De uitgangsvraag voor deze module is:
- Bij welke criteria verwijs/consulteer je naar een andere zorgprofessionals, zoals de (POH)-GGZ, het algemeen- en medisch maatschappelijk werk, geestelijk- of kerkelijke ondersteuners en psychosociale zorgverleners in de ziekenhuizen en/of de eerste lijn?
Het hoofdstuk begint met de ‘aanbevelingen’ voor de praktijk, wat de verpleegkundige:
- zou moeten doen
- zou moeten overwegen om te doen of juist
- niet zou moeten doen
Dit wordt gevolgd door een hoofdstuk ‘overwegingen’, waarin:
- een beknopt overzicht wordt gegeven van het gevonden bewijs en de kwaliteit ervan
- beschreven wordt wat het bewijs betekent vanuit het perspectief van de patiënt
- beschreven wordt wat het bewijs betekent vanuit het perspectief van de verpleegkundige
- beschreven wordt welke impact de aanbevelingen hebben op de organisatie van zorg
- de kostenoverwegingen beschreven worden
- wordt afgesloten met een uitleg over de redenering achter de aanbevelingen van de werkgroep.
Voor degenen die dieper willen ingaan op het verzamelde bewijs en de daaruit getrokken conclusies, volgt nog een apart hoofdstuk.