Observeren van signalen van problemen met medicatietrouw
In de literatuur is maar één gevalideerd observatie-instrument (het Rode Vlaggen-instrument; zie bijlage 1A ‘Rode Vlaggen-instrument’) gevonden. In de dagelijkse praktijk worden diverse andere niet-gevalideerde observatie-instrumenten gebruikt. Er is veel overlap tussen de in de praktijk gebruikte observatie-instrumenten en het Rode Vlaggen instrument in de signalen die opgepikt kunnen/moeten worden. De richtlijnwerkgroep heeft in tabel 1 de signalen uit het Rode Vlaggen-instrument (tabel 2) aangevuld met relevante aanvullende signalen uit andere observatie-instrumenten. Ook heeft de richtlijnwerkgroep alle observatie-instrumenten naast elkaar gelegd en geschikt bevonden voor toepassing in de dagelijkse praktijk tijdens alle fasen van het medicatiegebruik, zonder dat dit extra kosten of middelen met zich meebrengt. De voorkeur gaat daarbij wel uit naar het gebruik van het gevalideerde Rode Vlaggen-instrument.
Informeren naar medicatietrouw in een opengesprek
Er zijn diverse valide en betrouwbare korte vragenlijsten die verweven kunnen worden in een gesprek met de cliënt zonder dat hier direct een meetmoment van gemaakt hoeft te worden. Daarnaast zijn er diverse praktijkinstrumenten die ook geschikte vragen bevatten. Veel van deze vragenlijsten en praktijkinstrumenten vertonen overlap. Voor het verweven van de vragen in een open gesprek acht de richtlijnwerkgroep maximaal 4 vragen praktisch toepasbaar en haalbaar. Op basis van de gevalideerde vragenlijsten en praktijkinstrumenten heeft de richtlijnwerkgroep de vragen gescoord op meest relevant en haalbaar zonder dat dit extra kosten of middelen met zich meebrengt. Dit heeft geleid tot de volgende vragen als meest toepasbaar en haalbaar voor de dagelijkse praktijk in fase 2 (gebruiken) en 3 (stoppen) van het medicatiegebruik:
- Ik ben benieuwd naar uw ervaringen met uw medicijnen, hoe is het de afgelopen tijd gegaan met het gebruiken van de medicijnen?
- Veel mensen vergeten wel eens hun medicatie te gebruiken, slaan wel eens een dosering over of passen de hoeveelheid ervan aan. Gebeurt u dat ook wel eens? (Bron: Horne et al., 2005; praktijkinstrument)
- Wat vindt u ervan dat u deze medicijnen (langdurig) moet gebruiken?
- Hoe tevreden bent u met uw medicijnen? (Bron: praktijkinstrument)
Moment waarop de medicatietrouw daadwerkelijk gemeten wordt
Er zijn diverse valide en betrouwbare vragenlijsten en andere meetmethoden toepasbaar tijdens een meetmoment. De richtlijnwerkgroep vindt bij het gebruik van een vragenlijst maximaal 10 vragen praktisch toepasbaar en haalbaar. Aanvullend op de vragenlijsten met maximaal 4 vragen komen de vragenlijsten Morisky Medication Adherence Scale-8 (MMAS-8), Hill-Bone Compliance Scale-10, Simplified Medication Adherence Questionnaire (SMAQ), Medication Adherence Report Scale-5 (MARS-5) en Medication Intake Survey-Asthma (MIS-A) in aanmerking. Deze vragenlijsten zijn toepasbaar in fase 2 (Gebruiken). Voor fase 1 (Starten) en fase 3 (Stoppen) zijn geen aanvullende vragenlijsten beschikbaar. De Hill-Bone Compliance Scale-10 is oorspronkelijk ontwikkeld voor cliënten met hypertensie en bevat ook items over voeding. De MIS-A is oorspronkelijk ontwikkeld voor cliënten met astma en bevat ook items gericht op inhalatie. De MMAS-8 is een geschikte vragenlijst, maar is minder geschikt voor dagelijks gebruik vanwege een licentie. De SMAQ bevat ook items over factoren die de medicatietrouw kunnen beïnvloeden. De MARS-5 is vertaald en gevalideerd in het Nederlands. De vragenlijst bevat 5 vragen die zich focussen op het gedrag van de cliënt rondom medicatietrouw. Op grond van deze overwegingen vindt de richtlijnwerkgroep de MARS-5 het meest geschikt voor toepassing in de dagelijkse praktijk van verpleegkundigen en verzorgenden.
Een meetmoment vergt (relatief) veel tijd. Bovendien is soms ook intensieve samenwerking met andere zorgverleners noodzakelijk. Bovendien is de toepasbaarheid van meetmethoden anders dan een vragenlijst sterk afhankelijk van de (zorg)setting, het type cliënt, de kosten (bij elektronisch monitoren) en de samenwerking met andere zorgverleners. Hierdoor zijn ze minder makkelijk algemeen toepasbaar in de dagelijkse praktijk. De richtlijnwerkgroep adviseert daarom een meetmoment alleen in te zetten bij twijfel of er sprake is van problemen met medicatietrouw doordat problemen niet te observeren zijn of te achterhalen in een gesprek. Op basis van de algemene toepasbaarheid en haalbaarheid gaat de voorkeur uit naar het gebruik van de MARS-5 vragenlijst.