In Nederland ervaren tbc-verpleegkundigen toenemende complexiteit in de zorg voor tbc-patiënten. Een aanzienlijk deel van de patiënten heeft sociale, psychische en/of financiële problemen, en sommigen hebben beperkte taal- en gezondheidsvaardigheden. Ervaring uit de praktijk onderstreept het belang van een goede verpleegkundige-patiënt-relatie voor het succesvol voltooien van de tbc-behandeling. Tbc-professionals[1] bepleiten het belang van een cultuur sensitieve houding in de omgang met de patiënt en een daaruit voortvloeiend persoonsgebonden behandelplan. Aan de hand van een risicotaxatie kan er, in samenspraak met de patiënt, worden gekozen voor extra ondersteuning. In de Nederlandse praktijk wordt o.a. gebruik gemaakt van DOT, de medicijndoos of een Baxterrol. Ook kan de verpleegkundige de patiënt doorverwijzen naar andere zorgprofessionals indien gewenste zorg buiten het takenpakket van de verpleegkundige valt. Als laatste kan de verpleegkundige aanspraak doen op verschillende maatschappelijke initiatieven om de patiënt zo goed mogelijk te ondersteunen.