In de wetenschappelijke literatuur vinden we verschillende meetinstrumenten. Wereldwijd wordt voor het vaststellen van eenzaamheid evenwel hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de twee vragenlijsten die ook uitvoerig op hun psychometrische kwaliteiten zijn onderzocht: de De Jong Gierveld schaal (dJG) en de University of California, Los Angeles (UCLA) Loneliness Scale (UCLA LS). Het psychometrisch onderzoek geeft aan dat beide lijsten betrouwbaar en valide de mate van eenzaamheid meten, ook in de Nederlandse situatie. De dJG wordt in Nederland vaker gebruikt. Van de 21 geselecteerde studies bestuderen er acht studies de psychometrische kwaliteit van de UCLA LS .
Naast de gevonden wetenschappelijke literatuur is recent een paper van het CBS verschenen waarin de UCLA-LS en dJG met elkaar vergeleken worden . De auteurs hebben de verkorte versie van beide schalen met elkaar vergeleken met het oog op toekomstig onderzoek. Op conceptueel niveau geniet de dJG de voorkeur, omdat de UCLA-LS sterkt focust op discrepantie in sociale relaties en minder op de emotionele ervaring van gemis. Daarnaast is de UCLA-LS unidimensioneel en kan de dJG gebruikt worden om sociale en emotionele eenzaamheid te onderscheiden. Op empirische gronden blijkt er geen duidelijke voorkeur voor één van beide schalen. Het CBS kiest voor toekomstige studies voor de verkorte dJG.
De dJG bestaat uit een lijst met vijf positief geformuleerde uitspraken (items 1, 4, 7, 8, 11) en zes negatief geformuleerde uitspraken (items 2, 3, 5, 6, 9 en 10). De antwoordmogelijkheden zijn: ‘Ja!’; ‘Ja’; ‘Min of meer’; ‘Nee’; ‘Nee!’. Het niet instemmen met de positief geformuleerde uitspraken en het instemmen met de negatief geformuleerde uitspraken geeft een indicatie van de ervaren eenzaamheid. Sommatie van de antwoorden op de elf items versie levert een schaalscore op die van 0 tot 11 loopt. Hoe hoger de score, des te eenzamer men is. Een score van 3 of hoger is indicatief voor de aanwezigheid van matige eenzaamheid; een score van 9 of hoger voor ernstige eenzaamheid . In de schaal komt het woord eenzaamheid niet voor en refereren de items niet aan specifieke situaties of gedragingen die leeftijdsgebonden zijn. Ook het evaluatieve, subjectieve element is in de elf uitspraken terug te vinden. De psychometrische eigenschappen van de schaal zijn uitvoerig onderzocht. Sensitiviteit en specificiteit zijn voldoende voor het identificeren van eenzame ouderen. De schaal kan gebruikt worden om eenzaamheid in het algemeen te meten en om de dimensies sociale eenzaamheid en emotionele eenzaamheid te meten. De dJG is ook getest onder oudere migranten en is beschikbaar in een Turkse vertaling, twee vertalingen in het Marokkaans (Arabisch en fonetisch Arabisch) en twee vertalingen in het Surinaams (Sranan Tongo en Sarnami Hindoestani) . De schaal is valide is voor gebruik bij migranten . De dJG schaal is ook in andere talen uit het Europees taalgebied beschikbaar (o.a. Noors, Spaans, Portugees, Duits en Engels . Er bestaat ook een 6-item versie van de dJG schaal. De sensitiviteit en specificiteit van de verkorte schaal (dJG-6) zijn niet veel lager dan de 11-itemschaal van de De Jong Gierveld .
De UCLA-LS is ontwikkeld door Russell, Peplau en Ferguson (1978) en bevat twintig stellingen, bijvoorbeeld: ik mis vrienden om me heen, ik heb niemand om mee te praten, niemand kent mij goed, en, ik sta overal buiten. Per stelling kan men aangeven of men zich vaak, soms, zelden of nooit zo voelt. De UCLA loneliness scale maakt geen onderscheid tussen sociale en emotionele eenzaamheid .
De psychometrische eigenschappen zijn goed onderzocht en wijzen uit dat de UCLA-LS zeer betrouwbaar is, zowel wat betreft de (hoge) interne consistentie (alfa coëfficiënt .89 -.94) als de (hoge) betrouwbaarheid over een periode van 1 jaar (r =.73) . Er bestaat een kortere versie met drie items .