Een deel van de niet-medicamenteuze interventies vindt plaats buiten huis of wordt voorgeschreven door andere professionals dan de wijkverpleging. Bij voorkeur is er een multidisciplinair overleg waar de wijkverpleging op de hoogte wordt gebracht van nieuwe interventies. De wijkverpleging kan dan goed geïnformeerd worden en diens faciliterende en ondersteunende rol goed vervullen. Als er geen multidisciplinair overleg is, kan overleg met de voorschrijver van een interventie nodig zijn om goed te begrijpen wat het gewenste effect is van de interventie en hoe de wijkverpleging kan ondersteunen. Binnen dezelfde organisatie is overleg eenvoudiger te organiseren dan tussen organisaties. Tussen organisaties kan niet altijd cliëntengegevens gedeeld worden. Toch is het delen van informatie tussen organisaties soms goed mogelijk. Zeker als organisaties zijn aangesloten bij Actiz. Volgens de algemene voorwaarden van de zorg- en dienstenovereenkomst mogen verpleegkundigen over de cliënt communiceren met alle andere zorgverleners die direct betrokken zijn bij de cliënt .
Adviezen over toiletgang of leefstijl zijn niet voorbehouden tot een bepaalde functie. Iedere verzorgende of verpleegkundige die thuis zorg komt verlenen kan bijvoorbeeld vragen of de cliënt voldoende drinkt, goed de weg naar het toilet kan vinden of hulpmiddelen nodig heeft.
Cliënten kunnen zelf contact opnemen met een eerstelijns diëtist of bekkenfysiotherapeut als zij advies of hulp nodig hebben. De huisarts hoeft hier geen verwijsbrief voor te geven.
Het monitoren van therapie die wordt uitgevoerd bij of onder behandeling van een bekkenfysiotherapeut, zou ook door de bekkenfysiotherapeut geëvalueerd moeten worden.