Om deze vraag te kunnen beantwoorden is in de wetenschappelijke en grijze literatuur gezocht naar studies over effectieve en passende communicatiestijlen bij het bespreken van de draaglast met mantelzorgers.
Er is gezocht in de wetenschappelijke databases Embase, PubMed en CINAHL, met Mesh-termen en vrije zoektermen gericht op mantelzorgers, communicatie en draaglast. Studies over palliatieve zorg (end of life care) werden uitgesloten. Kwantitatieve en kwalitatieve studies over communicatie tussen zorgprofessionals en mantelzorgers of studies over het bespreken van overbelasting van mantelzorgers, werden wel meegenomen. Het ging hierbij om beschrijvingen van (in)effectieve communicatie en interventiestudies over effectieve communicatiestijlen.
In de literatuur werd het artikel van Oh (2017) geïdentificeerd. In dit artikel werd een relatie gevonden tussen communicatiestijl en psychologische stress bij mantelzorgers. De belangrijkste conclusie was dat hoe negatiever de mantelzorger de communicatie ervaart, hoe hoger de psychische stress en hoe lager het vertrouwen in de professional. Dit effect is minder groot wanneer mantelzorgers beter in staat zijn om zelf gezondheidsinformatie op te zoeken .
In het onderzoek van Oh (2017) werd persoonsgerichte communicatie gemeten aan de hand van de volgende vijf vragen: 1) Kreeg u de kans om alle vragen te stellen?, 2) Was er voldoende aandacht voor uw gevoelens en emoties?, 3) Begreep u alle informatie?, 4) Kreeg u steun in het omgaan met gevoelens van onzekerheid? en 5) Werd er voldoende tijd voor u genomen?
Naar aanleiding van deze studies is in de wetenschappelijke literatuur verder gezocht naar studies over persoonsgerichte communicatie met cliënten en mantelzorgers in de verpleegkundige zorg. Er werden vier aanvullende studies geïncludeerd . Persoonsgerichte communicatie omvat deze zes domeinen: 1) het uitwisselen van informatie, 2) een helpende professionele relatie, 3) het erkennen van emoties, 4) het omgaan met en bespreekbaar maken van onzekerheid, 5) het nemen van beslissingen, 6) het ondersteunen van zelfmanagement .
Anker-Hansen et al. (2018) beschrijven in een systematische literatuurstudie de behoeften van mantelzorgers vanuit een persoonsgericht perspectief. De belangrijkste conclusies waren:
- benader de mantelzorger als partner in de zorg;
- benader de mantelzorger als een individu met eigen behoeften.
In studies van Wittenberg-Lyles et al. (2012a) en Wittenberg et al. (2017a, 2017b, 2017c) zijn vier typen mantelzorgers onderscheiden. Deze typen zijn gebaseerd op de mate waarin de mantelzorger zich aanpast aan de situatie en de mate waarin de mantelzorger(s) de zorg met anderen bespreekt. Typeringen kunnen helpen om zicht te krijgen op mogelijke belemmeringen in de communicatie en om de communicatie te versterken.
1. Type mantelzorger: drager
- vermijdt discussie met familieleden;
- vertrouwt op de naaste om beslissingen te nemen;
- neemt alle zorgtaken op zich.
2. Type mantelzorger: manager
- is geloofwaardig door medische termen te gebruiken;
- neemt onafhankelijk en snel beslissingen;
- focust op behandeling;
- werpt zich op als beslisser van de familie.
3. Type mantelzorger: solist
- focust op één aspect van de zorg, meestal de fysieke zorg;
- kan niet alle aspecten van holistische zorg overzien;
- focust op behandeling, vermijdt kwaliteit van leven onderwerpen;
- verleent de zorg alleen, zonder hulp van familie.
4. Type mantelzorger: partner
- initieert het gesprek over doodgaan, spiritualiteit, kwaliteit van leven;
- deelt en bespreekt de belasting als mantelzorger met de naaste en familie;
- benoemt (mogelijke) conflicten over het nemen van beslissingen en zorg met de naaste en familie.
De studies laten zien dat het type mantelzorger ‘partner’ en ‘solist’ de minste psychische stress hadden, en dat de ‘drager’ zich het minst goed voorbereid voelde op de situatie .