Vitamine D-suppletie
Er werden 4 systematische reviews over de effectiviteit van vitamine D-suppletie gevonden, van wisselende kwaliteit en met wisselende populaties . De Cochrane systematische review van Avenell et al. is gericht op de doelgroep van deze richtlijn en kent bovendien een goede kwaliteit. Daarom is besloten van deze review uit te gaan voor de beantwoording van deze uitgangsvraag.(25) Dit betreft een goed uitgevoerde systematische review, waarin 53 RCT’s zijn geïncludeerd, waarin de effectiviteit van vitamine D werd bestudeerd op onder andere de uitkomstmaat fracturen. Deze studie is samengevat in bijlage 7.
Een samenvatting van de zekerheid van het bewijs en de resultaten is gegeven in tabel 3.1 en 3.2 met een uitgebreidere weergave van de zekerheid van het bewijs in bijlage 7.
Tabel 3.1. Summary of findings – vitamine D-suppletie bij cliënten met een verhoogd fractuurrisico
CI: Confidence interval (betrouwbaarheidsinterval); RR: risk ratio
Tabel 3.2. Summary of findings – vitamine D-suppletie bij cliënten met vastgestelde osteoporose
CI: Confidence interval (betrouwbaarheidsinterval); RR: risk ratio
Dat betekent dat er, zowel bij cliënten met een verhoogd fractuurrisico als bij cliënten met vastgestelde osteoporose, geen statistisch significant verband gevonden is tussen vitamine D-suppletie en het optreden van fracturen.
Calciumsuppletie
Er werd één systematische review gevonden waarin het effect van calciumsuppletie op fracturen is onderzocht.(30) Dit betreft een matig uitgevoerde systematische review, waarin 26 RCT’s zijn geïncludeerd die het effect onderzocht van calciumsuppletie op het optreden van fracturen. Deze studie is samengevat in bijlage 7. Bij een gedeelte van de geïncludeerde studies is ook vitamine D gesuppleerd. Bovendien zijn niet alle uitkomsten gerapporteerd. Daarom is het niet mogelijk om op basis van deze review conclusies te trekken over de effectiviteit van calciumsuppletie op het optreden van fracturen.
Vitamine D + calciumsuppletie
Er werden 11 systematische reviews gevonden waarin het effect van vitamine D + calciumsuppletie werd onderzocht . De Cochrane systematische review van Avenell et al. is gericht op de doelgroep van deze richtlijn en kent bovendien een goede kwaliteit. Daarom is besloten van deze review uit te gaan voor de beantwoording van deze uitgangsvraag . Dit betreft een goed uitgevoerde systematische review, waarin 53 RCT’s zijn geïncludeerd, waarin de effectiviteit van vitamine D werd bestudeerd op onder andere de uitkomstmaat fracturen. Deze studie is samengevat in bijlage 7.
Een samenvatting van de zekerheid van het bewijs en de resultaten is gegeven in tabel 3.3 en 3.4 met een uitgebreidere weergave van de zekerheid van het bewijs in bijlage 7.
Tabel 3.3. Summary of findings – vitamine D + calciumsuppletie bij cliënten met een verhoogd fractuurrisico
CI: Confidence interval (betrouwbaarheidsinterval); RR: risk ratio
Bij cliënten met een verhoogd fractuurrisico werd geen statistisch significant verband gevonden tussen vitamine D- + calciumsuppletie en het optreden van fracturen of wervelfracturen, maar wel voor het optreden van niet-wervelfracturen of heupfracturen. Om één niet-wervelfractuur te voorkómen moeten 50 cliënten met een verhoogd fractuurrisico vitamine D- + calciumsuppletie gebruiken. Om één heupfractuur te voorkómen moeten 333 cliënten met een verhoogd fractuurrisico vitamine D- + calciumsuppletie gebruiken.
Tabel 3.4. Summary of findings – vitamine D + calciumsuppletie bij cliënten met vastgestelde osteoporose
CI: Confidence interval (betrouwbaarheidsinterval); RR: risk ratio
Bij cliënten met vastgestelde osteoporose werd geen statistisch significant verband gevonden tussen vitamine D- + calciumsuppletie en het optreden van fracturen, wervelfracturen, niet-wervelfracturen of heupfracturen.
Zuivelconsumptie
Er werden vijf systematische reviews gevonden, waarin het effect van zuivel-/melkconsumptie op het optreden van fracturen werd onderzocht . De systematische review van Bian et al. geeft hierbij de meest complete data . Daarom is besloten van deze review uit te gaan voor de beantwoording van deze uitgangsvraag. Dit betreft een goed uitgevoerde systematische review, waarin 10 cohortonderzoeken en 8 patiënt-controle onderzoeken zijn geïncludeerd, waarin hoge en lage zuivelconsumptie (zoals in de geïncludeerde studies gedefinieerd) werd vergeleken voor de uitkomstmaat heupfracturen. Deze studie is samengevat in bijlage 7.
Een samenvatting van de zekerheid van het bewijs en de resultaten is gegeven in tabel 3.5 met een uitgebreidere weergave van de zekerheid van het bewijs in bijlage 7.
Tabel 3.5. Summary of findings – zuivelconsumptie bij cliënten met een verhoogd fractuurrisico of vastgestelde osteoporose
CI: Confidence interval (betrouwbaarheidsinterval); RR: risk ratio; a. Afgewaardeerd omdat de I2 v.d. meta-analyse 81% was; dit is een indicatie voor heterogeniteit. Ook binnen de subgroepen, waarbinnen verschillende soorten zuivel werden bestudeerd, was sprake van heterogeniteit; b. Afgewaardeerd omdat de geïncludeerde studies maar deels betrekking hebben op deze uitgangsvraag; c. Afgewaardeerd omdat zowel geen effect als een klinisch relevant effect in het 95%BI valt
Dit betekent dat de evidence zeer onzeker is over het effect van een hoge versus lage zuivelconsumptie op het optreden van heupfracturen.
Overige voedingsinterventies
Naast bovengenoemde voedingsinterventies zijn ook systematische reviews over andere voedingsinterventies gevonden. Hierin werd geen overtuigend bewijs (ten minste een statistisch significant en klinisch relevant effect in combinatie met redelijke of hoge zekerheid van bewijs) gevonden voor de effectiviteit van de betreffende voedingsinterventie op het optreden van fracturen. Dit betreft de volgende voedingsinterventies: Mediterraans dieet , fruit en groente consumptie , vitamine C , soja , vitamine A , vitamine K , magnesium , carotenoïden , koolhydraten , vetten , en ‘gezond’ eten versus ‘vlees/western’ .