De aanbevelingen van de vertaalde richtlijn Externe katheters bij volwassen mannen van de EAUN en CV&V zijn overgenomen. Deze richtlijn is ontwikkeld op basis van systematisch literatuuronderzoek. Het bewijskrachtniveau is bepaald door middel van de Oxford Centre for Evidence-Based Medicine (OCEBM). Daarnaast is ook het niveau van de aanbevelingen beoordeeld door middel van de OCEMB. Omdat een groot deel van het bewijs zwak bleek te zijn, heeft de werkgroep besloten om aan enkele aanbevelingen een hoger aanbevelingsniveau (‘Grade of Recommendation’, GR) toe te kennen dan in eerste instantie was gedaan. Zulke opgewaardeerde aanbevelingen zijn aangeduid met ‘A*’. Deze aanduiding geeft aan dat de werkgroep in onderling overleg besloten heeft de betreffende aanbeveling te doen ondanks dat er sprake was van bewijskrachtniveau 4.
Bij sommige publicaties was het lastig om een bewijskrachtniveau toe te kennen. Als de werkgroep echter van mening was dat de informatie in de praktijk van pas zou komen, werd bewijskrachtniveau 4 toegekend. Een laag bewijskrachtniveau houdt slechts in dat er op het moment dat de richtlijn werd geschreven in de literatuur geen onderbouwing met een hoger bewijskrachtniveau werd aangetroffen. Het lage bewijskrachtniveau moet dus niet gezien worden als indicatief voor het belang van het betreffende onderwerp of de betreffende aanbeveling voor de dagelijkse praktijk.
De door de werkgroep ontwikkelde richtlijn is bedoeld voor evidence-based verpleegkunde volgens de definitie van Behrens (2004): “een vorm van verpleegkunde waarbij men het nieuwste, meest hoogwaardige wetenschappelijke onderzoek verwerkt in de dagelijkse verpleegkundige praktijk, rekening houdend met de theoretische kennis, de ervaring van de verpleegkundige, de mening van de patiënt en de beschikbare middelen” . De aanbevelingen in deze richtlijn zijn tot stand gekomen op basis van het wetenschappelijke bewijs dat de artikelen samen hebben opgeleverd. De werkgroep heeft de tekst zoveel mogelijk gebaseerd op het bewijs uit de artikelen, maar bij het ontbreken daarvan heeft de werkgroep best practices en consensus als uitgangspunt gebruikt.
Er kunnen vier factoren onderscheiden worden die van invloed zijn op een verpleegkundige beslissing: de klinische ervaring van de betreffende verpleegkundige, de middelen die voorhanden zijn, de mening en behoeften van de cliënt, en bevindingen uit de verpleegwetenschap . Hieruit volgt dat de literatuur wel belangrijk is, maar dat de ervaring en beleving van de verpleegkundige en de cliënt ook een cruciale rol spelen in het besluitvormingsproces. Een opgestelde richtlijn zal dus niet allesbepalend zijn voor de verpleegkundige praktijk.