Aanbeveling 3: Betrek de zorgvrager bij het stellen van ADL doelen door 3a) de (veranderende) drijfveren voor verandering op het gebied van ADL van de zorgvrager tijdens een (intake-)gesprek te inventariseren; 3b) de zorgvrager te informeren over zaken die vanuit professionele expertise belangrijk zijn rondom de ADL-zorg; en 3c) de ADL-doelen zo veel mogelijk samen met de zorgvrager te formuleren.

a) Breng de (veranderende) drijfveren op het gebied van ADL waar mogelijk tijdens een (intake) gesprek met de zorgvrager in kaart.

Dit kan worden bereikt door de volgende aanpak:

Onderbouwing

Bij het stellen van doelen is het van belang om het perspectief van de zorgvrager als vertrekpunt te gebruiken. Hierbij hoort ook het in kaart brengen van de verwachtingen van de zorgvrager en zorgverlener vanuit het zorgvragersperspectief. Dit om te begrijpen wat de zorgvrager belangrijk vindt en graag wil en wat de wensen en drijfveren voor verandering zijn . Dit doet de zorgverlener door de zorgvrager zo veel mogelijk te ondersteunen in het vertellen van zijn/haar verhaal door het toepassen van passende gesprekstechnieken (doorvragen, open vragen, samenvatten en in te gaan op de huidige en gewenste situatie . De zorgverlener gaat hier samen met de zorgvrager op zoek naar wensen voor verandering en de onderliggende drijfveren hiervan . Afhankelijk van de persoonlijk situatie van de zorgvragers kan het voorkomen dat zij niet bereid zijn om emotionele veranderingen of intieme details met een zorgverlener te delen . Een respectvolle benaderingswijze wordt hierin door zorgvragers gewaardeerd .

Overwegingen vanuit de werkgroep

De werkgroep benoemt het belang van het grondig in kaart brengen van het perspectief van de zorgvrager. Vanuit het zorgvrager perspectief wordt aangevuld dat zorgverleners zich ervan bewust dienen te zijn dat de zorgvrager zijn/haar verhaal mogelijk al vaker heeft gedaan in het verleden en er mogelijk niet voor open staat om (weer) zijn/haar verhaal te doen. Hierbij adviseren de zorgvragers binnen de werkgroep om voor een gesprek of contactmoment met de zorgvrager eerst te achterhalen welke relevante informatie in het dossier (zorgplan) is vermeld en welke aanvullende informatie specifiek nodig is. De werkgroep maakt onderscheid tussen het voeren van gesprekken met zorgvragers en andere manieren om het perspectief van de zorgvrager in kaart te brengen. Aanvullend op gesprekken kunnen gerichte observaties met oprechte aandacht voor de zorgvrager helpen om de zorgvrager te begrijpen en zijn/haar situatie juist in te schatten. Gerichte observaties kunnen indien wenselijk ook in samenwerking met andere zorgverleners zoals een ergo en/of fysiotherapeut worden uitgevoerd. Met name wanneer er sprake is van cognitieve beperkingen, kunnen non-verbale uitingen – ook tijdens de ADL-zorgverlening – inzicht geven in de voorkeuren en wensen van de zorgvrager. Hierbij kan de zorgverlener zijn/haar eigen zintuigen gebruiken. Tevens wordt door de werkgroep benadrukt, dat ook de naasten van zorgvragers een rol kunnen hebben in het informeren van zorgverleners over voorkeuren van zorgvragers over betrokkenheid bij en de invulling van ADL-doelen. De werkgroep benadrukt dat er in de ADL-zorg extra aandacht moet zijn voor de gewoontes van de zorgvrager. (Oude) gewoontes van de zorgvrager m.b.t. het uitvoeren van de ADL kunnen inzicht geven in de situatie die men (weer) wil bereiken

Conclusie

Niveau 4: Meningen van experts

De werkgroep is van mening dat het inventariseren van wensen, gewoontes en drijfveren op ADL-gebied een belangrijke stap is voor het gezamenlijk stellen van ADL-doelen. Gezien het intieme karakter van ADL adviseert de werkgroep hiervoor een gesprek met de zorgvrager en een respectvolle benaderingswijze. Bij zorgvragers die zich verbaal niet goed kunnen uiten adviseert de werkgroep het raadplegen van naasten en/of het uitvoeren van gerichte observaties tijdens ADL-handelingen met gebruik van alle zintuigen om een inschatting te verkrijgen van de wensen, gewoontes en drijfveren op ADL-gebied.

