Het wetenschappelijke bewijs dat ten grondslag ligt aan de geïdentificeerde risicofactoren (Tabel 1) om opgenomen te worden in de VAL is niet sterk. Daarom is voor elke risicofactor de ervaring en kennis uit de praktijk in kaart gebracht en overwogen. Indien de praktijkervaring en kennis van de tbc-verpleegkundige de factor herkende als risico voor therapieontrouw en discontinuering van de behandeling werd deze geaccepteerd en opgenomen in tabel 1. Tevens zijn enkele aanvullende risicofactoren geïdentificeerd, waar geen consensus over was of die niet naar voren kwamen in de literatuur.
In de Nederlandse praktijk is de taak voor het identificeren en evalueren van risicofactoren voor therapieontrouw en niet voltooien van de behandeling grotendeels belegd bij de tbc-verpleegkundige. De patiëntenpopulatie in Nederland neemt in omvang af en in complexiteit toe. Om uniforme, kwalitatief hoge tbc-zorg te kunnen bieden aan deze patiëntenpopulatie, is het van belang dat de tbc-verpleegkundige handvatten heeft om de risicofactoren te kunnen identificeren en op basis daarvan interventies ten behoeve van de therapietrouw en tbc-behandeling in te zetten (module 2 en 3). De inclusie van de lijst met risicofactoren in de bestaande VAL zal dit handvat bieden.