Gewenste effecten

Vanuit het literatuuronderzoek is er geen overtuigend bewijs gevonden voor één of meerdere valpreventiemaatregelen om fracturen te voorkómen bij cliënten met een verhoogd fractuurrisico. Dit komt overeen met de bevindingen in de multidisciplinaire richtlijn, waarin met name leefstijlpreventieve maatregelen als effectief worden beschreven (en die vallen in deze uitgangsvraag buiten beschouwing, omdat deze al de betreffende module over leefstijlmaatregelen aan de orde komen) . In de multidisciplinaire richtlijn worden daarnaast factoren beschreven die van invloed zijn op het valrisico, namelijk leeftijd, ADL-beperkingen, gewrichtsklachten, gebruik van psychofarmaca, polyfarmacie, comorbiditeit en verminderde visus.

Ongewenste effecten

Er zijn geen ongewenste effecten van valpreventiemaatregelen bekend.

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van bewijs is zeer laag.

Waarden en voorkeuren van cliënten

Over het optreden van fracturen als cruciale uitkomstmaat verwacht de werkgroep geen variatie in voorkeuren van cliënten; verwacht wordt dat dit door alle cliënten als cruciaal gezien wordt om te voorkómen.

De werkgroep schat in dat er beperkte verschillen zijn in waarden en voorkeuren van cliënten, mogelijk geassocieerd met leeftijd en cultuur, ten aanzien van valpreventiemaatregelen. Daarbij kan er ook een discrepantie zijn tussen waarden en voorkeuren van een cliënt en die van een betrokken verpleegkundige, verpleegkundig specialist of verzorgende. De werkgroep verwacht dat verschillen in voorkeuren met name aan de orde zijn als het gaat om gebruik van alcohol, weerstand tegen het staken van slaapmedicatie en de bereidheid om te participeren in bijvoorbeeld een oefengroep.

Balans gewenste en ongewenste effecten

Er is veel onzekerheid over de gewenste effecten van valpreventiemaatregelen, maar ongewenste effecten zijn niet bekend. Daarom lijkt het de richtlijnwerkgroep logisch om aan te sluiten bij de aanbevelingen uit de multidisciplinaire richtlijn.

Economische overwegingen en kosteneffectiviteit

De kosten van de verschillende maatregelen zijn over het algemeen beperkt. Eventuele aanschaf of vervanging van brillen leidt tot kosten voor de cliënt. Verdergaande maatregelen op het gebied van visus (bijvoorbeeld behandeling cataract) leiden tot medisch-specialistische kosten. Ook zijn er kosten gemoeid met bijvoorbeeld het uitvoeren van een valpreventietraining. Dit betreft kosten voor de cliënt en/of kosten voor de maatschappij (in geval van verzekerde zorg).

Gelijkheid (health equity)

Knelpunten in de betaalbaarheid van brillen en medisch-specialistische vervolgmaatregelen kunnen leiden tot toename van ongelijkheid in de toegankelijkheid van aanbevolen zorg.

Aanvaardbaarheid

Er worden geen knelpunten verwacht in de aanvaardbaarheid van valpreventiemaatregelen, zowel bij verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten als bij cliënten; deze adviezen kunnen laagdrempelig worden gegeven. Wel kan er een knelpunt zijn om dergelijke adviezen te geven wanneer een verpleegkundige, verzorgende of verpleegkundig specialist op de hoogte is van financiële knelpunten bij een cliënt om bijvoorbeeld een nieuwe bril aan te kunnen schaffen of een valpreventietraining te volgen.

Haalbaarheid

Er worden geen grote knelpunten verwacht met betrekking tot de haalbaarheid van valpreventiemaatregelen, indien de verpleegkundige, verzorgende of verpleegkundig specialist voldoende kennis heeft op dit gebied. Dat geldt in het bijzonder voor een aantal aspecten:

Voor achtergrondinformatie over het vaststellen van een verhoogd valrisico verwijst de werkgroep naar de module Inschatting valrisico bij thuiswonende ouderen uit de multidisciplinaire richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen .

Het uitvragen van valrisico verhogende medicatie. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer psychofarmaca, cardiovasculaire middelen en bepaalde analgetica. Voor de inventarisatie kan gebruik worden gemaakt van de tabel met potentieel valrisicoverhogende medicijnen uit de multidisciplinaire richtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen .

Voor een overzicht van instrumenten die gebruikt kunnen worden voor het bepalen van het looppatroon wordt verwezen naar de website meetinstrumenten in de zorg.

Ten aanzien van staken of verminderen van inname van alcohol en slaapmedicatie kan er sprake zijn van weerstand van de cliënt; dit vraagt anticiperend vermogen van de zorgverlener. Ten aanzien van het advies om een valpreventietraining bij een beweegspecialist te volgen kan er spraken zijn van een knelpunt in de bereikbaarheid bij cliënten met een beperkte mobiliteit.