Gewenste effecten
Suppletie van calcium en vitamine D lijkt enigszins effectief in het voorkómen van fracturen bij mensen met een verhoogd fractuurrisico. Bij mensen met vastgestelde osteoporose werd geen effect gevonden. Voor het innemen van voldoende calcium via zuivelconsumptie is onzeker bewijs gevonden. Ook in de multidisciplinaire richtlijn staan argumenten die pleiten voor calcium- en vitamine-D-suppletie bij mensen met een verhoogd fractuurrisico .
Ongewenste effecten
Ongewenste effecten van voedingsadviezen lijken beperkt. Bij te hoge doseringen van vitamine D (valrisico) (dagdoseringen van meer dan 75µg (=3000IE) vitamine-D/dag en periodieke hoge doseringen van vitamine-D (zogenaamde bolus regimes ≥ 1500 µg (=60.000IE) vitamine-D per maand) en calcium (bijv. nierstenen) kunnen ongewenste effecten optreden. Bij gebruikelijke doseringen (zie multidisciplinaire richtlijn osteoporose en fractuurpreventie) is dit niet het geval.
Kwaliteit van bewijs
De kwaliteit van bewijs is redelijk voor de meeste bestudeerde interventies bij mensen met een verhoogd fractuurrisico. Bij mensen met vastgestelde osteoporose is veel minder onderzoek beschikbaar, hetgeen leidt tot grotere onzekerheid over de effectiviteit van deze interventies. De kwaliteit van bewijs voor voedingsinterventies (bijv. zuivel) is zeer laag; dit heeft te maken met beperkingen in de opzet van dergelijke studies.
Waarden en voorkeuren van cliënten
Over het optreden van fracturen als cruciale uitkomstmaat verwacht de werkgroep geen variatie in voorkeuren van cliënten; verwacht wordt dat dit door alle cliënten als cruciaal gezien wordt om te voorkómen.
De werkgroep schat in dat er variatie bestaat in voorkeuren van cliënten ten aanzien van calcium en vitamine D. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met dieetvoorkeuren (bijv. vegetarisch of veganistisch), dieetbeperkingen (bijvoorbeeld intoleranties) en financiële aspecten. Deze voorkeuren spelen ook een rol bij het advies voor gezonde voeding in het algemeen. Ten aanzien van suppletie van vitamine D en calcium kan variatie tussen cliënten voorkomen vanwege weerstand tegen ‘weer een pilletje’ en vanwege eventuele financiële drempels.
De werkgroep vindt het daarom van ultiem belang dat bij het geven van voedings(suppletie)adviezen de voorkeuren, huidige gebruiken en beperkingen ten aanzien van voeding in kaart worden gebracht bijvoorbeeld middels een voedingsanamnese. Hiermee kunnen cliënten zelf regie behouden of krijgen en kunnen adviezen geïndividualiseerd worden.
Balans gewenste en ongewenste effecten
De gewenste effecten van voedingsinterventies zijn beperkt in omvang, maar zijn volgens de werkgroep toch doorslaggevend, omdat ongewenste effecten zeer beperkt zijn.
Economische overwegingen en kosteneffectiviteit
De kosten van vitamine-D en calciumsuppletie (circa € 4,- per maand) lijken beperkt, en ook kosten van gezonde voeding zullen voor de meeste mensen geen belemmering zijn. Dit zijn echter wel kosten die door de cliënt zelf moeten worden voldaan. Dit zou een drempel voor de implementatie van deze adviezen kunnen zijn.
Gelijkheid (health equity)
Er wordt geen invloed verwacht van het doorvoeren van voedings- en suppletieadviezen op de toegankelijkheid van zorg.
Aanvaardbaarheid
Er worden geen knelpunten verwacht in de aanvaardbaarheid van het geven van voedings- en suppletieadviezen, zowel bij verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten als bij cliënten; deze adviezen kunnen laagdrempelig worden gegeven. Wel kan er een knelpunt zijn om dergelijke adviezen te geven wanneer een verpleegkundige, verzorgende of verpleegkundig specialist op de hoogte is van financiële knelpunten bij een cliënt om bijvoorbeeld gezonde voeding te kunnen kopen.
Haalbaarheid
Er worden geen grote knelpunten verwacht met betrekking tot de haalbaarheid van het geven van voedings- en suppletieadviezen, indien de verpleegkundige, verzorgende of verpleegkundig specialist voldoende kennis heeft op dit gebied. Eventueel kan een diëtist worden ingeschakeld.
Voor het bepalen van de calciuminname kan gebruik worden gemaakt van de calciummeter van de Osteoporose Vereniging. Bij voedingsadviezen moet rekening worden gehouden met eventuele dieetvoorkeuren, intoleranties en financiële beperkingen.