Kwaliteit van bewijs

Thuis

Er zijn geen onderzoeken gevonden die een indicatie kunnen geven over delier en het onderscheid met dementie/depressie in de thuissituatie. In de NHG standaard delier werd wel een tabel opgenomen waarin dit onderscheid tussen delier, depressie en delier werd aangegeven, zie tabel 1.

In het algemeen kan worden gezegd dat de symptomen niet anders zijn, maar de mate waarin ze worden waargenomen en worden geregistreerd, kunnen verschillend zijn. Vanwege deze onduidelijkheid kan worden overwogen als verpleegkundige een verzoek voor overleg te doen op basis van signalen/twijfel/vermoeden dat er sprake is van een delier en er kan worden overwogen om informatie van de naaste/familie bij de huisarts/hoofdbehandelaar op te halen voor beoordeling en nader onderzoek op delier

Tabel 1. Onderscheid tussen delier, depressie en dementie (NHG standaard delier, 2014)

Delier en depressie

Er zijn geen onderzoeken gevonden die een indicatie kunnen geven over delier in combinatie of differentiatie met depressie. Er zijn wel een aantal kaders die richting kunnen geven als het gaat om op welke symptomen moet worden gelet om een diagnose depressie vast te stellen, zie ook tabel 1. Als richtlijn kan ook gebruik gemaakt worden van het classificatiesysteem van de DSM 5, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Depressie is een stoornis waarbij gedurende tenminste twee weken bijna dagelijks vijf of meer van de volgende symptomen optreden, waarbij ten minste één van de twee eerstgenoemde symptomen aanwezig moet zijn. De kernsymptomen zijn; een sombere stemming en een duidelijk verminderde interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten, gedurende het grootste deel van de dag. Aanvullende symptomen zijn gewichtsverandering of veranderingen in eetlust, slapeloosheid, rusteloosheid of traagheid, moeheid, gevoel van waardeloosheid of buitensporig schuldgevoel, concentratieverlies en terugkerende gedachten aan de dood.

(https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/depressieve-stoornissen/samenvatting)

Waarden en voorkeuren van cliënten en (evt. hun naaste/familie) – Cliëntenperspectief

Inzet van naaste/familie in het detecteren kan belastend zijn, maar gezien de extra zorg die vaak geboden moet worden bij de zorgvraag van een cliënt met een delier, dementie of depressie; van meerwaarde. Uit de enquête van de Patiëntenfederatie blijkt dat in 20% van de gevallen het delier wordt gedetecteerd door een naaste. Het informeren van naaste/familie om een delier te herkennen zou van toegevoegde waarde kunnen zijn (Patiëntenfederatie, 2020).

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De werkgroep is van mening dat er een tekort is aan kennis en deskundigheid om een delier, dementie en depressie te herkennen. Scholing zou een mogelijke interventie zijn en is haalbaar binnen de huidige context van scholingsmogelijkheden, zowel landelijk en op instellingsniveau. Daarbij is zichtbaarheid en urgentie van belang bij de uitvoerder van de scholing, om verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten adequaat te scholen. Bij gebrek aan kennis en deskundigheid kan ook worden overwogen als verpleegkundige een verzoek voor overleg te doen op basis van signalen/twijfel/vermoeden dat er sprake is van een delier en er kan worden overwogen om informatie van de naaste/familie bij de huisarts/hoofdbehandelaar op te halen voor beoordeling en nader onderzoek op delier.

Kosten (middelenbeslag)

Scholing zou van belang kunnen zijn voor verzorgende, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten om snel, effectief en adequaat te kunnen observeren en verpleegkundig te handelen. Het kost tijd en middelen om dit te kunnen gebruiken. Hoe de kosteneffectiviteit van deze interventies is, is voor de werkgroep niet kwantitatief te maken.

Rationale van de aanbevelingen; weging van argumenten voor en tegen de interventies

Kennis en adequate gegevensverzameling is van belang. Tevens is het noodzakelijk om meer zicht en inzicht te krijgen in de differentiatie van de symptomen behorend bij delier, dementie en depressie.

