Uit het wetenschappelijk bewijs blijkt dat het zinvol is om cliënten te betrekken bij handhygiëne. Het wordt echter niet duidelijk wat de beste manier is hen te betrekken. Het informeren van cliënten en hun naasten is één van de methoden die wordt gebruikt in de literatuur. De WIP richtlijn “Persoonlijke Hygiëne patiënt en bezoeker” bevat concrete aanbevelingen met betrekking tot het informeren van cliënten en hun naasten . De werkgroep is van mening dat deze handelingen van belang zijn. Deze zijn bijgevoegd in de bijlage.
De informatie voor de cliënt en hun naasten is setting onafhankelijk en het gaat om basis handelingen, dus er zijn geen uitzonderingen. De manier waarop informatie wordt verstrekt moet goed aansluiten bij de cliënt. Denk bijvoorbeeld aan dementerenden, verstandelijk gehandicapten en kinderen, dan richt je je meer op de naasten die op bezoek komen. Het verstrekken van de informatie kan mondeling. Daarnaast zijn informatiekaarten/ pictogrammen belangrijke aanvullingen, dit helpt de cliënt en deze zijn praktisch en duidelijk.
Verpleegkundigen en verzorgenden zouden cliënten moeten kunnen informeren, op dit moment is dat niet overal het geval; er is een kennis tekort. De werkgroep geeft aan dat er aandacht moet komen voor het opleiden van verpleegkundigen en verzorgenden om voorlichting aan cliënten te geven.
In twee studies is één van de methoden het aanmoedigen van cliënten om zorgverleners aan te spreken op het uitvoeren van handhygiëne. De werkgroep merkt op dat het een effectieve manier is, maar dat hier ook nadelen aan zitten. Niet alle cliënten durven een zorgverlener aan te spreken; ze zijn bang dat de zorgverlener hier niet goed mee om kan gaan of ze zijn bang dat ze het verkeerde zeggen. Het zou helpen als de verpleegkundige of verzorgende de cliënt expliciet uitnodigt om de hen aan te spreken. Verpleegkundigen en verzorgenden zouden een klimaat moeten creëren waarin de cliënt zich veilig voelt om hen aan te spreken.
De werkgroep heeft besloten om in de richtlijn geen aanbeveling op te nemen over het faciliteren van middelen aan cliënten. De werkgroep is van mening dat dit geen taak is van de verpleegkundige of verzorgende, maar van de organisatie of de cliënt. Daarnaast is de werkgroep van mening dat de prioriteit ligt bij het informeren van de cliënt.