Tuberculose (tbc) is een infectieziekte waarvoor jaarlijks in Nederland ongeveer 600 – 700 mensen worden behandeld. Daarnaast worden er in ons land jaarlijks ongeveer 1200 mensen gediagnostiseerd met een tuberculose-infectie (TBI). Aan deze mensen wordt behandeling aangeboden om te voorkomen dat zij later tuberculose zullen ontwikkelen.
Tuberculose is meldingsplichtig volgens de Wet publieke gezondheid (WPG) en dient binnen 24 uur na diagnose gemeld te worden bij de afdeling tbc-bestrijding van de gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD), waarna een tbc-verpleegkundige als casemanager aan de patiënt wordt gekoppeld en begeleiding wordt aangeboden. Een TBI is niet meldingsplichtig, hiervoor geldt een vrijwillige registratie. De verpleegkundige taken vanuit de GGD liggen zowel op het gebied van individuele patiëntenzorg (uitgangsvraag 1 t/m 4) als op het gebied van collectieve gezondheidszorg (uitgangsvraag 5) zoals het bron- en contactonderzoek (BCO), voorlichting en infectiepreventie.
Tuberculose kan goed behandeld worden met een combinatie van vier verschillende antibiotica voor een periode van doorgaans zes maanden . Bij de behandeling van tuberculose, maar ook bij een TBI, is therapietrouw van groot belang om de kans op recidief ziekte en resistentievorming te verkleinen. Vanwege het risico op bijwerkingen en het belang van therapietrouw, begeleidt de tbc-verpleegkundige van de GGD alle personen met tuberculose gedurende de gehele behandelperiode. Personen met een TBI bij wie (nog) geen ziekte is vastgesteld hebben ongeveer 10% kans om tijdens hun leven tuberculose te ontwikkelen. Deze kans kan aanmerkelijk worden verkleind door een preventieve behandeling met antibiotica van 3-6 maanden. Ook voor deze behandeling is het van belang dat de kuur volledig wordt afgemaakt en wordt er begeleiding aangeboden door de tbc-verpleegkundige.
Een belangrijk deel van de patiëntenpopulatie (o.a. immigranten, asielzoekers, gedetineerden, ongedocumenteerden) heeft wisselende woon- en verblijfplaatsen, dus overdracht van zorg komt regelmatig voor. Persoonsgerichte benadering met specifieke aandacht voor risicofactoren die de therapietrouw kunnen beïnvloeden is een belangrijke voorwaarde voor goede begeleiding. De zorguitkomsten van de behandeling van tuberculose en TBI zijn in Nederland over het algemeen goed en schommelen rond de normen zoals gesteld door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO).
In het kader van de collectieve preventie coördineert de tbc-verpleegkundige het BCO rondom de tbc-patiënt. Personen die contact hebben (gehad) met de patiënt vormen dan ook een doelgroep voor verpleegkundige interventies zoals infectiepreventiemaatregelen en voorlichting. Daarnaast kan de tbc-verpleegkundige de directe contacten van een patiënt betrekken bij interventies om therapietrouw te bevorderen, zoals bijvoorbeeld stigmareductie en sociale ondersteuning.