Psychosociale problematiek bij oncologie
Als verpleegkundige, verzorgende of verpleegkundig specialist in de wijk werk je soms met zorgvragers die kanker (gehad) hebben. De handreiking ‘Psychosociale problematiek bij oncologie’ geeft je advies om deze zorgvragers en hun naasten te helpen bij psychosociale problemen. Bijvoorbeeld als zij het moeilijk vinden met hun ziekte en de gevolgen ervan om te gaan. Of als zij zich machteloos voelen of niet zoveel sociale contacten hebben. Hieronder vind je een samenvatting van de belangrijkste aanbevelingen uit de handreiking.
- Spinnenwebmodel van Positieve Gezondheid
Vragenlijst om verschillende aspecten van iemands gezondheid te onderzoeken. Zoals vragen over zingeving en hoe iemand zich voelt. Dit model legt niet de nadruk op ziekte, maar op wat belangrijk is voor een zorgvrager. Het model heeft zes onderdelen die in een spinnenwebvorm staan. De onderdelen zijn lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. - Screening Inventory of Psychosocial Problems (SIPP)
De SIPP is een lijst met stellingen die zich richten op persoonlijkheidskenmerken die aanwezig zijn bij alle persoonlijkheidsstoornissen. Je meet er de ernst van persoonlijkheidsstoornissen mee. Ook kun je de SIPP gebruiken om veranderingen in persoonlijkheidsfunctioneren te meten, bijvoorbeeld na een behandeling. - Lastmeter
Vragenlijst om te zien of de zorgvrager psychosociale zorg nodig heeft. Je meet de emotionele last die een zorgvrager voelt. En je meet de problemen die een zorgvrager ervaart. Zowel de praktische, emotionele en lichamelijke problemen als de religieuze/spirituele en sociale (gezins)problemen. - EORTC QLQ-C30
Vragenlijst over de kwaliteit van leven van zorgvragers die kanker hebben (gehad). De lijst beschrijft een aantal onderdelen van kwaliteit van leven. Zoals hoe iemand fysiek, emotioneel en cognitief functioneert. Ook wordt er naar symptomen als pijn, misselijkheid, slaap en kortademigheid gevraagd. En naar kankergerelateerde vermoeidheid, obstipatie en diarree. Op de lijst vind je ook vragen over financiële problemen en de algemene kwaliteit van leven. - PLISS-IT model
Dit is een vierstappenmodel om seksuele gezondheid te bespreken. -
Hier vind je informatie en apps over ondersteuning bij psychosociale problemen.
-
In de wegwijzer vind je een overzicht van verschillende soorten hulp en informatie, zoals praktische ondersteuning en juridische of financiële hulp.
-
Op IPSO is veel informatie over informele zorg in de regio te vinden.
-
Hier vind je bijvoorbeeld richtlijnen over zorg bij kanker en doorverwijzingen naar andere websites met richtlijnen.
-
Hier vind je informatie over ondersteuning bij jongvolwassenen.
-
Care for Cancer biedt ondersteuning aan mensen met kanker en hun naasten.
- Verwijsgids Kanker
In de verwijsgids vind je informatie over organisaties en zorgverleners waarnaar je kunt doorverwijzen. - Kwaliteitsstandaard ‘Psychosociale zorg bij een ingrijpende somatische aandoening’
- Richtlijn ‘Rouw in de palliatieve fase’
- Handreiking ‘Palliatieve zorg thuis’
Samenvatting
Meetinstrumenten
Ga in gesprek met de zorgvrager en zijn naasten over hoe het met hen gaat en wat hen bezighoudt. Zo kun je psychosociale problemen op tijd herkennen. Kies één meetinstrument en gebruik dit in het hele verpleegkundige proces (herkennen, diagnosticeren, evalueren). Dit helpt om het gesprek structuur te geven en de verpleegkundige diagnose te stellen. Ook kun je dan beoordelen hoe eventuele problemen zich ontwikkelen.
Overweeg om een van de volgende meetinstrumenten te gebruiken:
Als aanvulling op bovenstaande meetinstrumenten kun je de volgende hulpmiddelen gebruiken bij het stellen van de verpleegkundige diagnose: de NANDA, het OMAHA-systeem en het ICF-model.
