Ter illustratie van het begrip ‘kwetsbaarheid’ worden 3 voorbeelden uit de praktijk beschreven:
Situatie 1
M. is momenteel 18 weken zwanger van haar eerste kindje. Ze woont thuis bij haar moeder en drie jongere broertjes. Haar moeder heeft zeer negatief gereageerd op de zwangerschap. Ze zegt dat ze niet thuis kan blijven wonen, ze scheldt haar uit of negeert haar. M. voelt zich erg alleen en somber. Ze weet niet wat ze moet doen. Ze is zwanger geworden na een avondje stappen en veel alcohol gebruik. Ze heeft de aanstaande vader nog niet verteld dat ze zwanger is. Er is verder geen sprake van een relatie. M. heeft VMBO kader doorlopen, en werkt voor 3 dagen per week bij het Kruidvat. Ook daar zijn ze niet op de hoogte van de zwangerschap. Ze durft het niet te vertellen. Ze is bang dat ze haar baan verliest. Ze heeft één vriendin maar deze laat zich nu niet zo zien. M. heeft een belaste jeugd, haar vader is een alcoholist en verblijft waarschijnlijk in de daklozenopvang. Ze heeft sporadisch en op toevallige momenten contact met hem. Haar moeder heeft veel stress, zij voedt 4 kinderen op in haar eentje. Het jongste broertje is 4 jaar oud. Ze wonen klein behuisd in een achterstandswijk. Haar moeder probeert de touwtjes aan elkaar te knopen met behulp van inkomsten die ze heeft van een klein baantje in de horeca en daarnaast een bijstandsuitkering. Ze leven van de voedselbank. M. heeft weinig liefde en aandacht ervaren, zoekt het veelal alleen uit. Ze heeft de verloskundige bezocht en daar heeft ze één en ander verteld over haar situatie.
Situatie 2
R. is een hoogopgeleide moeder die net bevallen is van haar eerste kindje. Voor het werk van haar man zijn ze verhuisd naar de Randstad. Haar ouders, familie en vrienden wonen nog allemaal rond haar geboorteplaats in Maastricht. Tijdens haar zwangerschap heeft ze door middel van veel lezen en cursussen volgen zich voorbereid op het ouderschap. Ze heeft de Maternale Kinkhoest vaccinatie gehaald en op deze wijze alvast kennis gemaakt met de jeugdgezondheidszorg. R. heeft voor zichzelf een goed beeld gevormd wat voor moeder ze wil zijn en wat ze daarvoor nodig heeft. Alle apps die beschikbaar zijn heeft ze al gedownload op haar telefoon. Wat kan er nog misgaan? R. haar zoon is drie weken oud en ontzettend lief en makkelijk. R. gaat zich alleen iedere dag steeds somberder voelen. De kraamzorg is weg, alle familieleden zijn op kraamvisite geweest en komen binnenkort wel weer maar wonen niet dichtbij, en haar man is weer aan het werk. Het liefste wil ze de hele dag in haar bed blijven. Ze hoort haar zoontje wel huilen omdat hij honger heeft, maar eigenlijk interesseert het haar helemaal niet. Met pijn en moeite sleurt ze zichzelf uit bed om hem de fles te geven. Met de borstvoeding is ze gestopt omdat ze daar moe van werd. Als ze haar zoontje de fles geeft kijkt ze naar hem en voelt helemaal niets. Op het consultatiebureau voor het contactmoment 1 maand, observeert de jeugdarts R. en haar zoontje. Tijdens het consult vraagt de jeugdarts hoe het nu echt met R. gaat, en zij begint te vertellen.
Situatie 3
S. is drieëntwintig jaar en moeder van een dochter van ruim een jaar oud. Ze woont in een Moeder en Kind Huis. Met de vader van haar dochter heeft ze een goed contact, hoewel ze er niet mee wil samenwonen. De komst van haar dochter was niet gepland, maar wel gewenst. In het verleden heeft S. veel ernstige ervaringen opgedaan waardoor ze nu kampt met onder andere stemmingsstoornissen. Hiervoor volgt ze intensieve therapie. “Ik heb veel meegemaakt, en mij veel zorgen gemaakt. Dat verleden wil ik niet doorgeven aan mijn kindje.” Daarnaast heeft ze veel in verschillende jeugdzorginstellingen gewoond. Haar directe omgeving reageerde bezorgd op haar zwangerschap. Op de geboorte had S. zich voorbereid, vooral op de praktische zaken. Maar de bevalling viel tegen, en S. had niet het gevoel dat ze de regie had. “Mijn schoonmoeder was erbij. Dat was niet de bedoeling maar ik kon er op dat moment niks meer aan veranderen”. Ook de verantwoording voor haar dochter valt haar zwaar. Doordat S. twee dagen in de week therapie volgt heeft ze nu geen tijd en ruimte voor een opleiding. S. wil “eerst stabiel worden”. Ook wil ze graag een tweede kindje krijgen. “Ik heb heel veel liefde om te geven en wil graag de verantwoording voor een kindje”.