In de praktijk bestaan er veel en uiteenlopende interventies of vormen van ondersteuning die zijn gericht op de aanpak van eenzaamheid onder ouderen. Op basis van de literatuur, en wat daarin als ‘werkzaam element’ wordt gezien, kunnen we acht typen onderscheiden . Deze zijn:

  1. Het aanbieden van een ontmoetingsmogelijkheid/ het faciliteren van sociale interactie
  2. Het faciliteren van persoonlijk en betekenisvol contact
  3. Het aanbieden van praktische (materiële of instrumentele) ondersteuning
  4. Het verbeteren van interpersoonlijke en/of sociale vaardigheden
  5. Het aanbieden van bezigheden en/of afleiding (vermaak)
  6. Het aanbieden van een sociaal gewaardeerde rol
  7. Het bijsturen van realistische verwachtingen ten aanzien van relaties
  8. Het aanbieden van een combinatie van twee of meer van bovenstaande type interventies

Met het oog op de heterogeniteit van de studies zijn de door ons gevonden interventies gegroepeerd in deze typen, waarbij moet worden opgemerkt dat in de praktijk dikwijls twee of meer typen tezamen worden aangeboden. Deze achtste categorie, met gecombineerde interventies, wordt apart beschreven.

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het aanbieden van een ontmoetingsmogelijkheid/ faciliteren sociale interactie bijdraagt aan het verminderen van het gevoel van eenzaamheid .

(GRADE: Zeer laag)

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het faciliteren van een persoonlijk contact bijdraagt aan het verminderen van gevoelens van eenzaamheid .

(GRADE: Zeer laag)

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het verlenen van praktische materiele of instrumentele steun bijdraagt aan het verminderen van het gevoel van eenzaamheid .

(GRADE: Zeer laag)

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het trainen van interpersoonlijk en/of sociale vaardigheden bijdraagt aan het verminderen van het gevoel van eenzaamheid .

(GRADE: Zeer laag)

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het aanbieden van zinvolle activiteiten bijdraagt aan het verminderen van het eenzaamheidsgevoel wanneer zij plaatsvinden in groepsverband .

(GRADE: Zeer laag)

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het aanbieden van een gewaardeerde rol bijdraagt aan het verminderen van het eenzaamheidsgevoel wanneer dit plaatsvindt in groepsverband .

(GRADE: Zeer laag)

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het bevorderen van realistische verwachtingen en opvattingen t.a.v. sociale relaties bijdraagt aan het verminderen van eenzaamheid .

(GRADE: Zeer laag)

Er zijn niet voldoende aanwijzingen dat het aanbieden van een gecombineerde interventie bijdraagt aan het verminderen van eenzaamheid .

(GRADE: Zeer laag)