Observeren van signalen van problemen met medicatietrouw

Uit de literatuurstudie komt als observatie-instrument alleen het Rode Vlaggen-instrument naar voren (zie bijlage 1A ‘Rode Vlaggen-instrument’). Dit betreft een gestandaardiseerde observatielijst voor gebruik in de thuiszorg om medicatieproblemen vroegtijdig op te sporen. Deze lijst bevat 28 observaties in drie hoofdcategorieën (proces, pil, cliënt). Bij gebruik van het Rode Vlaggen-instrument bij 115 cliënten werden 234 signalen van potentiële bijwerkingen geobserveerd, waarvan 49,6% medicatie gerelateerd . De lijst heeft een hoge specificiteit, vergeleken met een expert panel. In 2018 is het instrument ook als mobiele app beschikbaar gemaakt .

Informeren naar medicatietrouw in een open gesprek

Uit de literatuurstudie is een grote hoeveelheid ontwikkelde vragenlijsten om medicatietrouw te meten naar voren gekomen. De vragenlijsten zijn beoordeeld op gebruiksgemak/toepasbaarheid en betrouwbaarheid/validiteit. Voor toepassing in een open gesprek en geschiktheid voor de verschillende fasen van het medicatiegebruik zijn alleen de valide en betrouwbare vragenlijsten (α minimaal 0.70) met maximaal 4 vragen nader beoordeeld.

Fase 1. Starten:

De SOCA-vragenlijst met twee vragen geeft inzicht in de perceptie van de cliënt over het starten van medicatie . De uitkomst van de vragenlijst is significant geassocieerd met de mate van medicatietrouw na 30 dagen zoals gemeten met de MEMS-methode.

Fase 2. Gebruiken:

Voor het meten van het gebruik van medicatie zijn diverse vragenlijsten beschikbaar. Gevalideerde vragenlijsten met één vraag zijn de 30 day adherence question , de Adherence question , de Adherence question en de VAS . Validatie heeft plaatsgevonden met klinische uitkomstmaten, apotheekgegevens en/of het tellen van pillen. De ASRQ bevat één vraag met 6 statements en is gevalideerd met MEMS .

Gevalideerde vragenlijsten met vier vragen zijn de 3-item scale , BARS , BMAS , ITAS (Chisholm et al., 2004), en de RAM scale . De validiteit is vastgesteld met MEMS (3-item scale, BARS), andere vragenlijst (RAM scale), apotheekgegevens en zelfrapportage (BMAS) of met apotheekgegevens, geneesmiddelspiegels en klinische uitkomstmaat (ITAS).

Fase 3. Stoppen:

Er is geen vragenlijst waarmee alleen het stoppen van medicatie in kaart gebracht kan worden. Wel zijn er diverse vragenlijsten met één of meerdere specifieke vragen over het stoppen van medicatie. De ITAS (Chisholm et al., 2004) en de BMAS (Erickson et al., 2001) bevatten in totaal 4 vragen, waarvan één relevant voor stoppen. Ook de MARS-5 (totaal 5 vragen; Horne et al., 2005; ) en de SMAQ (totaal 6 vragen; ) bevatten één relevante vraag voor stoppen. De ASK-12 bevat in totaal 12 vragen, waarvan drie vragen relevant voor stoppen.

Moment waarop de medicatietrouw daadwerkelijk gemeten wordt

Medicatietrouw kan gemeten worden met directe en met indirecte meetmethoden. Directe meetmethoden zijn bijvoorbeeld observatie van inname en meten van concentraties van geneesmiddel, metabolieten of biologische markers. Deze directe methoden zijn echter duur en arbeidsintensief. Van de indirecte meetmethoden zijn vragenlijsten en zelfrapportage simpele en goedkope meetmethoden. Ze zijn daarom zeer goed toepasbaar en haalbaar in de praktijk .

Vragenlijsten

Uit de literatuurstudie zijn diverse vragenlijsten voor het meten van medicatietrouw naar voren gekomen. De vragenlijsten zijn beoordeeld op gebruiksgemak/toepasbaarheid en betrouwbaarheid/validiteit. Voor toepassing in een meetmoment en geschiktheid voor de verschillende fasen van het medicatiegebruik zijn alleen de valide en betrouwbare vragenlijsten (α minimaal 0.70) met maximaal 10 vragen nader beoordeeld.

Fase 1. Starten:

Voor toepassing tijdens een meetmoment zijn geen aanvullende vragenlijsten met maximaal 10 vragen geïdentificeerd voor fase 1 van het medicatiegebruik.

Fase 2. Gebruiken:

In de literatuur zijn 5 aanvullende gevalideerde vragenlijsten met maximaal 10 geïdentificeerd. De Hill-Bone Compliance Scale-10 (Kim et al., 2010) is een vragenlijst met 10 vragen en is oorspronkelijk ontwikkeld voor cliënten met hypertensie. De vragenlijst bevat ook specifieke vragen over voeding. De validiteit is vastgesteld met een klinische uitkomstenmaat. De MIS-A bevat 6 vragen en is oorspronkelijk ontwikkeld voor cliënten met astma en bevat ook items gericht op inhalatie. De validiteit is vastgesteld met voorschrijf- en aflevergegevens. De MARS-5 (5 vragen; Horne et al., 2005, ), de SMAQ (6 vragen) en de MMAS-8 (8 vragen) zijn algemene vragenlijsten voor het meten van medicatietrouw.

De MMAS-8 is minder geschikt voor dagelijks gebruik vanwege een licentie. De SMAQ bevat ook items over factoren die de medicatietrouw kunnen beïnvloeden. De MARS-5 is vertaald en gevalideerd in het Nederlands. De validiteit is vastgesteld met een klinische uitkomstenmaat (MMAS-8), MEMS en klinische uitkomstenmaat (SMAQ) en geneesmiddelspiegels en zelfrapportage (MARS-5).

Fase 3. Stoppen:

Voor toepassing tijdens een meetmoment zijn geen aanvullende vragenlijsten met maximaal 10 vragen geïdentificeerd voor fase 3 van het medicatiegebruik.

Andere meetmethoden

Naast vragenlijsten zijn er diverse andere meetmethoden om medicatietrouw te meten. Tabel 3 geeft een overzicht van de meetmethoden en toepassingsmogelijkheden.

Tabel 3: Overige meetmethoden om medicatietrouw te meten