Thuissituatie/verpleeghuis
Heb aandacht voor de naaste/familie en neem hem/haar mee in de herkenning van het delier.
Ga bij symptomen na of de client bekend is met dementie, in verband met de overlap van symptomen bij delier en dementie.
Observeer zelf per dienst, of vraag aan naaste/familie na, of er sprake is van een plotselinge verandering in gedrag op de volgende manier:
duidelijk taalgebruik;
mate van afgeleid zijn, veranderd bewustzijn of aandacht (te trekken en/of te behouden);
cognitief functioneren in de loop van de dag en slaap-waak ritme (ommekeer dag/nacht);
logisch denken;
waarnemingen (hallucinaties) of wanen;
motorisch handelen (van lethargie tot agitatie);
oriëntatie (tijd, plaats en persoon)