Evalueren
Evalueer regelmatig met de zorgvrager, bijvoorbeeld elke 3 maanden of bij veranderingen
in de situatie van de zorgvrager. Overweeg om hiervoor het model Positieve Gezondheid en/of de Lastmeter te gebruiken.
Bekijk uitgangsvraag 1, 2 en 4 van de handreiking voor meer informatie over meetinstrumenten.
Interventies
Hieronder vind je verschillende interventies die je kunt inzetten.
In gesprek
Luister zonder oordeel en met begrip naar de zorgvrager. Dit is heel belangrijk. Het is niet altijd nodig of gewenst om te proberen de problemen die een zorgvrager heeft op te lossen. Gebruik gesprekstechnieken, zoals actief luisteren, doorvragen en oprechte interesse tonen. Je kunt ook motiverende gespreksvoering gebruiken. Hierbij help je de zorgvrager om na te denken over wat hij of zij wil en nodig heeft. Bij gedeelde besluitvorming (shared decision making) kijk je samen naar de mogelijkheden en kies je wat het beste past bij de zorgvrager.
Overweeg om de zorgvrager telefonisch te begeleiden als dit beter past bij de situatie. Dit kan bijvoorbeeld een positief effect hebben op angst.
Interventiemodellen
Gebruik beide interventiemodellen of kies er één:
Het model Positieve Gezondheid helpt mensen beter omgaan met uitdagingen in hun lichaam en sociale en gevoelsleven.
Het PLISSIT-model is een stappenplan om seksuele gezondheid te bespreken, maar kan ook gebruikt worden bij psychosociale problemen.
Overweeg het gebruik van Nursing Interventions Classification (NIC) om passende interventies te vinden. Zoals informatie geven over psychosociale problemen of ondersteuning bij hoe de zorgvrager met problemen ontgaat.
Websites en digitale hulpmiddelen
Gebruik informatieve websites en digitale hulpmiddelen bij de ondersteuning van mensen met psychosociale problemen. Je kunt deze websites ook met de zorgvrager delen of bespreken.
Betrek naasten, met toestemming van de zorgvrager, zoveel mogelijk bij het toepassen van interventies waarbij geen medicatie wordt gebruikt.
Bekijk uitgangsvraag 3 van de handreiking voor meer informatie over interventies.
Doorverwijzing
Een goed gesprek met de zorgvrager kan voldoende zijn. Maar soms hebben de zorgvrager en/of naasten extra steun nodig. Beoordeel op basis van het ABC-model (zie kader hieronder) en jouw klinische ervaring hoe ernstig de psychosociale klachten zijn. Je kunt bij jouw beoordeling de stappen van het ABC-model elk letterlijk uitvragen of een ander meetinstrument gebruiken (zie Meetinstrumenten). Bepaal op grond van jouw beoordeling of extra psychosociale zorg nodig is. Stuur de zorgvrager als het nodig is door naar een passende zorgverlener. Bijvoorbeeld een psycho-oncologisch centrum, fysiotherapeut, oncologieverpleegkundige of POH-GGZ. Overweeg ook om de psychosociale problemen en ondersteuning in het teamoverleg van jouw zorgorganisatie te bespreken.
ABC-model
Het ABC-model is een screeningsinstrument om te bepalen hoe ernstig de psychosociale klachten van een zorgvrager zijn. Het model laat ook zien aan welke ondersteuning in de verschillende situaties (A-C) gedacht kan worden. En naar welke andere zorgverleners of organisaties je de zorgverlener zou kunnen doorverwijzen:
A. Behoefte aan Aandacht
Is een goed gesprek niet voldoende voor de zorgvrager en/of naasten? En hebben zij behoefte aan meer informatie of aandacht? Dan kun je hen verwijzen naar (in)formele zorg of informatieve websites. Je kunt de zorgvrager en/of naasten ook adviseren om met lotgenoten te praten. Zie ‘websites en digitale hulpmiddelen’ onder Interventies.