b) Informeer de zorgvrager over onderwerpen die vanuit professionele expertise van belang zijn voor de zorgvrager en zijn ADL-situatie

Dit kan worden bereikt door de volgende aanpak:

Onderbouwing

Daniëls et al. (2016) bevelen aan dat de zorgverlener de zorgvrager, afgestemd op zijn/haar situatie, informeert over onderwerpen die vanuit zijn/haar perspectief voor deze zorgvrager van belang kunnen zijn (denk aan het omgaan met de aandoening of aanpassingen in de omgeving die nodig zijn). Hierbij is het belangrijk dat de zorgverlener nagaat of de zorgvrager behoefte heeft aan aanvullende informatie . Bij het informeren van de zorgvrager is het van belang dat de manier van informeren past bij de zorgvrager. Wanneer zorgverleners op een respectvolle en oprechte wijze informatie delen, zonder het gebruik van vaktermen en in een taal die aansluit bij de zorgvrager, verhoogt dit de betrokkenheid van de zorgvrager en voorkomt verwarring en onduidelijke verwachtingen . In het delen van informatie is het verder van belang om de benaderingswijze aan te passen aan de leeftijd, geletterdheid, cultuur en taal van de zorgvrager, zodat de informatie ook goed door de zorgvrager begrepen en toepast kan worden .

Overwegingen vanuit de werkgroep

De werkgroep staat achter de in de literatuur gevonden bevindingen. Aanvullend geeft de werkgroep aan dat ADL-zorg in de praktijk meestal is gericht op één van de volgende drie doelstellingen:

  1. Het vergroten van zelfredzaamheid (bijvoorbeeld gericht op het weer kunnen terugkeren naar de thuissituatie na verblijf in het ziekenhuis of revalidatiecentrum en daar weer voor zichzelf te kunnen zorgen);
  2. Het behoud van zelfredzaamheid (bijvoorbeeld gericht op het (zo lang mogelijk) thuis blijven wonen en voor zichzelf kunnen zorgen) voor het gevoel van eigenwaarde/eigen regie en voorkomen van hospitalisatie na opname;
  3. Het vergroten van comfort van de zorgvrager (bijvoorbeeld gericht op het verminderen en/of voorkomen van onrust, pijn, ongemak en vermoeidheid tijdens de ADL-zorg).

Volgens de werkgroep geeft de zorgverlener in het contact met de zorgvrager informatie over de voor- en nadelen van deze doelstellingen.

Conclusie

Niveau 4: Meningen van experts

De werkgroep is van mening dat het belangrijk is om de zorgvrager te informeren over de voor- en nadelen van verschillende ADL-doelen. Bij het informeren adviseert de werkgroep een respectvolle manier van communiceren in een taal die aansluit bij de leeftijd, geletterdheid, cultuur, taal van de zorgvrager.

c) Stel en formuleer ADL-doelen in samenwerking met de zorgvrager

Dit kan worden bereikt door de volgende aanpak:

Onderbouwing

Tobiano et al. (2015) bevelen aan, om het bespreken en opstellen van doelen zo veel mogelijk samen met de zorgvrager uit te voeren. Ook de handreiking van Daniëls et al. (2016) raadt aan, om de zorgvrager duidelijk te betrekken in het opstellen van doelen. De persoonlijke doelen van de zorgvrager vormen het uitgangspunt voor persoonsgerichte zorg . In de handreiking wordt geadviseerd beide perspectieven samen te voegen nadat het perspectief van de zorgvrager in kaart is gebracht en de zorgverlener over de mogelijkheden heeft geïnformeerd. Tot slot dienen de doelen zo veel mogelijk SMART geformuleerd te worden .

