Aanbeveling 5: Betrek de zorgvrager bij het uitvoeren en evalueren van de uitgevoerde ADL-zorgacties.
Dit kan worden bereikt door de volgende aanpak:
- Zorg dat alle afgesproken acties belegd worden bij de verantwoordelijke personen.
- Betrek de zorgvrager bij elk contact- en zorgmoment in het uitvoeren van de gemaakte afspraken. Betrek – ook zorgvragers met cognitieve beperkingen zoals dementie – bij dagelijkse beslissingen m.b.t. de ADL, bijvoorbeeld: welke kleren wil men aan, wat kan iemand zelf doen?
- Draag zorg voor een flexibele houding. Ondanks de afgesproken acties heeft de zorgvrager niet elke dag hetzelfde nodig. In de ADL-zorg is het inspelen op de situatie van de zorgvrager op het moment van zorgverlening belangrijk, om een voor de zorgvrager passende vorm van betrokkenheid te realiseren.
- Waak bij het maken van dagelijkse keuzes voor het zelf invullen van de voorkeuren van de zorgvrager. Het invullen van voorkeuren kan ten koste gaan van de door de zorgvrager ervaren autonomie, betrokkenheid en eigen regie. Reflecteer en evalueer na verloop van tijd met de zorgvrager over de voortgang en stel eventueel samen doelen en acties bij.
- Evalueer hoe de acties verlopen zijn en in hoeverre deze hebben bijgedragen aan het bereiken van het vastgestelde doel.
Onderbouwing
Uit het uitgevoerd literatuuronderzoek van blijkt dat bijvoorbeeld mensen met dementie in een vroeg stadium juist een stem hebben in de dagelijkse keuzes wat betreft hun persoonlijke ADL-zorg. Het onderzoek van Davis et al. (2017) beschrijft dat mensen met dementie in een vroeg stadium over het algemeen betrokken kunnen worden bij keuzes die in de directe zorgcontext plaatsvinden of ingebed zijn in een natuurlijke conversatie. Hierbij gaat het om het aangeven van eigen waarden en voorkeuren bij keuzes, zoals welke kleren men aan wil of wanneer men wil eten? . De zorgverlener schat hierbij bij elk zorgmoment opnieuw in wat de mogelijkheden voor betrokkenheid bij de dagelijkse keuzes kunnen zijn . Juist in de dagelijkse keuzes zou de zorgverlener ervoor moeten waken om op basis van eigen voorkeuren of invulling van de voorkeuren van de zorgvrager keuzes te maken voor de zorgvrager . Het invullen van voorkeuren kan volgens Davis et al. (2017) ten koste gaan van de ervaren autonomie, betrokkenheid en eigen regie van de zorgvrager met dementie in een vroeg stadium. De besluitvorming van mensen met dementie zou versterkt kunnen worden door gebruik te maken van technieken, zoals onderhandelen, compromissen sluiten, keuzes vereenvoudigen, visuele hulpmiddelen gebruiken (talking-mats), meer tijd geven voor een keuze en het echt kennen van de zorgvrager. Een verbeterde communicatie en dieper begrip kunnen de besluitvorming bij mensen met dementie te verbeteren . Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat de afspraken in de praktijk afhankelijk van de dagelijkse situatie niet haalbaar zijn, of toch anders zijn dan verwacht, kunnen deze worden herzien of door de zorgverlener anders worden ingevuld . Ook Daniëls et al. (2016) benadrukken het belang van een op de zorgvrager individueel afgestemde evaluatie van deze zorgafspraken. Onderdeel van deze evaluatie is het bepalen hoe de acties verlopen zijn en in hoeverre deze hebben bijgedragen aan het bereiken van het vastgestelde doel. Afhankelijk van de ervaring van de zorgvrager worden deze acties samen met de zorgvrager bijgesteld.
Overwegingen vanuit de werkgroep
De werkgroep benadrukt dat de zorgvrager bij het maken van afspraken een professionele inschatting dient te maken t.a.v. de haalbaarheid van deze afspraken gebaseerd op de huidige situatie en voorkeuren van de zorgvrager op dat moment. In samenspraak met de zorgvrager kan van deze afspraken (altijd) worden afgeweken. Deze afwijkingen dienen in de verslaglegging genoteerd te worden. Wanneer zorgafspraken in de praktijk worden uitgevoerd, is volgens de werkgroep een flexibele houding van de zorgverlener belangrijk. Ondanks de afgesproken en vastgelegde acties heeft de zorgvrager niet elke dag hetzelfde nodig. In de ADL-zorg is het inspelen op de situatie van de zorgvrager op het moment van zorgverlening belangrijk, om een voor de zorgvrager passende vorm van betrokkenheid te realiseren. De werkgroep beveelt aan om na verloop van tijd met de zorgvrager de voortgang te evalueren en de doelen en zorgafspraken waar nodig bij te stellen. Belevingsgericht werken wordt door de werkgroep als aanvullende techniek genoemd, om bijvoorbeeld zorgvragers met dementie te betrekken bij dagelijkse ADL-keuzes.
Conclusie
Niveau 4: Meningen van experts
De werkgroep is van mening dat het betrekken van de zorgvrager in de uitvoering van de ADL-zorgacties van essentieel belang is. De werkgroep adviseert sterk om de zorgacties – ondanks de gemaakte en vastgelegde zorgafspraken – aan te laten sluiten bij de situatie van de zorgvrager op dat moment. Aanvullend is de werkgroep van mening dat het betrekken van de zorgvrager bij dagelijkse keuzes, zoals het uitzoeken van kleren en het aangeven hoe de zorgvrager verzorgd wil worden, een aan te bevelen strategie is om de betrokkenheid van de zorgvrager in de ADL-zorg te vergroten.