Kwaliteit van bewijs

Verpleeghuis

Delier

De kwaliteit van het gevonden bewijs is laag voor het onderscheid tussen delier, dementie en depressie. Onderzoek toont aan dat symptomen gedetecteerd kunnen worden met behulp van screeningsinstrumenten. Om adequaat een delier te kunnen detecteren moet het instrument dan ook dagelijks ingevuld worden. Daarom is het praktischer om het instrument alleen op indicatie te gebruiken. Hiertoe moeten de verzorgende, verpleegkundige en verpleegkundig specialist in staat zijn om de verschillen te duiden tussen delier, dementie en depressie. Het kan mogelijk zijn dat er scholing nodig is om medewerkers voldoende kennis en vaardigheden te geven om de screeningslijsten te gebruiken. Bij een gebrek aan bekendheid met deze instrumenten kan ook worden overwogen om als verpleegkundige een verzoek voor overleg te doen op basis van signalen/twijfel/vermoeden dat er sprake is van een delier en er kan worden overwogen om informatie van de naaste/familie bij de huisarts/hoofdbehandelaar op te halen voor beoordeling en nader onderzoek op delier.

Delier en dementie

Onderzoeken tonen aan dat een aantal symptomen sterke aanwijzingen vormen voor delier en/of dementie . Verandering van deze symptomen is een goede indicatie en kan aanleiding geven tot het gebruik van een screeningsinstrument.

Niet alle symptomen worden altijd goed gedetecteerd door verzorgende, verpleegkundige en verpleegkundig specialist. Vaak komt dit door een gemis aan kennis en de bewustwording dat een delier bij dementie voor kan komen. Symptomen die gesignaleerd worden bij een delier zijn onduidelijk taalgebruik, snel afgeleid zijn, verschil in cognitief functioneren in de loop van de dag en veranderingen in slaap-waak ritme. Symptomen die minder vaak gesignaleerd worden zijn wisseling van symptomen gedurende de dag, verminderde aandacht en onlogisch denken, waarnemingsstoornissen en motorische onrust (van lethargie tot agitatie).

Bij dementie is er vaak sprake van een langzaam en geleidelijk proces in de verandering en het beloop van symptomen. Bij een delier is er sprake van een plotseling verandering van symptomen en het beloop kan sterk wisselen. Daarnaast is er bij een beginnende dementie sprake van een helder bewustzijn en bij een delier van een wisselend bewustzijn (zie NHG standaard).

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De werkgroep is van mening dat er een tekort is aan kennis en deskundigheid om een delier, dementie en depressie te herkennen. Scholing zou een mogelijke interventie zijn en is haalbaar binnen de huidige context van scholingsmogelijkheden, zowel landelijk en op instellingsniveau. Daarbij is zichtbaarheid en urgentie van belang bij de uitvoerder van de scholing, om verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten adequaat te scholen. Vanwege het gebrek aan kennis en deskundigheid kan ook worden overwogen als verpleegkundige om op basis van signalen/twijfel/vermoeden dat er sprake is van een delier informatie van de naaste/familie de huisarts of POH op te halen voor beoordeling en nader onderzoek op delier of bij een specialist ouderengeneeskunde, psychiater, geriater of verpleegkundig specialist.

Kosten (middelenbeslag)

Scholing zou van belang kunnen zijn voor verzorgende, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten om snel, effectief en adequaat te kunnen observeren en verpleegkundig te handelen. Het kost tijd en middelen om dit te kunnen gebruiken. Hoe de kosteneffectiviteit van deze interventies is, is voor de werkgroep niet kwantitatief te maken.

Rationale van de aanbevelingen; weging van argumenten voor en tegen de interventies

Het is noodzakelijk om meer zicht en inzicht te krijgen in de differentiatie van de symptomen behorend bij delier, dementie en depressie. Uit de literatuur komen een aantal symptomen naar voren die gebruikt kunnen worden om onderscheid te maken tussen delier en dementie, deze symptomen zijn:

Er zijn op basis van de beschikbare literatuur en expert opinion van de werkgroep enkele aanbevelingen geformuleerd over de wijze waarop er onderscheid gemaakt kan worden tussen voornamelijk delier en dementie.