen. Dit beïnvloedt hoe de voorlichting ontvangen wordt en wat men er vervolgens mee doet. Om gelijkwaardigheid te borgen is het dan ook van belang dat de voorlichting aangepast wordt aan de patiënt en/of naaste(n).
Denk dan aan patiënten en/of naaste(n) met:
- Beperkte gezondheidsvaardigheden
- Verminderd gehoor
- Een taalbarrière
- Moeite met lezen en/of schrijven (laaggeletterdheid)
Patiënten zonder een sterk sociaal netwerk, of van wie de naaste(n) niet bereid zijn om voorlichting te ontvangen, kunnen benadeeld worden. Zij hebben geen naaste(n) die naar aanleiding van de voorlichting gestimuleerd worden om actie te ondernemen.
6.6.5 Aanvaarbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Voor de zorgverleners is het geven van de voorgestelde voorlichting (uitgebreide voorlichting, afgestemd op de patiënt en de naaste(n)) over het algemeen zowel aanvaardbaar als haalbaar. In de beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden is ook beschreven dat de verpleegkundige ervoor dient te zorgen dat de patiënt en/of vertegenwoordiger de informatie krijgt die hij/zij nodig heeft (Nederlandse Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden, 2015).
Voorlichting kan gegeven worden door een urologie gespecialiseerde (oncologie)verpleegkundige en/of verpleegkundig specialist. In hoeverre de voorlichting goed afgestemd kan worden op de patiënt, hangt af van de kennis, ervaring en communicatieve vaardigheden van de individuele zorgverlener.
6.7 Kennisvragen
Niet van toepassing.
6.8 Referenties
Blom, H., Carthy, C. M., van den Berg, R., Crul, M., de Blok, W., Wilms, E., & Oddens, J. R. (2025). Safe Administration of Mitomycin in Bladder Instillation for Cancer: A Pilot Study. International Journal of Urological Nursing, 19(3), e70032. https://doi.org/10.1111/ijun.70032
Cytostatica | Dokterhoe. (n.d.).
EAUN Guidelines on Intravesical instillation with mitomycin C and bacillus Calmette-Guérin in non-muscle-invasive bladder cancer. (2026). https://nurses.uroweb.org/guidelines/intravesical-instillation
Haifler, M., Lang, E., Sabler, I., Gutman, Y., Lindner, A., & Zisman, A. (2010). Increasing medical staff safety by using a closed system for intravesical instillation of mitomycin C. Urology, 76(3), 649–651. https://doi.org/10.1016/j.urology.2010.02.058
Hensley. (2016, July). Hazardous Drugs in the Urology Workplace: Focus on Intravesical Medications – PubMed. UROLOGIC NURSING. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29240329/
Rink, M., Xylinas, E., Babjuk, M., Pycha, A., Karakiewicz, P. I., Novara, G., Dahlem, R., & Shariat, S. F. (2012). Smoking reduces the efficacy of intravesical bacillus Calmette- Guérin immunotherapy in non-muscle-invasive bladder cancer. European Urology, 62(6), 1204–1206. https://doi.org/10.1016/j.eururo.2012.08.057
Sfakianos, J. P., Shariat, S. F., Favaretto, R. L., Rioja, J., & Herr, H. W. (2011). Impact of smoking on outcomes after intravesical bacillus Calmette-Guérin therapy for urothelial carcinoma not invading muscle of the bladder. BJU International, 108(4), 526–530. https://doi.org/10.1111/j.1464-410X.2010.09874.x
van Dongen – NFU, A. (2021). LOAZ Arbocatalogus Deel Cytostatica update april 2021.
Veilig werken met cytostatica – Kennisplatform. (n.d.). Retrieved March 4, 2026, from https://kennisplatform.venvn.nl/onderwerp/veilig-werken-met-cytostatica/
6.9 Verantwoording
6.9.1 Autorisatie en geldigheid
Regiehouder: Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)
Datum autorisatie: september 2026
Geautoriseerd door:
• Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
• Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker
• Nederlandse Vereniging voor Urologie
6.9.2 Samenstelling werk- en klankbordgroep
In 2024 is een multidisciplinaire werkgroep gevormd bestaande uit inhoudsdeskundige leden en vertegenwoordigers van relevante beroepsgroepen en patiëntenorganisaties die betrokken zijn bij het onderwerp blaasinstillatie.
