Indicaties voor compressietherapie
De volgende aandoeningen geven indicatie voor het toepassen van compressie . Dit is geen uitputtende lijst.

Hierbij kan bij de diagnostiek onderscheid gemaakt worden in de initiële behandelfase of onderhoudsfase (consolidatiefase). In de initiële fase van de behandeling is de therapie gericht op het verminderen van oedeem en/of het genezen van de wond; in de onderhoudsfase wordt oedeemvorming tegengegaan en een verkregen effect behouden. Hierbij wordt bij ulcera en erysipelas bedoeld het voorkomen van recidief en bij chronische oedemen en lymfoedeem het voorkomen van toename van oedeem .

Overzicht van compressiematerialen
De volgende vormen van compressie kunnen worden toegepast in de wijkverpleging (zie tabel 4) .

Medicatiegebruik
Onderstaand overzicht is bedoeld om bewustwording te creëren dat medicatie effect op de behandeling kan hebben en de behandeling kan vertragen. Daarnaast kan medicatie ook oedeem veroorzaken. Een verpleegkundige is niet verplicht om medicatiegebruik uit te vragen bij aanvang van compressietherapie maar het uitvragen van medicatie kan wel van belang zijn omdat het invloed kan hebben op de effectiviteit behandeling. Medicatie uitvragen kan gedaan worden binnen een signalerende rol en moet altijd besproken worden met de behandelaar. De behandelaar is wel verplicht om medicatiegebruik na te vragen wanneer compressietherapie wordt voorgeschreven. Het overzicht is niet uitputtend. Van onderstaande medicatiegroepen is bekend dat het oedeemvorming kan uitlokken:  

Test van Godet
Druk minstens 30 seconden met je vinger of duim licht in het weefsel. Als er een afdruk zichtbaar wordt die zich in enkele seconden tot minuten weer langzaam vult en verdwijnt, dan is er sprake van pitting oedeem. Pitting oedeem hoort bij beginnend oedeem.  Als het oedeem langer bestaat is de zwelling is niet meer gemakkelijk in te drukken en ontstaat er geen putje, je ziet dan non pitting oedeem. Dat is verharding van het weefsel en duidt op langer bestaand oedeem .

Meetpunten bij het onderbeen
Bij het meten van de meetpunten kan het helpen om ook de afstand tot de grond te meten en te noteren. Met deze informatie kan bij de volgende meting op hetzelfde punt gemeten worden. Beoordeel de metingen in relatie met de test van Godet (pitting of putjes test) ook wanneer de omvang gelijk blijft kan er namelijk nog oedeem aanwezig zijn.

Figuur 1 Overzicht van meetpunten bij het onderbeen