Beschrijving studies en resultaten
Onderzoek in het verpleeghuis en de thuissituatie met betrekking tot verpleegkundig handelen bij cliënten met dementie, delier en/of depressie is schaars. Er werden geen studies gevonden die betrekking hadden op de thuissituatie. Vier studies beschreven de verschillen tussen dementie en depressie. Er zijn geen onderzoeken/artikelen gevonden in de search die een verschil kunnen aangeven tussen de kenmerken van een delier en een depressie.
Setting Verpleeghuissituatie
Uitkomstmaat onderscheid delier, dementie, depressie
Er werden vier studies gevonden die de gelijktijdige aanwezigheid van een delier en dementie beschreven en symptomen die een onderscheid mogelijk maakten zie tabel 1. Helaas werd er geen Nederlands onderzoek gevonden.
Franco 2019 was een cross-sectioneel onderzoek in een verpleeghuis in Spanje. Er werden 200 cliënten geïncludeerd die waren opgenomen voor medisch-chirurgisch herstel vanuit het ziekenhuis, een begeleide seniorenwoning of thuis. De deelnemers werden onderverdeeld in twee groepen: met milde cognitieve stoornis of dementie (MCI-DEM) en zonder milde cognitieve stoornis of dementie (No MCI-DEM). Binnen die groepen zaten vervolgens cliënten met delier (DEL) of zonder delier (NDEL), zodat er vier groepen konden worden vergeleken. De No MCI-DEM NDEL groep bestond uit 67 cliënten (leeftijd: 74,24 ± 12,41 en 47,8% vrouw), No MCI-DEM DEL 16 cliënten (leeftijd: 82,31 ± 6,45 en 37,5% vrouw), MCI-DEM NDEL 79 cliënten (leeftijd: 79,29 ± 7,80 en 60,7% vrouw) en de groep MCI-DEM DEL 38 cliënten (leeftijd: 81,92 ± 7,43 en 44,7% vrouw). Kenmerken van delier werden vastgesteld met de Spaanse versie van de Delirium Rating Scale Revised-98 (DRS-R98). Er werd onderzocht wat onderscheidende kenmerken van delier zijn bij comorbiditeit van milde cognitieve stoornis of dementie. Ze vonden drie items van de DRS‐R98 als onderscheidend voor een delier: aandacht, taal en slaap-waakcyclus.
Landreville (2013) was een observationele studie in drie instellingen voor langdurige zorg en één afdeling langdurige zorg van een groot regionaal ziekenhuis in Canada. Bewoners van 65 jaar en ouder met een diagnose dementie in hun medisch dossier zonder voorgeschiedenis van psychiatrische aandoeningen kwamen in aanmerking voor het onderzoek. Er waren 155 demente deelnemers (leeftijd: 86,3 ± 6,9 jaar en 73,5% vrouw) aan het onderzoek. Iedere deelnemer werd gedurende zeven uur geobserveerd door twee getrainde onderzoeksverpleegkundigen. Een eerste onderzoeksverpleegkundige stelde de aanwezigheid van delier vast met de Confusion Assessment Method (CAM). Een tweede onderzoekverpleegkundige stelde gedragssymptomen van dementie vast (in de laatste drie dagen voor de CAM) alsook slapeloosheid, depressie en pijn (in de laatste zeven dagen voor de CAM). De personen met delier werden vergeleken met personen zonder delier op hun gedragssymptomen voor dementie.
Personen met een delier scoorden gemiddeld statistisch significant hoger op de totaalscore voor gedragssymptomen voor dementie ten opzichte van de personen zonder delier (p < 0,0001). Op de afzonderlijke gedragssymptomen voor dementie scoorden personen met een delier ook statistisch significant hoger dan personen zonder delier. Dit betrof: 1) agressief/ niet-meewerkend gedrag (p < 0,001), 2) dwalen/ proberen weg te gaan (p < 0,001), 3) irrationeel gedrag (p < 0,001), en 4) agitatie (p < 0,01). Personen met een delier scoorden ook hoger op slaapproblemen, maar dit verschil was niet statistisch significant.
Sepulveda (2017) was een cross-sectioneel onderzoek in één academisch ziekenhuis in Sligo (Ierland) en een verpleeghuis in Reus (Spanje). Per instellingen werden 200 patiënten geïncludeerd, wat resulteerde in een groep van 400 patiënten (leeftijd: 79.7 ± 8.5 jaar en 49.3% man). Bij patiënten werd een delier gediagnosticeerd door middel van de DSM-5 criteria door het klinische onderzoekspersoneel. Symptomen van het delier werden vastgesteld met de Delirium Rating Scale-Revised-98 (DRS-R98). De groep patiënten met delier werd vervolgens vergeleken met de groep patiënten zonder delier op hun scores op de items van de DRS-R98.
In de studie van Sepulveda (2017) konden de personen met delier onderscheiden worden van de personen zonder delier (waarvan sommigen met dementie) op bijna alle items van de DRS-R98, behalve op de psychotische items (waarneming, hallucinaties en wanen) en de geheugen items (kortetermijngeheugen en langetermijngeheugen). De items die onderscheidend waren zijn: verstoringen in de slaap-waakcyclus, ontroering (affect), taal, afwijkingen in het denkproces, motorische onrust, motorische vertraging, oriëntatie, aandacht, visuospatieel vermogen (ruimtelijk inzicht), geleidelijk begin van symptomen, fluctuatie in ernst van symptomen en lichamelijke aandoening.
Voyer (2008) was een prospectieve studie die plaatsvond in drie instellingen voor langdurige zorg en één groot regionaal ziekenhuis in Canada. Alle bewoners van 65 jaar en ouder met de diagnose dementie en geen voorgeschiedenis van psychiatrische ziekte konden deelnemen. Er werden 156 bewoners (leeftijd 86,3 ± 6,9 jaar en 73.7% vrouw) geïncludeerd. Tijdens het eerste meetmoment stelde een eerste getrainde onderzoeksassistent de aanwezigheid van delier vast met behulp van Confusion Assessment Method (CAM) en zes symptomen van delier met de Minimum Data Set-2 (MDS-2). Aan het einde van diezelfde dag interviewde een tweede getrainde onderzoeksassistent de verpleegkundige en vroeg deze naar dezelfde zes symptomen van delier. Dit werd herhaald op het tweede meetmoment zeven dagen later.
Er waren drie symptomen die door de verpleegkundigen juist gemakkelijker werden herkend: ongeorganiseerde spraak (58,1%), gemakkelijk afgeleid (53,4%) en het variëren van de mentale functie in de loop van de dag (45,8%). De symptomen die moeilijker door de verpleegkundigen werden opgemerkt: periodes van veranderde waarneming (39,1%), periodes van lethargie (34,9%) en periodes van rusteloosheid (32,4%). Voor het tweede meetmoment werden soortgelijke resultaten gerapporteerd.
Setting thuissituatie
Er werden geen studies gevonden die betrekking hadden op de thuissituatie.