De werkgroep bestaat uit de volgende leden:
- Mw. Jeannette Verkerk-Geelhoed, MSc, verpleegkundig specialist St. Antonius ziekenhuis, namens V&VN Urologie verpleegkundigen, voorzitter
- Prof. Dr. Jeroen van Moorselaar, uroloog Amsterdam UMC, namens de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)
- Dhr. Piet Klein, bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, namens de gelijknamige patiëntenvereniging
- Dhr. Patrick Potjes, verpleegkundige in opleiding tot specialist bij de urologische oncologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, namens V&VN Urologie verpleegkundigen
- Mw. Anita Smits-van de Camp, MA-ANP, verpleegkundig specialist oncologische urologie, Radboud UMC, namens V&VN VS en V&VN Oncologie.
6.9.3 Ondersteuning en financiering
De richtlijn is ontwikkeld met ondersteuning van het Kennisinstituut V&VN.
De ondersteuning bestond uit:
- Dhr. Lars Dijk, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Amy den Haan, MSc, Adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Dhr. Mitchell van Doormaal, MSc, Senior adviseur richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Saskia Persoon, PhD, Programmamanager, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Monique Wessels, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken t/m januari 2025) - Dhr. Stevie van Mierden, literatuurspecialist, Kennisinstituut V&VN
(Betrokken vanaf februari 2025) - Dhr. Marijn Molenaar, MSc, Beleidsmedewerker, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
- Mw. Anne-Marie Meijering, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Marlene Dodeman, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (vanaf april 2025)
- Mw. Ashley Spoelstra, Projectondersteuner richtlijnen, Kennisinstituut V&VN (tot januari 2025)
De ontwikkeling is gefinancierd vanuit de Kwaliteitsgelden Verpleging en Verzorging (ZonMw). De financier heeft op geen enkele wijze invloed gehad op de inhoud van de richtlijn.
6.9.4 Belangenverstrengeling
De ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke Beïnvloeding door belangenverstrengeling’ is gevolgd. De belangen van de werkgroepleden en betrokken richtlijnadviseurs zijn bij de start en na afronding van de richtlijnontwikkeling geïnventariseerd door middel van de KNAW-code belangenverstrengeling. Eventuele belangenverstrengeling en beheersmaatregelen zijn besproken binnen de werkgroep. Een interne belangencommissie heeft de belangen en eventuele voorgestelde maatregelen gecontroleerd. In onderstaande tabel zijn de opgegeven belangen samengevat en eventueel voorgestelde acties opgenomen.
| Werkgroeplid | Functie | Nevenfuncties | Gemelde belangen | Ondernomen actie / beheers-maatregel | Akkoord hoofd kennis-instituut |
| Jeannette Verkerk-Geelhoed (voorzitter werkgroep) | Verpleegkundig specialist AGZ andrologie / seksualiteit en urologie |
|
Presentatie bij scholing op het gebied van seksuologie van Coloplast tegen betaling Betaald adviseurschap 2023 bij Recordati Beiden hebben geen invloed op het onderwerp van de richtlijn Betaling door UMCG Urologie open acces publiceren artikel |
Geen | ☒ |
| Jeroen van Moorselaar | Hoogleraar Urologie, Amsterdam UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Piet Klein | Gepensioneerd | Bestuurslid Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, onbetaald | Geen | Geen | ☒ |
| Patrick Potjes | Verpleegkundige in opleiding tot specialist, UMC Utrecht. | Geen | Geen | Geen | ☒ |
| Anita Smits van de Camp | Verpleegkundig specialist Oncologische urologie Radboud UMC |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Amy den Haan | Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Lars Dijk |
Adviseur richtlijnen Kennisinstituut V&VN |
|
Lars was employed by the General Practitioners Research Institute (2020-2025). GPRI conducted investigator- and sponsor-initiated research funded by non-commercial organizations, academic institutes, and pharmaceutical companies (including AstraZeneca, Boehringer Ingelheim, Chiesi, GSK, Mundipharma, Novartis, and Teva). Publicaties zijn te vinden via https://www.researchgate.net/profile/Lars_Dijk |
Geen | ☒ |
| Saskia Persoon | Vanaf juli 2023 Programmamanager Richtlijnen bij Kennisinstituut V&VN (32 u per week); Van april 2022-juni 2023: Senior beleidsadviseur kwaliteit NVZA; Tot april 2022: (Senior) adviseur Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Mitchell van Doormaal | Senior adviseur Richtlijnen, |
|
Geen | Geen | ☒ |
| Stevie van der Mierden | Informatiespecialist Antoni van Leeuwenhoek/Nederlands kanker Instituut (0.72 fte). Informatiespecialist V&VN (0.39 fte) | Penningmeester/bestuur vereniging BMI (biomedisch informatiespecialisten); onbetaald. | Geen | Geen | ☒ |
| Monique Wessels | Literatuurspecialist Richtlijnen | Lid referentenpanel Patiëntenfederatie Nederland (onbetaald, wel vergoeding) – Redactie website en nieuwsbrief Ontgroei (onbetaald) Secretaris stichting Groene Juliana |
Geen | Geen | ☒ |
De afzonderlijke belangenverklaringen kunnen opgevraagd worden bij Kennisinstituut V&VN.
6.9.5 Zorgvragersperspectief
Het zorgvragersperspectief is geborgd in alle fases van de richtlijnontwikkeling. In de werkgroep is het zorgvragersperspectief afgestemd met Patiëntenfederatie Nederland en vertegenwoordigd door een werkgroeplid van Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker. In de commentaarfase is de conceptrichtlijn schriftelijk ter commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en Patiëntenfederatie blaas- of nierkanker.
6.9.6 Werkwijze
Bij de richtlijnontwikkeling is de standaard aanpak van V&VN, gebaseerd op de AQUA-leidraad, gevolgd (Zorginstituut Nederland, 2021). De GRADE methodiek neemt hierbij een belangrijke plaats in (Neumann et al, 2024). De richtlijn is modulair opgebouwd zodat onderhoud efficiënt en flexibel kan plaatsvinden.
6.9.7 Voorbereidingsfase
De werkgroep heeft de knelpunten geïnventariseerd met een vragenlijst en het concept raamwerk schriftelijk voorgelegd aan verschillende partijen. De partijen die hieraan meededen zijn: Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), ActiZ. Geïnventariseerde knelpunten zijn vervolgens besproken en geprioriteerd, waarna deze omgezet zijn naar uitgangsvragen.
6.9.8 Ontwikkelfase
De uitgangsvragen zijn beantwoord middels de GRADE methodiek (Neumann et al, 2024). Waar mogelijk is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur. Vervolgens zijn op basis van de GRADE methodiek literatuurconclusies opgesteld. Middels het GRADE 'evidence-to-decision' framework heeft de werkgroep overwegingen in kaart gebracht en de rationale beschreven. Op basis van de relevante overwegingen is de richting en sterkte van een aanbeveling bepaald.
Bij uitgangsvragen waarbij het niet nuttig/mogelijk werd geacht om voor de beantwoording een (volledige) literatuuranalyse met GRADE beoordeling uit te voeren, is de reden hiervoor beschreven bij de betreffende module. Binnen iedere module afzonderlijk is de verantwoording van de beantwoorden van de uitgangsvraag specifiek en transparant beschreven.
6.9.9 Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is ter becommentariëring voorgelegd aan de volgende verenigingen en (patiënt)organisaties: Actiz, IGJ, Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA), Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), Patiëntenfederatie Nederland, Patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, UMC NL, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG), Zorginstituut Nederland (ZiNL), Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
De commentaren zijn verzameld, besproken en door de werkgroep zo veel mogelijk verwerkt in de conceptrichtlijn. Vervolgens is de richtlijn voor autorisatie/accordering voorgelegd aan de primair betrokken verenigingen en (patiënt)organisaties.
6.9.10 Juridische betekenis van de richtlijn
De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënten van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden en is de verantwoordelijkheid van de zorgverlener.
6.9.11 Mogelijke financiële gevolgen
Conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is bij deze richtlijn geëvalueerd of de aanbevelingen uit de richtlijn substantiële financiële gevolgen hebben. Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële gevolgen zijn (zoals deze gedefinieerd zijn in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, lid 3).
6.9.12 Implementatie
De werkgroep heeft bij elke richtlijnmodule per aanbeveling een advies uitgebracht over het tijdspad voor de implementatie, de daarvoor benodigde randvoorwaarden en de acties die de verschillende partijen dienen te ondernemen. Hiervoor is specifiek gekeken naar de factoren die de implementatie van de aanbeveling in de lokale setting kunnen bevorderen of belemmeren.
6.9.13 Onderwerpen voor verder onderzoek (kennisvragen)
Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn is gebleken dat er naar sommige vragen uit de praktijk nog onvoldoende onderzoek is gedaan. Vervolgonderzoek is nodig om in de toekomst deze vragen duidelijker te kunnen beantwoorden. De kennisvragen zijn toegevoegd aan de modules.
6.9.14 Referenties
Gezondheidsraad, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), & Federatie Medisch Specialisten (FMS). (2017). Gedragscode belangenverstrengeling: Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling (geactualiseerd januari 2017). https://storage.knaw.nl/2022-08/Gedragscode-belangenverstrengeling-januari-2017.pdf
Neumann I, Schünemann H (Editors). The GRADE Book version 1.0 (updated September 2024). The GRADE Working Group.
Zorginstituut Nederland. (2021). AQUA-leidraad: Leidraad voor kwaliteitsstandaarden [PDF]. AQUA-Leidraad (voorheen Leidraad voor kwaliteitsstandaarden) | Ontwikkeltools | Zorginzicht