Voor- en nadelen van de interventie en kwaliteit van bewijs

Thuissituatie

Het gebruik van screeningsinstrumenten om een delier te detecteren is beperkt onderzocht. Vroegtijdige delierdetectie is gericht op de in uitgangsvraag 2 van deze richtlijn genoemde observaties door naaste/familie. Een getrainde verpleegkundige zou indien hij/zij ervaring heeft in het diagnosticeren van een delier de CAM kunnen gebruiken om deliersymptomen in kaart te brengen en in staat zijn essentiële metingen te verrichten zoals temperatuurmeting, bloeddrukmeting, polsfrequentie en zuurstofsaturatie bij risicopatiënten. Hierbij valt ook te denken aan de volgende risicofactoren voor een delier: toename van bedlegerigheid, plots matige intake van vocht of voedsel en plots optredende urine incontinentie en/of slaapstoornissen.

Het valt te overwegen om deze ook thuis in te (laten) vullen. Een nadeel van de DOSS is dat deze driemaal per dag moet worden ingevuld, wat vaak niet realistisch is in de thuissituatie omdat de wijkverpleegkundige niet continu aanwezig is. Daarom lijkt het zeer waardevol om informatie van naaste/familie te gebruiken door hen de DOS schaal te laten invullen of de Delirium Caregiver Questionnaire, om de situatie beter te kunnen inschatten bij cognitieve symptomen.

Verpleeghuis

Het gebruik van screeningsinstrumenten om een delier te detecteren is beperkt onderzocht en lijkt ook weinig zinvol, gezien de hoge prevalentie van cognitieve problemen. Screening kan ingezet worden op het moment dat verzorgenden aangeven dat de cliënt “anders is dan anders”. Dat wordt heel vaak goed geobserveerd. Snelle screeningstests kunnen mogelijk ook behulpzaam zijn om veranderingen in aandacht en ‘arousal’ te signaleren. Hierbij kwam de MOTYB (Months Of The Year Backwards) naar voren als een geschikt instrument: het opnoemen van de maanden van het jaar in omgekeerde volgorde. Het vervolgens invullen van de Delirium Caregiver Questionnaire of DOSS kan helpen om op systematische wijze de aanwezige symptomen te rapporteren.

Dementie en delier

De gelijktijdige aanwezigheid van dementie en delier kan ervoor zorgen dat het lastig is om een delier te detecteren. Er werden geen studies gevonden die gericht waren op deze subgroep.

Waarden en voorkeuren van cliënten (en evt. hun naaste/familie) – Cliëntenperspectief

Het is voor cliënten en naaste/familie van belang dat een delier snel gedetecteerd wordt. Bij voorkeur wordt de screening uitgevoerd door een vertrouwd persoon. Het laten invullen van te veel screeningsinstrumenten is belastend voor de cliënt. Goede informatievoorziening van naaste/familie is belangrijk. Uit de enquête uitgezet door de Patiëntenfederatie Nederland blijkt dat bij 74% van de deelnemers het delier spoedig werd herkend, hetgeen betekent dat bij 26% van de deelnemers dit niet het geval was.

Kosten (middelenbeslag)

Screenen is een diagnostische modaliteit die geringe kosten met zich meebrengt. Wel kan het zo zijn dat de verpleegkundige/verzorgende onvoldoende tijd heeft voor het afnemen van een screeningsinstrument. Dat zou ervoor kunnen pleiten om eerst de MOTYB te doen en bij een verstoorde aandacht de DOSS in te gaan vullen. Een kwantitatieve beschrijving van de kosten is op basis van de beschikbare gegevens niet mogelijk.

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Screenen op een delier in verpleeghuizen is alleen standaardbeleid bij een duidelijke knik in (cognitief) functioneren en de uitvoering hiervan is lastig. Gezien de slechte cognitieve status van veel verpleeghuisbewoners zijn veel fout-positieve uitslagen te verwachten, hetgeen routinematig screenen onmogelijk maakt. Screening kan ingezet worden op het moment dat verzorgenden aangeven dat de cliënt “anders is dan anders”. Dat wordt heel vaak goed geobserveerd. Dat zou een moment kunnen zijn om de MOTYB te doen. Bij een verstoorde aandacht moet vervolgens de DOSS ingevuld worden.

Screenen in de thuissituatie is lastig. Een instrument dat driemaal daags moet worden afgenomen, is vaak niet realistisch omdat de wijkverpleegkundige niet continu aanwezig is. Daarom lijkt het zeer waardevol om informatie van naaste/familie te gebruiken. Zo mogelijk kan de familie geïnstrueerd worden om de DOSS in te vullen.

Rationale van de aanbevelingen

Screenen is alleen zinvol bij risicogroepen en risicovolle omstandigheden, bijvoorbeeld bij cliënten met dementie en koorts. Screenen kan belastend zijn voor personeel en cliënt, maar een niet-gedetecteerd delier heeft eveneens grote gevolgen. Daarom is de werkgroep van mening dat ondanks de beperkte bewijskracht, screenen is aan te raden. Vanwege de hoge prevalentie van cognitieve problemen in verpleeghuizen wordt routinematig screenen daar echter afgeraden.