Het signaleren van veranderende seksuele gezondheid moet niet pas plaats vinden als er al problemen zijn ontstaan, maar zo vroeg mogelijk in een eventueel behandeltraject. De zorgprofessional zou zich bewust moeten zijn van mogelijke veranderingen bij verschillende ziekten (chronisch of oncologisch). Hiermee wordt ook voorkomen dat teveel mensen intensieve en dure zorg nodig hebben. Een geschikte plek om veranderende seksuele gezondheid te bespreken is in een multidisciplinair overleg. Organisaties wordt aangeraden dit thema een vast terugkerend onderdeel te maken.
Een patiënt hoeft niet altijd naar een seksuoloog te worden doorverwezen. Een organisatie moet er wel voor zorgen dat er over het algemeen genoeg kennis in huis is bij medewerkers, of dat er een aantal medewerkers zijn met specifieke kennis, denk hierbij bijvoorbeeld aan aandachtsfunctionarissen. Ook moet een organisatie patiënten door kunnen verwijzen naar specialisten op het gebied van seksuele gezondheid. De sociale kaart van NVVS helpt hier bijvoorbeeld bij. De kostenstructuur van de organisatie is van belang voor het effectief omgaan met de beschikbare middelen.