Anamnese

In een aantal studies, uitgevoerd bij incontinente ouderen (thuiswonend of bewoners van een verpleeghuis), is onderzocht welke factoren van belang kunnen zijn bij de anamnese . De leeftijd en de vorm van UI van de ouderen in de studies is onbekend. De studies gingen over klinische, functionele- of psychosociale kenmerken van de populatie incontinente ouderen, over de invloed van functionele- en urologische factoren op incontinentie en over risicofactoren voor incontinentie. De studies lieten zien dat een grote samenhang bestaat tussen functionele stoornissen en UI bij kwetsbare ouderen. Beperkingen in mobiliteit kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat kwetsbare ouderen met aandrangincontinentie niet tijdig bij het toilet zijn. Apraxie (onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren) die samenhangt met gemiddelde tot ernstige dementie, interfereert bovendien met onafhankelijke toiletgang en hygiëne. Op basis van deze studies wordt aangegeven dat functionele stoornissen bijdragen aan UI bij kwetsbare ouderen.

Mictiedagboek

De EAU-richtlijn (2020) rapporteert dat de herhaalbaarheid van een mictiedagboek was aangetoond zowel in mannen als vrouwen in twee studies . Twee andere studies hebben aangetoond dat data in het dagboek varieert over een periode van 24 uur; bovendien vergeleken ze de volumes urine die opgeschreven waren in dagboeken met de volumes die aangetoond waren met uroflowmetrie. Een andere studie liet zien dat het bijhouden van een mictiedagboek een positief therapeutisch effect heeft. Verder hebben een aantal observationele studies laten zien dat er een nauwe correlatie bestaat tussen de data uit mictiedagboeken en uit de standaard evaluatie van symptomen. Ook de NICE richtlijn (2013) concludeert dat het mictiedagboek betrouwbaar is op basis van vijf studies (waarvan een studie ook geciteerd wordt door de EAU richtlijn). De duur van het dagboek varieerde van één dag tot 14 dagen in de verschillende studies, waardoor het niet mogelijk is om een optimale duur voor het invullen van het dagboek te bepalen . In de MOH-richtlijn (2003) wordt onder andere op basis van één studie over urine-incontinente ouderen aangegeven dat het mictiedagboek een geschikte methode is voor verpleegkundigen om de mate van UI te achterhalen. De studie geeft aan dat het basisinformatie geeft en helpt de voortgang en effectiviteit van een behandeling te monitoren .

Vragenlijsten: symptoomscores en kwaliteit van leven

In het ICI-boek worden vragenlijsten beschreven waarin zowel symptoomscores van UI, als de impact ervan op kwaliteit van leven gemeten worden. Ook staan hier vragenlijsten waarin symptoomscores LUTS (lower urinary tract symptoms), inclusief OAB (overactieve blaas) gemeten worden in combinatie met de impact ervan op kwaliteit van leven. Tenslotte bevat het boek vragenlijsten waarin alleen de impact van de UI op de kwaliteit van leven wordt gemeten of alleen de symptoomscore van UI. Voor ieder van de vragenlijsten wordt de validiteit, betrouwbaarheid en responsiviteit aangegeven als hier informatie over beschikbaar is. Er wordt ook een score gegeven (A, B of C), op basis van hoe goed ze gevalideerd zijn op elk van de drie domeinen. Ze baseren dit op informatie die twee rapporten over de Eerste- en Tweede Internationale Consultatie over incontinentie opleverden. In aanvulling daarop hebben ze bovendien een geüpdatete systematische review gedaan naar literatuur over de vragenlijsten en de kwaliteit ervan. Vragenlijsten die bij de evaluatie (van validiteit, betrouwbaarheid en percentage respons) goede resultaten boekten zijn aangegeven in bijlage B. In het ICI-boek wordt ook aangegeven dat een vragenlijst uit bijlage 4 (bijlage B in dit document), de KHQ, ook getest is in een studie bij ouderen in Japan. Daaruit is gebleken dat het vaststellen van symptoomscores LUTS (inclusief incontinentie) en de impact ervan op kwaliteit van leven, bij ouderen goed gemeten kan worden door middel van de KHQ. In deze studie werd een excellente betrouwbaarheid en validiteit van de lijst gemeten. Cijfers worden in het ICI-boek echter niet benoemd.

In de EAU richtlijn (2020) wordt ook gerefereerd naar het ICI-boek en de verschillende vragenlijsten worden gepresenteerd in een tabel volgens hun score. In de NICE-richtlijn (2013) worden de vragenlijsten die een ‘A’ scoren uit het ICI-boek overgenomen en wordt er aanvullend nog gekeken naar de test-hertest betrouwbaarheid. Hierdoor worden grotendeels hetzelfde vragenlijsten aanbevolen, al missen een aantal de test-hertest betrouwbaarheid data.

Urineonderzoek

In zowel het ICI-boek als de EAU-richtlijn (2020) wordt aangegeven dat urineonderzoek een basisonderzoek is dat uitgevoerd hoort te worden bij cliënten met UI, ongeacht leeftijd of geslacht van de cliënt, of de etiologie. Dit maken zij op uit studies die o.a. laten zien dat UI kan voorkomen tijdens een symptomatische UWI, en dat bestaande UI kan verergeren tijdens een UWI. Bij een urineonderzoek negatief voor nitrieten en leukocyten esterase kan de aanwezigheid van een UWI op betrouwbare wijze uitgesloten worden bij cliënten met UI. Het voorkomen en ernst van UI was onveranderd na behandeling van asymptomatisch bacteriurie bij verpleeghuisbewoners.