B. Behoefte aan Begeleiding
Hebben de zorgvrager en/of naasten extra hulp nodig om met hun psychosociale problemen om te gaan? Zie ‘interventiemodellen’ onder Interventies. Met deze interventiemodellen kun je beoordelen naar welke verzekerde en niet-verzekerde zorg je kunt doorverwijzen. Bijvoorbeeld naar de huisarts of psychosociale professionals. Ook de POH-GGZ (via de huisartsenpraktijk) kan helpen om uit te zoeken wat de meest passende zorgoptie is. Op kanker.nl kan ook naar passende zorg worden gezocht.
C. Crisissituatie
Is er sprake van een crisissituatie? Omdat de psychosociale problemen van de zorgvrager en/of naasten groter worden en hun klachten een gevaar opleveren voor henzelf en/of hun omgeving? Dan is er met spoed medische of psychiatrische zorg nodig. Deze zorg kun je met toestemming van de zorgvrager via de huisarts of de crisisdienst van de GGZ regelen.
Zorg dat je weet hoe de psychosociale zorg in de regio van de zorgvrager is geregeld. Werk samen met andere zorgverleners om de beste zorg te bieden en van elkaar te leren. Betrek ook de huisarts bij de zorg en stem met elkaar af tijdens het zorgproces.
Bekijk uitgangsvraag 5 van de handreiking voor meer informatie over het ABC-model en het verwijzen naar andere zorgverleners.
Aanbevelingen uit andere (kwaliteits)documenten
De handreiking ‘Psychosociale problematiek bij oncologie’ adviseert om ook aanbevelingen uit de volgende documenten te gebruiken om (de naasten van) zorgvragers die kanker hebben (gehad) goede zorg te geven:
In het pdf-document ‘Psychosociale problematiek bij oncologie’ vind je per document een overzicht van deze aanbevelingen. In dit overzicht staan alleen die aanbevelingen die in de handreiking ‘Psychosociale problematiek bij oncologie’ genoemd worden.

Printversie
Download hieronder de printversie van de samenvatting. De printversie wordt momenteel bijgewerkt.
Patiënteninformatie
Hoe kan uw zorgverlener u helpen?
Uw zorgverlener, zoals uw verpleegkundige en/of verzorgende, kan u of uw naaste helpen om met psychosociale problemen om te gaan. Hij of zij vraagt regelmatig hoe het met u en uw naaste gaat. U kunt ook zelf hulp vragen aan uw zorgverlener.
Praten
Bij psychosociale problemen is het belangrijk om erover te praten. Praat met uw zorgverlener niet alleen over uw ziekte en uw lichamelijke klachten, maar ook over uw gevoelens. En over wat voor u belangrijk is. U kunt ook samen met uw naasten praten met uw zorgverlener.
Uw zorgverlener blijft in de gaten houden hoe het met u en uw naasten gaat. Soms gebruikt hij of zij daarvoor een vragenlijst. Zo’n lijst helpt om een goed overzicht te krijgen van uw problemen en welke hulp u daarbij nodig heeft. Natuurlijk kunt u het ook altijd zelf bij uw zorgverlener aangeven als er iets is.
Extra ondersteuning
Soms heeft u meer hulp nodig bij uw psychosociale problemen dan alleen praten met uw zorgverlener. U kunt dan samen met hem of haar bespreken wat het beste bij uw situatie past. Er zijn bijvoorbeeld websites die u kunt gebruiken. Het kan ook zijn dat u liever praat met andere mensen met kanker.
Uw eigen zorgverlener kan u laten doorverwijzen naar een andere zorgverlener. Bijvoorbeeld een psycholoog of maatschappelijk werker. U kunt ook zelf aangeven dat u hulp wilt. Als u dat prettig vindt, kan uw naaste vaak bij deze afspraken aanwezig zijn.
Vragen?
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Of heeft u meer hulp nodig? Praat er dan over met de zorgverlener van wie u deze informatie heeft gekregen, of ga naar uw huisarts/medisch specialist. Samen kunt u op zoek naar oplossingen.
Printversie
Download hieronder de printversie van de patiënteninformatie.
