Om cliënten en naasten te betrekken bij het proces, is een juiste bejegening cruciaal. Concrete adviezen zijn:
- Toon oprechte interesse, respect en betrokkenheid voor de eigenheid van de cliënt. Zet in op een vertrouwensrelatie met de cliënt en heb geduld als het niet meteen lukt om de cliënt te betrekken;
- Wees je bewust van cultuurverschillen, overweeg bij taalbarrières de inzet van een tolk;
- Oordeel niet in de omgang met cliënten en naasten, benoem alleen wat je ziet;
- Betrek cliënten en naasten zoveel mogelijk bij alle stappen die je zet;
- Wees open en transparant in wat je doet, in wat je zegt en bespreek om welke redenen je keuzes maakt;
- Informeer of de cliënt het goed vindt dat er bij een volgend huisbezoek een gespecialiseerd hulpverlener, GGD medewerker of ervaringsdeskundige aanwezig is;
- Probeer bij het opruimen of schoonmaken om niet alles in één keer aan te pakken maar het op te delen in kleinere onderdelen;
- Geef de cliënt zoveel mogelijk de regie over het schoonmaken en opruimen van de spullen door de stappen en doelen voor de cliënt zoveel mogelijk te concretiseren (bijv. lijstje schoonmaakspullen opstellen) en samen een begin te maken met het schoonmaken en opruimen;
- Wees je bewust van de schaamte en (zelf)stigma bij de cliënt. Besef dat cliënten veel emotionele waarde kunnen hechten aan de verzamelde spullen, hoewel die op het eerste gezicht misschien niet zo bijzonder lijken te zijn. Ervaringsdeskundigen kunnen een belangrijke steun en/of voorbeeld zijn voor de cliënt.