Neem bij een BRMO-drager waarbij heropname of toekomstige zorg verwacht wordt vervolgkweken af om het einde van BRMO-dragerschap aan te tonen volgens onderstaand BRMO-specifiek schema. Neem vervolgkweken alleen af als de patiënt tijdens en minstens 48 uur voorafgaand aan de afname van materiaal voor de kweek geen antimicrobiële middelen gebruikt heeft die de groei van de betreffende BRMO onderdrukken.
ESBL-producerende Enterobacterales (ESBL-E) en multiresistente (MR) groep II Enterobacterales
- Bepaal het eind van ESBL-E- en MR groep II Enterobacterales-dragerschap op basis van twee negatieve kweeksets*, afgenomen op verschillende dagen vanaf drie maanden na de laatste positieve kweek.
Carbapenemase-producerende of carbapenem-resistente Enterobacterales (CPE/CRE)
- Bepaal het eind van CPE/CRE-dragerschap op basis van twee negatieve kweeksets*, afgenomen op verschillende dagen vanaf één jaar na de laatste positieve kweek.
- Neem vervolgkweken (één kweekset) af indien een patiënt in een zorginstelling wordt opgenomen in het eerste jaar na beëindiging van dragerschap om op recidieven te controleren.
Vancomycine-resistente Enterococcus faecium (VRE)
- Bepaal het eind van VRE-dragerschap op basis van vijf negatieve kweeksets*, afgenomen op verschillende dagen vanaf één jaar na de laatste positieve kweek. Indien in de detectie gebruik wordt gemaakt van zowel aankweek als PCR op de aankweek, zijn drie negatieve kweeksets* voldoende.
- Neem vervolgkweken (één kweekset) af als een persoon in een zorginstelling wordt opgenomen in het eerste jaar na beëindiging van dragerschap om op recidieven te controleren.
Multiresistente P. aeruginosa en resistente Acinetobacter baumannii-calcoaceticus complex
- Bepaal het eind van MRPA en resistente A. baumannii-calcoaceticus complex-dragerschap op basis van twee negatieve kweeksets*, afgenomen op verschillende dagen vanaf één jaar na de laatste positieve kweek.
- Neem vervolgkweken (één kweekset) af indien een persoon in een zorginstelling wordt opgenomen in het eerste jaar na beëindiging van dragerschap om op recidieven te controleren.
Candida auris
- Bepaal het eind van C. auris-dragerschap op basis van twee negatieve kweeksets**, afgenomen op verschillende dagen vanaf één jaar na de laatste positieve kweek.
- Neem vervolgkweken (één kweekset) af indien een persoon in een zorginstelling wordt opgenomen in het eerste jaar na beëindiging van dragerschap om op recidieven te controleren.
* Voor kweeklocaties: zie de NVMM-richtlijn Laboratoriumdetectie bijzonder resistente micro-organismen (BRMO).
** Voor kweeklocaties: zie Meijer, 2022.