In de multidisciplinaire richtlijn wordt onderscheid gemaakt in 3 patiëntengroepen:

  1. Personen ≥ 50 jaar met een recente fractuur
  2. Personen ≥ 40 jaar die behandeld worden met glucocorticoïden
  3. Personen ≥ 60 jaar met risicofactoren voor een fractuur, zonder recente fractuur en zonder gebruik van glucocorticoïden .

Ad 1: Bij cliënten ≥ 50 jaar met een recente fractuur (≤2 jaar geleden) wordt, op basis van het sterk verhoogde risico op nieuwe fracturen, zo spoedig mogelijk aanvullend onderzoek (DXA / VFA (wervelhoogtemeting), valrisico-inschatting en laboratoriumonderzoek) en eventuele vervolgzorg in een fractuurpreventieteam aanbevolen. Dit zijn aanbevelingen die van toepassing zijn voor huisartsen en medisch specialisten. Verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten die cliënten ≥ 50 jaar met een recente breuk in zorg hebben, kunnen checken of het aanvullende onderzoek is geïnitieerd en of dit door de cliënt is opgevolgd.

Ad 2: Bij cliënten die systemische glucocorticoïden (bijvoorbeeld prednison en dexamethason) gebruiken ontstaat daardoor een verhoogd fractuurrisico. Dat risico is met name afhankelijk van de leeftijd van de cliënt en de duur en dosering van de glucocorticoïden. De huisarts of medisch specialist die de glucocorticoïden voorschrijft dient te zorgen voor medicatie ter preventie van dat verhoogde fractuurrisico. Verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten die cliënten ≥ 40 jaar in zorg hebben die systemische glucocorticoïden gebruiken, dienen alert te zijn op het verhoogde fractuurrisico bij deze groep cliënten. Zodat zij preventieve maatregelen (zie de desbetreffende modules) kunnen inzetten.

Ad 3: Bij cliënten ≥ 60 jaar zonder recente fractuur en zonder gebruik van glucocorticoïden wordt de risicofactoren scorelijst aanbevolen om in te schatten of aanvullend onderzoek geïndiceerd is. De risicofactoren scorelijst is als volgt:

* Inflammatoire darmziekten: Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, chronische malnutritie, malabsorptie, coeliakie, reumatoide artritis, andere chronische inflammatoire aandoeningen zoals spondylartropathie (Ziekte van Bechterew), SLE, sarcoïdose, onbehandeld hypogonadisme bij mannen en vrouwen: bilaterale orchidectomie en ovariëctomie, anorexia nervosa, in het kader van behandeling van borstkanker en prostaatcarcinoom, hypopituïtarisme, COPD, orgaantransplantatie, type I Diabetes Mellitus, type II Diabetes Mellitus met insuline behandeling, schildklieraandoeningen: onbehandelde hyperthyreoïdie of chronisch overgesubstitueerde hypothyreoïdie, onbehandelde primaire hyperparathyreoïdie, M. Cushing, gebruik van anti-epileptica

Een score van ≥ 4 punten geldt als afkappunt voor de indicatie voor aanvullende diagnostiek (DXA/VFA (wervelhoogtemeting), laboratoriumonderzoek en inschatting valrisico) in verband met een sterke verdenking op een verhoogd fractuurrisico.

Verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten kunnen deze scorelijst gebruiken bij het signaleren van een verhoogd fractuurrisico bij cliënten ≥ 60 jaar zonder recente fractuur en zonder gebruik van glucocorticoïden.

Waarden en voorkeuren van cliënten

De richtlijnwerkgroep verwacht dat cliënten het signaleren van een verhoogd fractuurrisico belangrijk vinden en dat zij weinig of geen nadelen zullen ervaren van het signaleren van een verhoogd fractuurrisico.

Economische overwegingen en kosteneffectiviteit

Cliënten ≥ 50 jaar met een recente fractuur en cliënten ≥ 40 jaar die behandeld worden met glucocorticoïden hebben een verhoogd fractuurrisico waarbij optimale nadere diagnostiek en preventieve maatregelen aanbevolen worden volgens de multidisciplinaire richtlijn. Het signaleren van een verhoogd fractuurrisico door verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten in de eerste lijn kan hierbij werken als een soort ‘vangnetfunctie’ voor cliënten bij wie – om wat voor reden dan ook – nog niet de aanbevolen zorg wordt geleverd. Dit kan bijdragen aan doelmatige inzet van diagnostiek en behandeling.

Het inschatten van het fractuurrisico met behulp van de risicofactoren scorelijst bij cliënten ≥ 60 jaar zonder recente fractuur en zonder gebruik van glucocorticoïden door verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten in de eerste lijn kan bijdragen aan een juiste selectie van mensen die in aanmerking komen voor aanvullend onderzoek, en daarmee aan een doelmatige inzet van diagnostische middelen en behandeling.

Gelijkheid (health equity)

Het uitvoeren van de voorgestelde aanbevelingen zal naar verwachting geen invloed hebben op de toegankelijkheid van de zorg en daarmee geen ongewenste gezondheidsverschillen induceren.

Aanvaardbaarheid

Uit onderzoek van het Zorginstituut Nederland blijkt dat er verbeterpunten mogelijk en wenselijk zijn in de zorg voor mensen met een verhoogd fractuurrisico . Er is onder meer geconstateerd dat er sprake is van onderdiagnostiek omdat te weinig mensen een botdichtheidsmeting krijgen. De verwachting is dat verbeteren van signalering van een verhoogd fractuurrisico bijdraagt aan beperking van fracturen en daaraan gerelateerde problematiek. Vanwege deze bevindingen worden geen problemen verwacht met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de signaleringsaanbevelingen.

Haalbaarheid

De werkgroep verwacht geen onoverkomelijke knelpunten in de uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Aandachtspunten voor de implementatie van deze aanbevelingen zijn: