Met behulp van een Budget Impact Analyse (BIA) zijn de financiële consequenties onderzocht van de implementatie van de richtlijn vanuit het perspectief van de verzekeraar. In deze analyse zijn de kosten berekend per 1000 cliënten die langer dan 2 jaar wijkverpleging krijgen.
Om de berekening te kunnen maken is een aantal aannames gedaan.

Zo is er van uitgegaan dat van de cliënten die langer dan twee jaar van wijkverpleging gebruikmaken 45% eenzaam is. Bij deze groep, zo is verder aangenomen, voert de wijkverpleegkundige één of twee (maximaal) gesprekken van 20 minuten over eenzaamheid met elke cliënt.

Op basis van gegevens uit LASA onderzoek nemen we aan dat 35% eenzaam blijkt, 11% depressief en 19% eenzaam én depressief. Eenzame cliënten verwijst de wijkverpleegkundige naar de welzijnssector, depressieve cliënten naar de huisarts en eenzame en depressieve cliënten naar beide. In de BIA is verder aangenomen dat eenzame cliënten maximaal 6 individuele begeleidingsgesprekken ontvangen, dat depressieve cliënten die naar de huisarts zijn verwezen maximaal 6 dubbele consulten met de huisarts hebben (voor klachtexploratie en initiële behandeling), en dat eenzame en depressieve cliënten 2 dagdelen per week naar dagbesteding gaan.
De aantallen die we hier noemen hangen variëren natuurlijk met de mate waarin wijkverpleegkundigen de richtlijn volgen en de mate van therapietrouw van de cliënten.

De BIA laat zien dat de extra kosten voor het boven geschetste scenario oplopen tot € 148.619 per 1000 cliënten wanneer alle hulp- en zorgverleners alle hulp verlenen (implementatie 100% van het maximale aantal gesprekken en hulpaanbod) én alle cliënten alle adviezen opvolgen (therapietrouw 100%). Bij door de werkgroep meer realistische geachte screenings- en behandelpercentages van 50% komen de kosten veel lager uit, nl. op € 40.667 per 1000 cliënten.

Omdat gegevens over effecten van eenzaamheidsinterventies op zorggebruik ontbreken, kunnen we in deze BIA geen substitutie van zorggebruik berekenen, noch berekenen of deze interventies resulteren in besparingen op zorggebruik. Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of implementatie van de richtlijn leidt tot betere cliëntuitkomsten en/of lagere kosten in andere zorgsectoren (psychische en somatische zorg, mantelzorg, et cetera).