Seksuele gezondheid (in brede zin) draagt bij aan kwaliteit van leven van iedereen. Seksuele gezondheid is een proces waarin een ieder, afhankelijk van de levensfase en de eigen context, seksuele aanpassingen maakt binnen de eigen wensen en grenzen. Met seksuele aanpassingen worden bedoeld: al die gedragingen, gedachten of ervaringen met betrekking tot seksualiteit waarbij een individu (proactief of reactief) reageert op diens omgeving. Hiermee is er ruimte voor seksuele diversiteit. Deze richtlijn neemt als uitgangspunt de definitie van (positieve) gezondheid volgens Machteld Huber “het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven” . De maatschappelijke en sociale positie van mensen speelt bij positieve gezondheid een belangrijke rol. De positieve beleving van intimiteit, seksualiteit en betekenisvolle relaties leveren hier een belangrijke bijdrage aan.

Daarnaast is het ‘recht op seksualiteit’ (recht op veilige en plezierige seksuele ervaringen zonder discriminatie, dwang en geweld) een zeer belangrijk basisrecht dat is beschreven in het ‘Charter on Sexual and Reproductive Rights’ ontwikkeld door de International Planned Parenthood Federation (internationale non-profit organisatie die sinds 1952 bestaat). Iedereen heeft het recht zich goed te voelen en seksuele gezondheid maakt daar integraal onderdeel van uit .

Uit de Monitor ‘Seksuele gezondheid in Nederland’ blijkt dat het hebben van een chronische ziekte of aandoening én de behandeling daarvoor invloed heeft op iemands seksueel functioneren. De kans op een seksueel probleem is dan ongeveer twee keer zo groot. Chronische ziekten of lichamelijke beperkingen kunnen invloed hebben op het seksueel functioneren door de symptomen zelf, de behandeling/medicatie of de manier waarop mensen er mee om (kunnen) gaan . Afhankelijk van de ziekte of beperking kan iemands seksualiteit direct worden aangetast, bijvoorbeeld opwindings- of orgasmeproblemen als gevolg van hormonale of neurologische effecten, maar ook indirect, bijvoorbeeld door pijn en vermoeidheid. Eveneens kan de seksuele relatie met anderen hierdoor worden bemoeilijkt. De ziekte of beperking kan ook invloed hebben op iemands seksuele identiteit. Hier wordt mee bedoeld dat iemand zich bijvoorbeeld minder of juist meer seksueel voelt, de positie die iemand tijdens de seks aan kan nemen verandert of iemand kan minder gemakkelijk masturberen waardoor de relatie met het eigen lichaam (en identiteit) verandert .Tot slot krijgen het seksuele gedrag en de seksuele relatie betekenis voor een persoon en vormen zich tot een seksuele identiteit: wie ben ik als seksueel wezen, wat draag ik uit, hoe zou ik me willen gedragen en voelen, en wie zou ik als seksueel wezen willen zijn .Twee derde van de mensen met een chronische ziekte of beperking heeft behoefte aan hulp bij seksuele problemen . Het is dus belangrijk hier aandacht aan te besteden en een richtlijn voor te ontwikkelen.