Vanuit het beschikbare bewijs komen verschillende belangrijke benaderingen naar voren:
- Educatieve verpleegkundige interventies hebben een positief effect op, angst kennisniveau, ernst van de symptomen, slaap en onzekerheid
- Psychosociale verpleegkundige interventies hebben een positief effect op het kanker gerelateerde vermoeidheid, spirituele welzijn, zin van het leven, vermoeidheid en slaap.
- Verpleegkundig interventies die coping ondersteunen hebben een positief effect op distress, angst, vermoeidheid, slaap, dyspneu en functioneel vermogen.
- Telefonische monitoring interventies hebben een positief effect op angst. Telefonische ondersteuning heeft een positief effect op zelfzorg en kankersymptomen en geen effect op distress en kwaliteit van leven.
- Activiteit bevorderende interventies voorkomen kanker gerelateerde vermoeidheid.
- Psychotherapeutische interventies of complementaire zorginterventies hebben geen effect op angst.
- Er is model uit Engeland van NICE dat alleen met betrekking tot het eerste niveau toepasbaar is in de wijk. Dit model is minder geschikt om te gebruiken in Nederland.
- De aanbevelingen uit de meeste Nederlandse richtlijnen zijn praktisch toepasbaar voor verpleegkundigen, behalve die over Depressie in de palliatieve fase (de problematiek werd als te ernstig gezien). Daarom is de IKNL-richtlijn over depressie niet meegenomen.
- Kantekening is wel dat bepaalde aanbevelingen uit richtlijnen niet kunnen worden toegepast omdat de situatie van de patiënt kan verschillen of de verpleegkundige zich niet competent genoeg acht.
De evidentie beschrijft geen nadelige effecten, dat betekent niet dat ze er niet zijn.