Uitgangsvraag 2A: Voor de uitgangsvraag Op welke wijze kan de verpleegkundige/verzorgende veranderende seksuele gezondheid met de patiënt bespreken? beperkt de wetenschappelijke onderbouwing zich tot enkele formuleringen uit de NHG-richtlijn voor huisartsen welke behulpzaam kunnen zijn in het bespreken van veranderd seksueel functioneren bij diverse aandoeningen. De NHG-richtlijn heeft betrekking op het bespreekbaar maken van seksualiteit door huisartsen, maar de werkgroep gaat ervan uit dat de aanbevelingen in de NHG richtlijn ook van toepassing zijn op verpleegkundigen/verzorgenden.

Uitgangsvraag 2C: Voor de uitgangsvraag Welke verpleegkundige interventies zijn relevant in verband met veranderende seksuele gezondheid? beperkt de wetenschappelijke onderbouwing zich tot interventies voor mensen met kanker. Het vertrouwen in dit bewijs is over het algemeen vrij laag. Voor interventies voor ouderen of voor chronisch zieken is geen wetenschappelijk bewijs gevonden. De kwaliteit van bewijs voor het toepassen van psycho-educatie voor het verbeteren van seksuele gezondheid bij mannen met een prostatectomie en erectieproblemen is het meest overtuigend. De Canadese en Amerikaanse richtlijn zijn van voldoende kwaliteit, deze aanbevelingen zijn dus ook relevant voor de onderhavige richtlijn.

Er is geen wetenschappelijke evidentie voor de wijze waarop de verpleegkundige/verzorgende seksualiteit kan bespreken bij patiënten met traumatische ervaringen (uitgangsvraag 4). Het bespreken van traumatische ervaringen is in twee narratieve reviews aan de orde gekomen . De resultaten van deze ‘grijze literatuur’ komen aan de orde bij professioneel perspectief.