Ga in een gesprek met de mantelzorger na in hoeverre de mantelzorger zich competent voelt en de kennis en vaardigheden bezit om de zorgvrager bij de ADL-zorg te ondersteunen.

Dit kan worden bereikt met de volgende aanpak:

Onderbouwing

Uit de studie van Dixe et al. (2019) blijkt dat er verschillen tussen mantelzorgers zijn in hun ervaren competenties voor het ondersteunen in ADL. Vrouwelijke mantelzorgers geven aan zich significant competenter te voelen op het gebied van sanitaire hygiëne vergeleken met mannelijke mantelzorgers. Oudere mantelzorgers zien zichzelf als minder competent op bepaalde ADLaspecten, zoals voeding, mobiliteit en transfers. Dixe et al. (2019) adviseren met name voor het ontslag van ziekenhuis naar huis, de behoeften en competenties van de informele zorgverlener te erkennen en ermee rekening te houden, om mantelzorgers in staat te stellen voor hun naasten te zorgen, om zo de mantelzorgbelasting te verminderen. Aanvullend hierop bevelen de auteurs van de richtlijn mantelzorgondersteuning diverse meetinstrumenten aan die kunnen bijdragen aan het bespreken en meten van draagkracht en draaglast van mantelzorgers. Deze meetinstrumenten zijn onder meer a) de Positieve Ervaringen Schaal (PES), b) Caregiver Strain Index (CSI), c) Ervaren Druk door Informele Zorg (EDIZ), d) Ervaren Druk door Informele Zorg-plus (EDIZ-plus) die specifiek bedoeld is voor werkende mantelzorgers en e) Screeningsinstrument voor Adolescenten met een Chronisch Zieke Ouder (SACZO) voor jonge mantelzorgers. Deze instrumenten zijn te vinden in uitgangsvraag 2 van de richtlijn mantelzorgondersteuning.

Overwegingen vanuit de werkgroep

De werkgroep is het eens met de aanbeveling uit de literatuur en vult daarop aan dat het belangrijk is om erbij stil te staan dat mantelzorgers soms competent lijken te zijn, maar bepaalde handelingen toch niet willen of durven uitvoeren. De ADL-werkgroep onderstreept het belang van het aandacht hebben voor en monitoren van mogelijke overbelasting van de mantelzorger. Verder wordt door de werkgroep benadrukt dat de zorgverlener een signaleringsrol heeft bij overbelasting van de mantelzorger en erop gericht moet zijn overbelasting te voorkomen. De werkgroep geeft aan dat het belangrijk is om af te wegen wanneer het punt bereikt wordt waarop de situatie voor de mantelzorger niet meer houdbaar is, omdat overbelasting van de mantelzorger kan leiden tot het onbedoeld niet (meer) geven van ADL-zorg op de momenten dat de professional er niet is.

Conclusie

Niveau 4: meningen van experts

De werkgroep is van mening dat het belangrijk is om stil te staan bij het gevoel van competentie van de mantelzorger en hun eigen observaties van competentie van de mantelzorger en dit ook te gedurende de ADL-zorg te blijven monitoren.