Eenzaamheid is geen ziekte of aandoening die kan worden ‘gediagnosticeerd’ aan de hand van bepaalde, min of meer objectief vast te stellen, klachten of symptomen. Eenzaamheid is een subjectieve ervaring, die velen omschrijven als een ‘onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) sociale relaties . De kern van eenzaamheid is ontevredenheid met het sociale netwerk. De mens heeft een sterke behoefte aan sociale relaties waarin hij of zij de verbondenheid, genegenheid en betrokkenheid vindt die bij hem past . Deze sociale en emotionele eenzaamheid onderscheidt zich van sociale terugtrekking waarin men reflectie en zelf-regulering zoekt en (‘solitude’) en van existentiële eenzaamheid waarin men alleen-zijn en alleen-voelen ervaart als een wezenlijk element in het mens-zijn, onder andere in moeilijke situaties dat men met zichzelf geconfrsonteerd wordt (CBS, 2016). Deze verschillende situaties zijn ook gerelateerd aan zingeving, dat wil zeggen de vraag of men in staat is doel in het leven te zien, en betekenis en waarde te geven aan het leven . Zingeving wordt onder andere gevonden in en via sociale relaties, zodat eenzaamheid ook een situatie is waarin zingeving ontbreekt .
Bij sociale en emotionele eenzaamheid gaat het om de subjectieve beoordeling van twee te onderscheiden zaken: het aantal contacten en de kwaliteit van de contacten. Bij de beoordeling van eenzaamheid kan het zijn dat iemand op het eerste oog voldoende contacten heeft, maar de kwaliteit van deze contacten als onvoldoende ervaart en zich om die reden eenzaam voelt. Omgekeerd kan iemand één of twee contacten voldoende vinden en zich om die reden niet eenzaam voelen. Omdat het gevoel van eenzaamheid subjectief is, kan het door personen in een schijnbaar gelijksoortige situatie, heel verschillend ervaren worden. In deze subjectieve beoordeling speelt ook mee wat men als een gewenst niveau van sociaal functioneren beschouwt. Sommige mensen zijn tevreden met enkele relaties, terwijl anderen zich willen omringen met veel personen. Ook varieert de behoefte aan frequent sociaal contact tussen mensen. Dit niveau van relatiewensen is deels individueel bepaald, maar wordt ook ingekleurd door opvattingen binnen de samenleving. In landen met een sterke familiecultuur verwacht men vaker dat volwassen kinderen en hun (alleenstaande) ouder veel contact hebben, en intergenerationeel samenwonen komt veel voor. In Nederland is de relatiecultuur meer individueel en komt onder de autochtone bevolking intergenerationeel samenwonen slechts sporadisch voor. Mensen die naar Nederland gemigreerd zijn, kunnen te maken hebben met een mix van verwachtingen afkomstig uit land van herkomst en Nederland.
Eenzaamheid is een naar gevoel. Een eenzame oudere voelt zich buitengesloten en verlaten; hij of zij doet niet meer mee in de samenleving. Gevoelens van gemis zijn vaak sterk aanwezig, waarbij herinneringen aan eerdere fasen in het leven waarin contact was met inmiddels verloren personen contrasteren met de huidige situatie. Men ervaart een leegte om zich heen, zowel fysiek als emotioneel. De sociale pijn die gepaard gaat met eenzaamheid is vergelijkbaar met fysieke pijn .
De wetenschappelijke literatuur onderscheidt verschillende vormen van eenzaamheid . Men spreekt van sociale eenzaamheid als de betrokkene een bredere groep mensen om zich heen mist en daadwerkelijk min of meer alleen is. Sociale eenzaamheid kan ontstaan bijvoorbeeld als men door ziekte niet meer kan meedoen aan allerlei sociale activiteiten. Men voelt zich ontworteld, en mist het contact en de uitwisseling van steun met vrienden en familie, en de geborgenheid van een sociale omgeving. Emotionele eenzaamheid is het gemis van een intieme relatie, van iemand waarmee je je echt verbonden voelt en met wie je alles kan delen. Er ontbreekt dan bijvoorbeeld een partner of een goede vriend of vriendin. Zo’n vertrouwenspersoon is er wanneer je hem of haar nodig hebt. Bij het gemis aan zo iemand kan je je eenzaam voelen; het is niet altijd zó dat je dan ook alleen bent.
Ouder worden en ziekte gaan dikwijls gepaard met existentiële vragen over de zin van het eigen leven, vaak gekoppeld aan gevoelens van verlies en eenzaamheid . Bij deze vorm van eenzaamheid spreekt men dan van existentiële eenzaamheid waarbij men doelt op ‘… gevoelens van een ondragelijke leegte, van verdriet en verlangen die voortkomen uit het besef van de fundamentele afgescheidenheid als individu” . Deze existentiële eenzaamheid kan ook ontstaan als mensen het gevoel hebben er niet meer toe te doen, of het gevoel hebben ‘overbodig’ te zijn omdat ze geen duidelijke maatschappelijke rol meer vervullen, en is daarmee gerelateerd aan gebrek aan zingeving. Existentiële eenzaamheid is volgens sommigen inherent aan het menselijk bestaan en gangbaar bij ernstige levensgebeurtenissen . Existentiële eenzaamheid is niet alleen negatief; het kan ook betekenis aan iemands leven geven. In geval van existentiële eenzaamheid heeft het gesprek daarom meer tot doel te verhelderen waar dat gevoel van eenzaamheid uit bestaat dan te proberen de eenzaamheid te verhelpen . Dit gesprek kan gevoerd worden met een geestelijk verzorger. Desgewenst kan de wijkverpleegkundige daarnaar verwijzen na te hebben verkend of daar behoefte aan bestaat. Existentiële eenzaamheid valt daarom buiten het bestek van de huidige richtlijn.