Mantelzorgers zijn belangrijke partners voor zowel de zorgvrager als de professionele zorgverlener. Met name in de thuissituatie spelen mantelzorgers een essentiële rol bij het ondersteunen van Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) voor hun dierbare. Zo ondersteunen mantelzorgers hun naasten bij het wassen, aankleden, toiletgang, uiterlijke verzorging, mobiliteit binnenshuis of het eten en drinken. Mantelzorgers, die in de thuissituatie ADL-zorg verlenen, zijn vaak op meerdere momenten gedurende de dag betrokken bij de zorg. Met name bij mensen met chronische aandoeningen of ouderen kan de ADL-zorgbehoefte geleidelijk toenemen. Soms tot het punt waarop de mantelzorger continu en zonder respijt belast is met ADL-gerelateerde ondersteuning. Mantelzorgondersteuning bij ADL-ondersteuning kan voldoening geven, maar kan ook als belastend ervaren worden voor zowel de zorgvrager als de mantelzorger. Het doorlopende karakter van ADL-zorg en de fysieke inspanning van ondersteuning bij bijvoorbeeld transfers en helpen met wassen en aankleden, maken dat ondersteuning bij ADL door de mantelzorgers zowel fysiek als mentaal als het zwaarste onderdeel van mantelzorg kan worden ervaren . Mantelzorgondersteuning is cruciaal in alle zorgsettingen. Ook binnen intramurale zorgsettingen, zoals in de langdurige verpleeghuiszorg of GGZ-instellingen, groeit de betrokkenheid van mantelzorgers, ook tijdens ADL-zorgmomenten . Dit maakt ook dat ADL-zorg een factor zou kunnen zijn die bijdraagt aan mogelijke overbelasting van de mantelzorger.
Onderliggende knelpunten
Zorgverlening in de driehoek tussen zorgvrager, mantelzorger en professionele zorgverlener kan gepaard gaan met knelpunten, met name wanneer er onvoldoende aandacht is voor de behoeften van de zorgvrager, de mantelzorger en de professionele zorgverlener. Ook uit de knelpuntenanalyse die voor deze richtlijn is uitgevoerd, blijkt dat mantelzorgers onvoldoende aandacht van zorgverleners ervaren voor hun behoeften, mogelijke overbelasting of ondersteuningsmogelijkheden. Ook vinden mantelzorgers dat hun expertise (te) weinig wordt ingezet bij de ADL-zorg. Een mantelzorger weet bijvoorbeeld hoe de zorgvrager het liefst geholpen wil worden, wat iemand fijn vindt en wat goed werkt. Tegelijkertijd willen mantelzorgers hun kennis en vaardigheden in het bieden van de juiste ADL-zorg vergroten door gebruik te maken van de expertise van professionele zorgverleners. Tenslotte wordt het regelen van de juiste ADL-zorg door mantelzorgers als ingewikkeld ervaren. Het regelen van de zorg kost de mantelzorgers veel tijd – die er vaak niet is – en geeft de mantelzorger het gevoel dat hij/zij van het kastje naar de muur-gestuurd wordt. Bovendien ontbreekt een aanspreekpunt voor vragen van de mantelzorger veelal. Andere knelpunten kunnen ontstaan wanneer de belangen en verwachtingen van de zorgvrager en/of mantelzorger enerzijds en de professionele zorgverlener anderzijds uiteenlopen. Soms verschilt het beeld van de professionele zorgverlener, de zorgvrager en de mantelzorger over hoe vaak en op welke manier de ADL-zorg geboden moet worden. In deze uitgangsvraag worden professionele zorgverleners handvatten geboden om adequaat in te spelen op behoeften en mogelijkheden van mantelzorgers.
Uitgangsvraag 4
Deze uitgangsvraag omvat aanbevelingen voor verpleegkundigen en verzorgenden die antwoord geven op de vraag: “Op welke manier kan de mantelzorger op een zinvolle manier door de zorgverlener ondersteund worden bij het leveren van ADL-zorg?”
Werkwijze
Deze uitgangsvraag bestaat uit drie aanbevelingen, gericht op het ondersteunen van mantelzorgers in de ADL-zorg. In dit deel zijn de aanbevelingen gebaseerd op bevindingen uit een literatuur quickscan en de inhoudelijke expertise en praktijkervaringen in de ADL-zorg van de werkgroep. Deze zijn opgenomen in de overwegingen van de aanbevelingen. In de bijlage van deze uitgangsvraag is de verantwoording van deze uitgangsvraag opgenomen waarin de totstandkoming en gehanteerde werkwijze is beschreven en onderbouwd.