Thuis

Er zijn geen onderzoeken gevonden die een indicatie kunnen geven over het herkennen van een delier in de thuissituatie. Het eventuele gebruik van screeningsinstrumenten werd niet onderzocht in de thuissituatie.

Verpleeghuis

De kwaliteit van het gevonden bewijs is zeer laag voor het herkennen van een delier. Onderzoek toont aan dat symptomen gedetecteerd kunnen worden met behulp van screeningsinstrumenten zoals de Confusion Assesment Method, zie ook de uitgangsvraag Diagnostiek van een delier. Om adequaat een delier te kunnen voorspellen moet het instrument dan ook dagelijks ingevuld worden. Hiertoe moeten de verzorgende, verpleegkundige en verpleegkundig specialist in staat zijn om verschijnselen van een delier op te merken. Verschijnselen van een delier die vaak gemist werden door een verpleegkundige (in directe zorg) in vergelijking met een onderzoeksassistent, die onderzoek op één moment van de dag deed, vergeleken met observatie tijdens zorgmomenten gedurende de hele dag waren de volgende: een fluctuerend beloop gedurende de dag, acuut begin van de symptomen, aandacht moeilijk te trekken of behouden of verplaatsen, en een veranderd bewustzijnsniveau. Mogelijk speelt hierbij een rol dat de eerstverantwoordelijke verpleegkundige in geval van dementie meer tijd met de cliënt bezig kon zijn. Sommige deliersymptomen kunnen beter herkend worden als er meer tijd wordt doorgebracht met de cliënt. Korte, meer frequentere beoordelingen van het geestelijk functioneren zouden nodig kunnen zijn om de kwaliteit van de observaties te verbeteren. Een screeningsinstrument voor delier welke geïntegreerd kan worden in de normale zorg en dat kort is zou een begin kunnen zijn om veranderingen t.o.v. het eerdere functioneren te detecteren.

Op basis van de literatuur kan de verpleegkundig specialist, verpleegkundige en verzorgende een delier herkennen aan de hand van een aantal symptomen en dan met name: het voorkomen en wisseling in voorkomen van deze symptomen. Deze symptomen zijn onduidelijk taalgebruik, snel afgeleid zijn, verschil in cognitief functioneren in de loop van de dag, veranderingen in slaap-waak ritme (circadiaan ritme), wisseling van symptomen, verminderde aandacht en onlogisch denken, waarnemingsstoornissen en motorische onrust (van lethargie tot agitatie). De symptomen kunnen een indicatie zijn tot het afnemen van een screeningsinstrument om het beeld vollediger te maken. Bij een onduidelijk beeld is het ook raadzaam een overleg aan te vragen bij de huisarts, of de hoofdbehandelaar die een expert kan consulteren.

Waarden en voorkeuren van cliënten en (evt. hun naaste/familie) – Cliëntenperspectief

Uit de enquête van de Patiëntenfederatie (Patiëntenfederatie 2019/2020) kwam naar voren dat in 20% van de gevallen een naaste van de cliënt het delier signaleerde. 74% van de deelnemers geeft aan dat het delier snel werd herkend door de zorgverlening. Het is voor cliënten en naaste/familie van belang dat informatie rondom hun functioneren aanwezig is, zodat snel de juiste diagnose gesteld kan worden.

Kosten (middelen beslag)

Het observeren van delier symptomen en nagaan van pre-existent functioneren van de cliënt zal naar verwachting niet gepaard gaan met grote kostenposten. Aangezien data ontbreken en de aanbevelingen niet ver van het huidige beleid afstaan, zullen de kosten waarschijnlijk geen verandering bewerkstelligen met betrekking tot de aanbevelingen.

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De werkgroep is van mening dat er een tekort is aan kennis en deskundigheid om een delier te herkennen. Dit bemoeilijkt het observeren van symptomen. Scholing zou een mogelijke interventie zijn en is haalbaar binnen de huidige context van scholingsmogelijkheden landelijk en op instellingsniveau. Daarbij is zichtbaarheid en urgentie van belang bij de uitvoerder van de scholing, om verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten adequaat te scholen. Bij een blijvend onduidelijk beeld, ondanks ingezette diagnostiek en behandeling, is een (spoed) consult van een specialist ouderen geneeskunde, verpleegkundig specialist, psychiater, geriater of huisarts ook in de thuissituatie geïndiceerd.

Rationale van de aanbevelingen; weging van argumenten voor en tegen de interventies

Kennis en adequate gegevensverzameling is als eerste van belang.

Rationale voor aanbevelingen

Er zijn weinig studies beschikbaar over het herkennen van een delier buiten de setting van het ziekenhuis. Op basis van de beperkte beschikbare evidence en expert opinion heeft de werkgroep desondanks enkele aanbevelingen geformuleerd. Er zijn een aantal onderwerpen die besproken kunnen worden met naaste/familie, zoals veranderend taalgebruik, mate van afgeleid zijn en cognitief functioneren in de loop van de dag en slaap-waakritme. Van belang is om te realiseren dat een bezoek vaak een momentopname is, daarom zouden naaste/familie geconsulteerd moeten worden. Indien er een onduidelijk beeld blijft bestaan kan overwogen worden om als verpleegkundige een verzoek te doen voor overleg op basis van signalen/twijfel/vermoeden dat er sprake is van een delier en er kan worden overwogen om  informatie van de naaste/familie bij de huisarts/hoofdbehandelaar op te halen, voor beoordeling en nader onderzoek op delier.