Voor het beantwoorden van deze uitgangsvraag is gebruikgemaakt van wetenschappelijke literatuur, richtlijnen, en de kennis van de werkgroep. De literatuurreview naar wetenschappelijk bewijs leverde nauwelijks bruikbare input op om aanbevelingen mee op te stellen. Diagnostische instrumenten gericht op FI zijn zeer beperkt onderzocht bij ouderen in de thuissituatie. Over flatus incontinentie bij ouderen zijn geen studies gevonden. De kwaliteit van het gevonden bewijs uit primaire studies uit de literatuurreview was laag. Elk van de vier gevonden studies had een aantal gebieden met een hoog of onduidelijk risk of bias en zorgen over de toepasbaarheid volgens de QUADAS-2 tool. Ook was het niet goed mogelijk om verschillende studies met elkaar te vergelijken en daarbij de GRADE methodiek toe te passen vanwege de verschillen in diagnostische instrumenten, studiepopulaties en uitkomstmaten. Hoewel de vier studies voldeden aan de inclusiecriteria van de literatuurreview, concludeerden de werkgroep dat de studies weinig bruikbaar zijn voor deze richtlijn. Twee studies beschrijven vragenlijsten die niet in het Nederlands vertaald zijn, waardoor ze niet aanbevolen kunnen worden in de Nederlandse praktijk. De andere twee gaan over elektronische dagboeken, en de vergelijking met papieren dagboeken. De werkgroep vindt elektronische dagboeken over het algemeen moeilijk toepasbaar bij ouderen. De artikelen zijn beschreven in de samenvatting van de literatuur, maar niet gebruikt bij het opstellen van de aanbevelingen.

Naast de vier primaire studies is er ook een systematische literatuurreview (SLR) gevonden die bewijs presenteert over diagnostische instrumenten. De methodologische kwaliteit van de SLR is beoordeeld als matig met behulp van AMSTAR-2. Omdat de GRADE methodiek uitgaat van primaire studies ligt het niet voor de hand om de resultaten uit deze SLR te beoordelen met GRADE. De literatuurreview levert niet voldoende wetenschappelijke bewijs van goede kwaliteit om met zekerheid aanbevelingen op te stellen voor het diagnosticeren van FI bij ouderen in de thuissituatie (zie ook samenvatting van de literatuur). Daarom is het niet mogelijk om het gebruik van een diagnostische vragenlijst of defecatiedagboek sterk aan te bevelen, of om het gebruik van één instrument boven een andere aan te bevelen. Wel kan worden overwegen om een (gevalideerde, in het Nederlands vertaald en beschikbaar) vragenlijst of een defecatiedagboek te gebruiken.

Het wetenschappelijk bewijs uit de literatuurreview is erg beperkt en daarom is er ook gekeken naar nationale en internationale richtlijnen op het gebied van FI. In verschillende nationale en internationale richtlijnen worden aanbevelingen gegeven voor diagnostiek bij volwassenen met FI. Omdat er beperkt onderzoek is gedaan naar diagnostische instrumenten voor FI, kunnen ook deze richtlijnen aanbevelingen niet alleen baseren op wetenschappelijke literatuur maar is ook gebruikgemaakt van expert opinion.

In de richtlijnen worden verschillende definities gebruikt voor fecale of anale incontinentie (inclusief of exclusief flatusincontinentie). Drie richtlijnen gebruiken een definitie van FI die alleen op feces gericht is niet op flatusincontinentie . De Evidence Statement van het KNGF, specificeerde aanbevelingen voor zowel FI als anale incontinentie (AI), waarbij flatus incontinentie binnen de definitie van AI hoort, maar niet binnen de definitie van FI . De richtlijn van de American Society of Colon and Rectal Surgeons beschrijft aanbevelingen voor FI, waarbij flatus incontinentie binnen de definitie van FI hoort .

Richtlijnen van de International Continence Society (ICS), het KNGF, het National Institute for Health and Care Excellence (NICE), de American Society of Colon and Rectal Surgeons en een Europese richtlijn adviseren allemaal om een anamnese af te nemen bij cliënten met een verdenking van FI. Tijdens deze anamnese moet aandacht zijn voor onderwerpen zoals de medische voorgeschiedenis, prognostische factoren, comorbiditeit en vocht- en voedingsinname. Daarbij wordt ook geadviseerd om lichamelijk onderzoek en inspectie van de anus/rectum uit te voeren. Eén richtlijn adviseert het gebruik van een specifiek instrument bij FI; namelijk de Wexner scale, die aanbevolen wordt door het KNGF. De ICS en de American Society of Colon and Rectal Surgeons noemen verschillende screeningsinstrumenten maar adviseren niet welk instrument beter is. Het KNGF beveelt ook aan om het defecatiepatroon en de ernst van fecale incontinentie bij te houden met een defecatiedagboek, totdat de consistentie en frequentie weer normaal zijn. De Bristol stoelgangschaal wordt aanbevolen als instrument om de ontlastingsconsistentie in kaart te brengen. Over het algemeen zijn de aanbevelingen van de verschillende richtlijnen gemaakt op basis van expert opinion, of bewijs van lage/zeer lage kwaliteit. De richtlijnen richten zich niet specifiek op verpleegkundige zorg. Ondanks dat deze richtlijnen niet specifiek over (kwetsbare) ouderen en verpleegkundige zorg gaan, denkt de werkgroep dat de aanbevelingen grotendeels overgenomen kunnen worden.