Observeren van signalen van problemen met medicatietrouw
VenV die bij de cliënt thuis komen, kunnen ‘achter de voordeur’ signalen van mogelijke problemen met de medicatietrouw observeren zonder dat daar een gesprek met de cliënt voor plaats hoeft te vinden. Ook kunnen signalen geobserveerd worden tijdens het consult/spreekuur van de verpleegkundig specialist of praktijkverpleegkundige. Niet alleen signalen van de cliënt zelf, maar ook signalen van de partner, familie of mantelzorger moeten hierin meegenomen worden. Tot slot kunnen andere zorgverleners in de keten (zoals de huisarts, medisch specialist of apotheker) signalen doorgeven.
Het Rode Vlaggen-instrument is het enige gevalideerd observatie-instrument voor signaleren van problemen met medicatietrouw (zie bijlage 1A ‘Rode Vlaggen-instrument’). Belangrijke signalen die VenV kunnen observeren en duiden op problemen met medicatietrouw staan in tabel 2.
Tabel 2: Signalen die kunnen duiden op problemen met medicatietrouw uit het Rode Vlaggen-instrument
Informeren naar medicatietrouw in een open gesprek
Naast observeren kunnen VenV ook in het gesprek met de cliënt eventuele problemen in het medicatiegebruik achterhalen, zonder dat hier de nadruk op ligt. Dus vragen naar medicatiegebruik integreren in het ‘normale’ gesprek. Dat kan tijdens het bezoek aan de cliënt thuis of tijdens het consult/spreekuur. Let ook op impliciete uitingen over mogelijke problemen met de medicatie van de persoon zelf, de partner, familie, mantelzorger etc.
Voorwaarde voor een gesprek over medicatietrouw is dat eerst nagegaan wordt welke medicijnen de cliënt gebruikt op dat moment. Als openingsvraag kan gebruikt worden: “Welke medicijnen gebruikt u op dit moment?” Denk daarbij ook aan zelfzorgmiddelen!
Hoe het gesprek over medicatiegebruik ingestoken wordt, is van groot belang voor het verkrijgen van een betrouwbaar beeld. Het creëren van een veilige omgeving waarin de cliënt een eerlijk antwoord durft te geven is cruciaal. Voorbeelden die gebruikt kunnen worden om dit gesprek goed in te steken:
- “Veel mensen hebben een eigen manier om hun medicijnen te gebruiken. Deze manier kan afwijken van de instructies op het etiket of van wat de voorschrijver heeft gezegd. Hoe gebruikt u uw medicijnen?”
- “Mensen vinden het soms moeilijk om hun medicatie in te nemen zoals voorgeschreven door hun arts. Zoals voorgeschreven betekent het consequent innemen van de voorgeschreven hoeveelheid medicatie op de voorgeschreven tijd(en). Hoe gaat dit bij u?”
- “Mensen missen het innemen van hun medicijnen om vele redenen. Heeft u medicijnen waarvan u soms een dosis mist?”
Er zijn diverse valide en betrouwbare korte vragenlijsten die verweven kunnen worden in een gesprek zonder dat hier direct een meetmoment van gemaakt hoeft te worden. Het gaat daarbij om de volgende vragenlijsten per fase van het medicatiegebruik:
Fase 1. Starten:
Fase 2. Gebruiken:
- 3-items scale
- 30 day adherence question
- Adherence question
- Adherence question
- Adherence Self-Report Questionnaire (ASRQ; )
- Brief Adherence Rating Scale (BARS; )
- Brooks Medication Adherence Scale (BMAS; )
- Immunosuppressant Therapy Adherence Scale (ITAS; )
- Reported Adherence to Medicine scale (RAM scale; )
- Visual Analogue Scale (VAS; )
Fase 3. Stoppen:
Er zijn geen vragenlijsten waarmee alleen het stoppen van medicatie in kaart gebracht kan worden. Wel zijn er diverse vragenlijsten met een specifieke vraag over het stoppen van medicatie. Dat zijn deze vragenlijsten:
- Adherence Starts with Knowledge 12/20 (ASK-12/20; )
- BMAS
- Simplified Medication Adherence Questionnaire (SMAQ; )
- Medication Adherence Report Scale-5 (MARS-5; Horne et al., 2005; )
Moment waarop de medicatietrouw daadwerkelijk gemeten wordt
Naast het informeren naar de medicatietrouw in een gesprek, kan er ook gekozen worden voor het inlassen van een meetmoment. Er zijn verschillende meetmethoden, afhankelijk van de fase van het medicatiegebruik waarin de cliënt zich bevindt.
Vragenlijsten
Een voorwaarde voor een meetmoment is dat duidelijk is welke medicijnen de cliënt gebruikt. Als openingsvraag kan gebruikt worden “Welke medicijnen gebruikt u op dit moment?” Vervolgens moet het duidelijk zijn over welke medicatie (bij meerdere middelen) het meetmoment gaat.
Er zijn uit de literatuur diverse valide en betrouwbare vragenlijsten met maximaal 10 vragen over gedrag (en niet over determinanten van therapietrouw) geïdentificeerd die gebruikt kunnen worden in een meetmoment. Dat zijn de volgende vragenlijsten per fase van het medicatiegebruik:
Fase 1. Starten:
Zie Conclusies Gesprek. Geen aanvullende vragenlijsten geïdentificeerd.
Fase 2. Gebruiken:
Zie Conclusies Gesprek. Aanvullende vragenlijsten:
- Hill-Bone Compliance Scale-10
- MARS-5 (Horne et al., 2005; )
- MIS-A
- MMAS-8
- SMAQ
Fase 3. Stoppen:
Zie Conclusies Gesprek. Geen aanvullende vragenlijsten geïdentificeerd.
Andere meetmethoden
Naast vragenlijsten zijn er diverse andere meetmethoden om medicatietrouw te meten. De toepasbaarheid en haalbaarheid is afhankelijk van de (zorg)setting, het type cliënt en de samenwerking met andere zorgverleners. Het gaat daarbij om de volgende methoden:
- Het opvragen en tellen van de beschikbare medicatie in huis (‘pill count’).
- Het monitoren van de inname van de medicatie met een elektronisch medicijndoosje dat datum en tijdstip van inname registreert.
- (Digitale) registratie bijvoorbeeld met behulp van smartphone apps (logboek).
In samenwerking met andere zorgverleners: - Via afhaalgegevens in de apotheek, te gebruiken voor het identificeren van het te laat/te vroeg ophalen van de medicatie in de apotheek.
- Via voorschrijfdata, te gebruiken voor het identificeren van het te laat/te vroeg aanvragen van een herhaalrecept bij de voorschrijver.