Bespreek de voor- en nadelen (waaronder effectiviteit en aanvaardbaarheid) van de onderstaande therapieën met de patiënt en diens omgeving/naasten (shared decision making), en bespreek het belang van motivatie voor traumaverwerking en neem hiervoor voldoende tijd.
Kies daarbij – samen met de patiënt – uit een van de volgende psychotherapieën: EMDR-therapie, Imaginaire Exposure/Prolonged Exposure, Cognitive Processing Therapy of Cognitieve Therapie, Imaginaire Rescripting, BEPP, NET of Writing therapy.
Bied deze interventie gedurende tenminste het geadviseerde aantal sessies in het behandelprotocol van de gekozen interventie aan, tenzij de patiënt eerder hersteld is (early completer).
Monitor de respons en overweeg bij onvoldoende respons een andere vorm van psychotherapie: kies daarbij uit een van de bovengenoemde therapieën.