Overweging vanuit de werkgroep

De werkgroep adviseert op zoek te gaan naar een compromis wanneer de wensen en drijfveren van de zorgvrager op het gebied van ADL-zorg niet overeenkomen met de praktische uitvoerbaarheid van de doelen, bijvoorbeeld omdat er sprake is van neurologische en/of cognitieve problemen. Ook kunnen ARBO-regels of (lichamelijke/professionele) grenzen van de zorgverlener of beperkingen in de financiële vergoedingen de mogelijkheden van de zorgverlening beïnvloeden. Voor een realistisch verwachtingspatroon adviseert de werkgroep ook om een verschil te maken tussen korte en lange termijndoelen. Bij het formuleren van doelen geven zorgvragers (en hun vertegenwoordigers) in de werkgroep aan dat het vanuit het zorgvragersperspectief met name van belang is het gevoel te geven dat naar de behoeften en wensen is geluisterd en dat deze begrepen zijn. Oprechte aandacht voor de wensen en behoeften van de zorgvrager op het gebied van ADLzorg is hierbij van essentiële waarde.

Conclusie

Niveau 4: Meningen van experts

De werkgroep is van mening dat ADL-doelen zo veel mogelijk samen met de zorgvrager moeten worden opgesteld. Deze doelen dienen zo veel mogelijk vanuit het perspectief van de zorgvrager te worden geschreven en SMART geformuleerd te worden.

Voorbeeld: Gezamenlijk (bij)stellen SMART doelen voor de korte en lange termijn:

Mevrouw Smits is alleenstaand en woont sinds een aantal weken weer thuis nadat zij in het ziekenhuis een nieuwe heup heeft gekregen. De operatie is nu 3 weken geleden en mevrouw ontvangt elke dag thuiszorg voor het aantrekken van steunkousen. Uit een gesprek met mevrouw blijkt dat zij het in principe prettig vindt om hulp te ontvangen bij het aantrekken van steunkousen. Mevrouw voelt zich echter ook bezwaard. Mevrouw Smits geeft aan liever niet meer afhankelijk te willen zijn van het rooster van de thuiszorgorganisatie zodat zij weer haar eigen gang kan gaan. Voor mevrouw staat dus het terugwinnen van haar eigen zelfredzaamheid centraal. Voor mevrouw Smits zou een SMART geformuleerde ADL-doelstelling er als volgt uit kunnen zien: Doel Mevrouw Smits: Ik wil binnen twee weken tijdens een ADL-zorgmoment beide steunkousen aan en uit kunnen doen zonder pijn. S: Volledig zelfstandig aan- en uittrekken van beide steunkousen. M: De zorgverlener kan door een observatie toetsen of dit lukt en of mevrouw geen pijn ervaart. A: Mevrouw wenst haar eigen zelfstandigheid terug. R: Afhankelijk van het beweegbeleid van de orthopeed. T: Binnen 2 weken. Tijdens het gesprek met mevrouw wordt echter duidelijk dat dit doel praktisch nog niet uitvoerbaar is i.v.m. het beweegbeleid van de orthopeed en fysiotherapeut in het ziekenhuis. Hieruit komt naar voren dat mevrouw de flexiebewegingen in de heup nog zeker 3 weken dient te vermijden. Samen met mevrouw Smits zoekt de zorgverlener naar een compromis. Na dit gesprek consulteert de zorgverlener ook de fysio- en ergotherapeut van mevrouw. De fysiotherapeut adviseert de zorgverlener over de juiste leefregels na een heupoperatie en de ergotherapeut adviseert waar nodig over hulpmiddelen die het aan en uittrekken van steunkousen kunnen vergemakkelijken. Het bovenstaande doel zal een lange-termijndoel worden. Voor de korte termijn spreken ze met elkaar af om samen toe te werken naar het zelfstandig aantrekken van steunkousen binnen het voorgeschreven beweegbeleid. Deze kortetermijndoelstelling ziet er als volgt uit: Doel Mevrouw Smits: Ik kan binnen nu en 3 weken tijdens een ADL-zorgmoment beide steunkousen vanaf kniehoogte over de bovenbenen trekken zonder mijn heup te buigen en pijn te ervaren. S: Optrekken van de steunkousen over de bovenbenen vanaf kniehoogte. Zorgverlener trekt de steunkousen over de voeten en onderbenen. M: De zorgverlener kan door een observatie toetsen of dit lukt en of mevrouw geen pijn ervaart. A: Mevrouw werkt toe naar het zelfstandig aantrekken van steunkousen op de lange termijn. R: Doelstelling past binnen het beweegbeleid van de orthopeed. T: Binnen 3 weken.