DOEN
Houd tijdens het bespreken van mogelijke urine-incontinentie er altijd rekening mee dat dit onderwerp tot schaamtegevoelens bij de cliënt kan leiden. Bespreek dit bij voorkeur eerst één-op-één en niet waar anderen bij zijn.
DOEN
Bevragen van de klachten moet plaatsvinden:
- bij verpleegkundige anamnese;
- bij het vermoeden van urine-incontinentie;
- bij beginnende urine-incontinentie;
- bij de overgang van enkele naar dubbele incontinentie;
- bij verslechtering van de urine-incontinentie;
- wanneer zich zaken hebben voorgedaan (bijvoorbeeld een acute verandering in gezondheidsstatus) die incontinentie kunnen veroorzaken dan wel verergeren (zie Tabel 1);
- bij vermoeden van huidklachten in de schaamstreek, zoals roodheid, jeuk, pijn, irritatie of wondjes.
DOEN
De anamnese bij kwetsbare ouderen met urine-incontinentie moet uitgebreid plaatsvinden. Er moet in ieder geval goed gekeken worden naar:
- de historie van de urine-incontinentie;
- wanneer mogelijk de aard (stress-, aandrang-, gemengd, functioneel) en ernst van de urine-incontinentie;
- potentieel beïnvloedende factoren die samenhangen met functionele stoornissen en omgeving, comorbiditeit en medicatiegebruik.
OVERWEEG
Overweeg een mictiedagboek bij te laten houden door de cliënt (of mantelzorger). Vraag de cliënt om op zijn minst drie dagen een mictiedagboek bij te houden (of laat het bijhouden) om informatie te achterhalen over de ernst en aard van de UI. Een mictiedagboek wordt bijgehouden bij:
- beginnende urine-incontinentie;
- verslechtering van de urine-incontinentie.
OVERWEEG
Het mictiedagboek zou tenminste een heldere instructie moeten bevatten en gaan over:
- de vochtinname: hoeveelheid (kop, mok, glas etc.) en soort (koffie, soep, wijn, bier, fruit, etc.);
- de tijdstippen waarop men plast;
- de hoeveelheid urineverlies (indien mogelijk een maatbeker gebruiken; anders in termen van druppel, scheutje, hele plas);
- het aantal wisselingen van incontinentie absorptiemateriaal;
- de eventueel oorzaak van het urineverlies (geen controle over plas, plotselinge activiteit als niezen, plotselinge aandrang, te laat bij toilet, etc.).
OVERWEEG
Overweeg om de ernst en impact van urine-incontinentie in kaart te brengen bij:
- beginnende incontinentie;
- verergering van incontinentie.
OVERWEEG
Overweeg om gebruik te maken van een gevalideerde vragenlijst om de ernst en impact van urine-incontinentie te bepalen, bij voorkeur één van de volgende:
- PRAFAB: Brengt incontinentieproblemen in kaart
- ICIQ-UI-SF: Een systeem van diverse vragenlijsten voor onderzoek naar vaginale symptomen en disfunctie van de onderste urinewegen en onderste darm.
- IIQ-7: Beschrijft de invloed van ongewenst urineverlies op het dagelijks leven.
- ISI: Is ontwikkeld voor het vaststellen van ongewenst urineverlies.
- UDI: Voor het vaststellen van de urogenitale symptomen en de ervaren hinder hiervan.
Deze vragenlijsten zijn allemaal vertaald, beschikbaar via meetinstrumentenzorg.nl, en zijn sterk aanbevolen volgens het ICI-boek .
OVERWEEG
Overweeg om urine op te vangen bij een plotselinge urine-incontinentie of verslechtering van urine-incontinentie, of bij onderstaande symptomen die kunnen wijzen op een urineweginfectie (UWI) of maligniteiten. Laat de cliënt contact opnemen met de huisarts voor urineonderzoek of om maligniteiten uit te sluiten. Symptomen die kunnen wijzen op een UWI of maligniteit:
- pijn bij het plassen;
- pijn in de rug of onder in de buik;
- plotselinge verandering in mictiepatroon, bijvoorbeeld niet meer kunnen plassen of vaak kleine beetjes plassen;
- veranderingen in kleur van de urine of bloed in de urine;
- onverklaarbare veranderingen in geur van de urine.