Er is gekozen om sterke aanbevelingen te formuleren over risicofactoren gerelateerd aan (de conditie van) de huid. Deze huidkarakteristieken maken de huid kwetsbaarder voor skin tears en zijn dus een hoog-risicofactor. Daarnaast zijn alle genoemde huidkarakteristieken in de wetenschappelijke literatuur in één of meer studies geïdentificeerd als risicofactor voor skin tears en komen regelmatig terug in andere richtlijnen.

Bij andere risicofactoren is het risico op skin tears kleiner, indirect of van secundair belang. Daarom was de conclusie van de werkgroep dat elke andere factor die niet gerelateerd is aan de conditie van de huid een zwakkere aanbeveling moest zijn. Dit geldt voor alle risicofactoren die hieronder worden besproken.

Personen op hogere leeftijd hebben vaak een kwetsbare huid, maar dit is niet altijd zo. Er zijn ook oudere mensen waarvan de huid in goede conditie is. Deze mensen hebben geen of een klein verhoogd risico op het krijgen van skin tears op basis van hun leeftijd. Vanwege het indirect effect (leeftijd à kwetsbare huid à skin tears) is er voor cliënten op hogere leeftijd een aanbeveling geschreven om bewust te zijn van de mogelijke aanwezigheid van skin tears.

Bij een aantal risicofactoren kan het risico op skin tears gemakkelijk worden verkleind door simpele aanpassingen. Denk hierbij aan de juist tiltechniek bij cliënten die afhankelijk zijn van anderen voor hun ADL, het gebruik van hulpmiddelen bij het aantrekken van compressiekleding en het afschermen van scherpe randen van een hulpmiddel waarmee cliënten zich verplaatsen (onder andere een rolstoel of rollator) of afschermen van scherpe randen aan bv meubels, keuken etc. Omdat in de praktijk de hierboven beschreven aanpassingen vaak niet worden toegepast en skin tears in deze risicogroepen regelmatig voorkomen is besloten een aanbeveling te formuleren om zorgprofessionals te attenderen op deze risicofactoren.

Vallen en stoten is een veelvoorkomende oorzaak van skin tears. Bepaalde factoren zorgen voor een groter risico op vallen en stoten, zoals:

Omdat niet elke cliënt even gevoelig is voor het krijgen van skin tears is er een zwakkere aanbeveling voor geformuleerd.

Bij het verwijderen van kleefverbanden/pleisters is er een risico op het ontstaan van skin tears. Om die reden wordt het gebruik van pleisters en/of kleefverbanden afgeraden bij mensen met een kwetsbare huid.

De werkgroepleden ervaren dat kleefverbanden/pleisters nog steeds worden gebruikt in de praktijk. Daarom vindt de werkgroep het belangrijk om een aanbeveling op te nemen in de richtlijn over kleefverbanden/pleisters als risicofactor voor skin tears. Er is gekozen voor een zwakkere aanbeveling omdat er in deze richtlijn ook duidelijke aanbevelingen zijn geformuleerd over het (niet) gebruiken van kleefverbanden en/of pleisters in de module ‘Behandeling’.

Uit de knelpuntenanalyse bleek dat het niet algemeen bekend is onder zorgprofessionals dat bepaalde medicatie effect hebben op de structuur van de huid en zodoende de huid kwetsbaarder maken voor skin tears. Met de overwegingen zoals beschreven in de paragraaf ‘Balans van voor- en nadelen’ is een zwakkere aanbeveling geformuleerd. Er is besloten antistollingsmiddelen niet op te nemen in de aanbevelingen als risicofactor voor skin tears. Bij het gebruik van antistollingsmiddelen kan een skin tear meer bloeden maar het vergroot niet het risico op het krijgen van een skin tear.

Er is één risicofactor voor skin tears die is aangedragen door de werkgroep en die niet naar voren is gekomen in de wetenschappelijke literatuur. Het gaat om cliënten die vitaal zijn en risicoactiviteiten ondernemen en daardoor een groter risico hebben op het krijgen van skin tears. Het gebrek aan wetenschappelijk bewijs is goed te verklaren: de meeste studies naar risicofactoren van skin tears zijn uitgevoerd in zorginstellingen. De bewoners van zorginstellingen zijn geen vitale ouderen met een actieve levensstijl en wijken af van de doelpopulatie van deze richtlijn. Met de overwegingen zoals beschreven in de paragraaf ‘Balans van voor- en nadelen’ is een zwakkere aanbeveling geformuleerd.

Er is besloten om voedingsstatus niet op te nemen in de aanbeveling als risicofactor voor skin tears, maar de werkgroep beseft dat er mogelijk een relatie bestaat tussen voedingsstatus en het vóórkomen van skin tears. Er zijn wetenschappelijke artikelen die aangeven dat ondervoeding, vochttekort, slechte eetlust en problemen met zelfstand eten het risico op skin tears verhogen . De werkgroep is echter van mening dat het effect van voedingsstatus op het risico van skin tears zeer laag en indirect is. Vaak zijn er meer factoren bij personen met een slechte voedingsstatus die een verhoogd risico geven op skin tears. Een verkeerde voedingsstatus of dehydratatie zijn niet altijd direct zichtbaar. Het is niet haalbaar om bij elke cliënt de voedingsstatus te controleren en zodoende te beslissen om bij deze cliënt extra alert te zijn op de aanwezigheid van skin tears. Daarnaast is de werkgroep van mening dat als de voedingsstatus of vochtbalans van een cliënt niet goed is, het belangrijker is om daar aandacht aan te besteden. De onderliggende oorzaken van een slechte voedingsstatus of een vochttekort hebben een groter effect op de gezondheid en de kwaliteit van leven van de cliënt dan een potentieel verhoogd risico op skin tears.