DOEN: Bij een cliënt in de eerste lijn met een verhoogd fractuurrisico (zie module signalering) of vastgestelde osteoporose:
- Breng voorkeuren en beperkingen t.a.v. voeding in kaart.
Calcium:
- Stel vast of de cliënt voldoende calciuminname (1000-1100 mg/dag) heeft.
- Voor het bepalen van de calciuminname kan gebruik gemaakt worden van de calciummeter van de Osteoporose Vereniging.
- Adviseer om voldoende calcium te gebruiken als dat nu niet het geval is.
Vitamine D:
- Stel vast of de cliënt dagelijks tenminste 30 minuten overdag buiten komt en adequate vitamine D-suppletie (20 µg (=800IE)) krijgt.
- Adviseer dagelijks tenminste 30 minuten overdag naar buiten te gaan en voldoende vitamine D te gebruiken, als dat nu niet het geval is.
Bij bovenstaande adviezen:
- Voor specifieke voedingsadviezen t.a.v. calcium en vitamine D en doseringen zie multidisciplinaire richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie.
- Houd rekening met persoonlijke voorkeuren, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.
- Daarnaast geldt een algemene aanbeveling voor gezonde voeding (zie ook de aanbevelingen voor vitamine K en magnesium uit de multidisciplinaire richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie).
- Bespreek met de cliënt hoe het opvolgen van voedingsadviezen wordt geëvalueerd.