Het vermogen ADL-activiteiten uit te voeren is mede afhankelijk van cognitieve (bijvoorbeeld redeneren, plannen), motorische (bijvoorbeeld evenwicht, behendigheid) en perceptuele (waaronder zintuiglijke) vaardigheden van de zorgvrager en zijn of haar naasten. Het is daarom van belang om deze vaardigheden inzichtelijk te maken door het vaststellen van de ADL-zelfstandigheid van de zorgvrager door gebruik te maken van specifieke ADL-meetinstrumenten. De resultaten die voortkomen uit de toepassing van deze meetinstrumenten kunnen helpen om een duidelijk beeld van de ADL-zorgvraag te krijgen. Vervolgens kunnen acties worden ingezet die aansluiten op de daadwerkelijke zorgvraag. Tevens helpt het vaststellen van de ADL-zelfstandigheid ook om na een bepaalde periode eventuele voor- of achteruitgang inzichtelijk te maken. Op deze wijze kan de informatie gebruikt worden voor periodieke evaluaties van de ADL-zorg. Deel twee van deze uitgangsvraag bevat aanbevelingen over zes meetinstrumenten die de ADL-zelfstandigheid (objectieve gegevens) in kaart brengen. Deze instrumenten zijn:

  1. Barthel index
  2. Katz-Schaal
  3. Groningen Activiteiten Restricitie Schaal (GARS)
  4. Health Assessment Questionnaire-Disability Index (Nederlandse consensus)/ Vragenlijst Dagelijks Functioneren HAQ-DI/ VDF)
  5. Utrechtse Schaal voor Evaluatie van Revalidatie (USER) (6) PDL-scorelijst

Voorbeeld van ADL-specifieke objectieve gegevens:

Mevrouw Janssen, 82 jaar, met sarcopenie. De zorgverlener neemt een Barthel index bij mevrouw af. Zij scoort 14/20 punten op de Barthel Index, waaruit blijkt dat er enige hulpvraag op ADL-gebied ligt, maar dat mevrouw nog veel zelf kan uitvoeren. Tijdens de observatie valt de zorgverlener op dat mevrouw moeite heeft om haar evenwicht te bewaren wanneer ze op een been moet staan. Dit maakt met name het in en uit bad stappen minder gemakkelijk voor mevrouw, met enig risico op vallen.

Werkwijze: Deel 2 Objectieve gegevens

De in deze uitgangsvraag uitgewerkte aanbevelingen zijn het resultaat van uitkomsten uit de wetenschappelijke literatuur, gecombineerd met expertise en praktijkervaringen uit de werkgroep. Op basis van de Nederlandse website meetinstrumentenindezorg.nl, de bestaande literatuur en de werkgroep zijn we tot een selectie van generieke meetinstrumenten gekomen die bruikbaar zijn om de mate van ADL-zelfstandigheid van zorgvragers in kaart te brengen. De kwaliteit van deze meetinstrumenten is vervolgens nader bepaald door een literatuuronderzoek uit te voeren naar de psychometrische eigenschappen van deze Nederlandstalige meetinstrumenten. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de COSMIN-taxonomie om de informatie van de meetinstrumenten te ordenen en de waardes van de psychometrische eigenschappen te duiden . Aanvullend zijn de ervaringen van de werkgroep omtrent de hanteerbaarheid en praktische bruikbaarheid van deze instrumenten in de ADL-zorg toegevoegd aan de overwegingen. In deze uitgangsvraag is gekeken naar de volgende psychometrische eigenschappen van meetinstrumenten gebaseerd op de COSMIN Taxonomie . Tabel 3 is geen weergave van alle psychometrische eigenschappen, maar bevat de psychometrische eigenschappen die in deze uitgangsvraag aan bod komen.

Tabel 3: Psychometrische eigenschappen beschreven in deze uitgangsvraag