De cliëntvertegenwoordigers uit de werkgroep geven aan dat psychische problemen en een rommelige of vervuilde omgeving elkaar versterken. Volgens hen is er sprake van een vicieuze cirkel: mensen die chaos in hun hoofd ervaren, hebben vaak ook chaos in hun (leef) omgeving wat weer meer chaos in het hoofd geeft, et cetera Bij deze mensen is vaak sprake van een kleine draagkracht om te handelen, gecombineerd met een grote tolerantie voor chaos. Hierdoor nemen ze geen tijd om dingen te ordenen of op te ruimen. Zij ‘beschermen’ als het ware de chaotische situatie in de woning door weinig mensen thuis te ontvangen.. Dit voorkomt dat er opmerkingen worden gemaakt over de ongeorganiseerde/vervuilde woning De persoon in kwestie ervaart hierdoor minder prikkels om de woning op te ruimen, wat weer kan leiden tot meer chaos.

Volgens de werkgroep gaat het om een spectrum van problemen dat varieert van een rommelige kamer tot een sterk vervuild huishouden. Het hangt af van de mogelijkheden en de tolerantie van chaos of de persoon in kwestie de situatie als een probleem ervaart. Wat voor de een onleefbaar lijkt, kan voor de ander goed leefbaar zijn. Dat maakt het lastig om te bepalen wanneer het nodig is om er iets aan te doen.

Verder benoemen de cliëntvertegenwoordigers uit de werkgroep dat schaamte een grote rol speelt bij vervuilde huishoudens. Daarom willen mensen liever niet dat er professionals bij hen over de vloer komen. Het inzetten van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen zou de drempel kunnen verlagen, omdat dit contact meer op gelijkwaardig niveau is.