Start, na signalering van een mogelijk slaapprobleem, een traject in samenwerking met in ieder geval de cliënt en het cliëntsysteem, de betrokken medisch professional en een gedragsdeskundige om helder te krijgen of er een slaapprobleem is en waar dit probleem uit bestaat. Volg hierbij de volgende stappen, waarbij aan het eind van elke stap hypotheses opgesteld kunnen worden:
Stap 1:
Verzamel basisinformatie over de cliënt en het slaapprobleem door middel van een slaapanamnese, een check op goede slaapzorg door de begeleider of verzorgende, het in kaart brengen van lichamelijke aspecten en medicatiegebruik door de betrokken medisch professional en het in kaart brengen van psychosociale aspecten door een gedragsdeskundige.
Stap 2:
- Betrek professionals met bovengemiddelde kennis van slaap en slaapzorg. Er kan gedacht worden aan een functionaris met kennis van slaap en slaapzorg, een ‘kernteam’ op organisatieniveau en/of uitbreiding van het behandelteam met andere disciplines met weer nieuwe, andere perspectieven op slaap en slaapzorg.
- Breng interne en externe factoren in kaart en heb aandacht voor lichamelijke en psychische aspecten, indien dit nog niet voldoende gedaan is in stap 1.
- Overweeg aanvullende diagnostiek om de analyse en aangrijpingspunten te verhelderen. Denk hierbij aan een slaapdagboek, actigrafie, gericht onderzoek bij rode vlaggen voor slaapstoornissen, domotica en aanvullende somatische diagnostiek.
Stap 3: Overweeg een verwijzing naar of overleg met een (gespecialiseerd) slaapcentrum bij:
- Verdenking op OSA of CSA en wens tot behandeling.
- Slaperigheid overdag zonder duidelijke aanknopingspunten voor andere slaapstoornissen.
- Gedragingen in de nacht waarvan de aard onduidelijk blijft.
- Verdenking op remslaapgedragsstoornis en wens tot verdere diagnostiek.
- Verdenking op circadiane ritme slaapwaakstoornis waarbij versterken bioritme en vast slaapwaakpatroon onvoldoende effect hebben.
- Therapieresistentie insomnie, waarbij er een duidelijke behandelwens is.