Deze overwegingen komen voort uit aanvullende wetenschappelijke literatuur en praktijkkennis die is aangedragen door de werkgroep. Hier is specifieker op in gegaan door de topicgroep die uit een deel van de werkgroepleden bestaat. Zij concluderen dat signaleren kan worden gezien als de eerste stap richting de patiënt in aandacht voor veranderende seksuele gezondheid. In verschillende zorgdomeinen worden hierom ook verschillende methodes aanbevolen die passen bij het werkterrein. Dit is belangrijk omdat het allereerst aansluit bij de al bestaande processen in het werkveld, ten tweede omdat het de zorgprofessionals concrete handvatten geeft om te signaleren. Zowel de wetenschappelijke search als de werkgroep geven vergelijkbare aanbevelingen.
Het gebruik van vragenlijsten is een veel besproken topic binnen de werkgroep. Concluderend kunnen deze bruikbaar zijn maar ook als belemmering worden gezien. Daarnaast is er soms specialistische kennis nodig om een vragenlijst in te zetten. Daarom zijn de seksuologische vragenlijsten ‘Female sexual function inventory’ en ‘Female Sexual Distress Scale – Revised’’ (bij vrouwen) en de ‘International index of erectile function’ (bij mannen) enkel voor verpleegkundig specialisten als relevant benoemd, en wordt dit niet als kernaanbeveling benoemd. Tot slot is het belangrijk te benoemen dat er relatief veel onderzoek wordt aangehaald dat gaat over patiënten met kanker. Dit komt omdat hierin het meeste onderzoek gedaan is rondom veranderende seksuele gezondheid. De werkgroep heeft gekeken welke onderzoeken en resultaten relevant zijn voor andere doelgroepen en dit zo benoemd.