In de oude richtlijn (2010) was beperkt aandacht voor de waarden en voorkeuren van zorggebruikers en hun mantelzorgers . In deze update is een aanbeveling toegevoegd dat in een gesprek met de cliënt uitgelegd dient te worden welke behandelopties of interventies er mogelijk zijn. De werkgroep vindt dit zodanig belangrijk dat de aanbeveling is beschreven onder ‘Doen’. Incontinentie kan grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van leven van de cliënt. Het is belangrijk dat de cliënt kan aangeven welke behandelopties of interventies voor de cliënt de voorkeur hebben. Er zijn betrouwbare websites waarop de cliënt en mantelzorger meer informatie kan vinden. Bijvoorbeeld op de website van de vereniging voor bekkenfysiotherapeuten staat voor mannen en vrouwen ook meer informatie over hun klachten en behandelingen. Daarnaast kan ook Thuisarts.nl heel informatief zijn. De werkgroep is van mening dat het essentieel is om met de cliënt te praten over hoe je goed kan leven met de beperkingen van incontinentie. De werkgroep vindt het erg belangrijk dat met elke cliënt wordt besproken op welke manier de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk gehouden kan worden, bijvoorbeeld met interventies of coping strategieën. Daarbij is het ook belangrijk om te vragen naar huidirritaties of beschadigingen als gevoel van de incontinentie. Dit kan namelijk groot effect hebben op de kwaliteit van leven.

Door de schaamte die kan bestaan bij de cliënt over incontinentie is het belangrijk om cliënten privacy te gunnen bij de toiletgang. Met name wanneer cliënten hulp krijgen bij de toiletgang, voelen ze zich soms gehaast. Cliënten moeten rustig kunnen plassen en dus privacy hebben op het toilet. Het is van belang dat de cliënt ontspannen naar het toilet kan, en kan letten op een goede toilethouding zodat de blaas goed geleegd kan worden. Slecht ledigen van de blaas is een risicofactor voor UWI’s. Bovendien heeft het niet goed ledigen van de blaas tot gevolg dat cliënten vaker naar het toilet gaan, waardoor de blaas kleiner wordt en een grotere kans bestaat op aandrangincontinentie. Bij voorkeur is de deur dicht bij de toiletgang. De cliënt wordt in principe niet gestoord. Als dit toch nodig is, dan moet in ieder geval eerst aangeklopt worden.