Hieronder beschrijven we de conclusies die getrokken kunnen worden uit de grijze literatuur en de focusgroep (zie bijlage 6).

Grijze literatuur: In de Richtlijn Signaleren en omgaan met zorgmijding in de eerste lijn wordt aanbevolen om de volgende zes stappen te doorlopen (zie Handreiking Bemoeizorg in de zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking van Frederiks en Dörenberg ) in het proces van afweging wanneer handelen gerechtvaardigd is:

  1. Onderzoek het signaal. Breng de situatie en mogelijke risico’s in kaart op methodische wijze.
  2. Bespreek de situatie met de cliënt: leg uit waarom je je zorgen maakt en waarom je het nodig vindt om iets aan de situatie te doen. Respecteer hierbij de rechten van de cliënt en informeer de cliënt over eventuele vervolgstappen.
  3. Leg de situatie voor aan andere professionals, bijvoorbeeld in moreel beraad bijeenkomsten, casuïstiekbesprekingen, multidisciplinair overleg (MDO) of intervisie. Informeer de cliënt hierover.
  4. Bespreek de situatie met naasten en/of omgeving van de cliënt: om deze stap te kunnen zetten, is toestemming nodig van de cliënt. Probeer de cliënt hier zoveel mogelijk bij te betrekken en te informeren over de stappen die worden gezet.
  5. Analyseer de situatie met de cliënt: leg je zienswijze aan de cliënt uit en geef aan welke acties je nodig vindt. Toets bij de cliënt hoe hij of zij nu tegen de situatie aankijkt.
  6. Maak de afweging: gebruik hierbij overwegingen als noodzakelijkheid, doelmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit.

Uit de focusgroep gesprekken met cliënten en naasten komen de volgende adviezen naar voren voor verpleegkundigen en verzorgenden in de omgang met cliënten en naasten met een vervuilde woning: